Face to Face Gerrit de Boer: “Hopelijk komt dat nieuwe boek er nog, dat zou mooi zijn”
Gerrit de Boer uit Mildam is 87 jaar oud, bijna 88, als we hem interviewen. Maar De Boer is jong van geest. Na zijn pensionering is hij kinderboeken gaan schrijven over de Tweede Wereldoorlog. Inmiddels zijn er al vijf boeken verschenen. Een zesde oorlogsboek zit in zijn hoofd, maar een hinderlijke oogaandoening bemoeilijkt het schrijven.

“Thuis werd er nooit over de oorlog gepraat”, vertelt Gerrit de Boer. “Het is het bekende verhaal, bijna niemand die ik gekend heb, sprak over die tijd. Alsof ze het wegdrukten.” Gerrit werd als zoon van Riekelt en Jannetje de Boer in 1938 geboren in IJmuiden. “Niet te geloven eigenlijk, mijn vader was een Urker en moeder kwam uit Katwijk. Dat was in principe vuur en water, maar toch hebben ze elkaar gevonden.” IJmuiden was net als Urk een vissersdorp met voor een deel een strenggelovige orthodoxe bevolking. Zelf is Gerrit de Boer ook een gelovig mens. “Ik ben van christelijk-gereformeerde huize en heb het geloof altijd als een houvast ervaren. Eigenlijk had ik wel theoloog willen worden, maar het werd het onderwijs.” Vanaf zijn jonge jaren als onderwijzer begon hij al met het schrijven van leesmateriaal voor christelijke scholen. “Tegenwoordig is er nauwelijks nog tijd voor leesuurtjes, maar in mijn tijd werden er zomaar tussen de 30.000 en 35.000 exemplaren van mijn schrijfsels verkocht”, lacht hij.
Schrijven met een handicap
Het schrijven voor de jeugd is gebleven, of beter, weer terug. We zijn op uitnodiging van de kinderboekenschrijver beland in zijn woning aan de rand van Mildam, waar hij alweer twaalf jaar samen zijn tweede vrouw Lipkje Visser woont. Hij noemt haar liefdevol “een echte DjipFries uit Britsum”. Ze hebben een prachtig uitzicht over de weilanden. “De reeën en damherten lopen soms bij ons vlak voor de woning en als je lekkere planten in de tuin hebt, weten ze die ook wel te vinden. Sommige mensen ergeren zich eraan; wij vinden het prachtig.” De woning hangt vol met landschapsschilderijen en een portret van hemzelf, bijna allemaal geschilderd door Lipkje. “Ik was altijd meer van het schrijven, zij van de tekeningen en schilderijen maken. Zo verdeelden we dat.”
Gerrit de Boer kampt met de ziekte van Ménière; daarnaast worden de ogen momenteel snel slechter door een hinderlijke macula. Via moderne technologie kan Gerrit geschreven teksten gelukkig laten voorlezen. “Voor het schrijven is het ook een handicap, de indeling van het toetsenbord heb ik op zich na al die jaren schrijven wel in mijn hoofd, maar alle tikfouten moeten er door Lipkje worden uitgehaald en even een stukje teruglezen gaat heel erg lastig.”
Ik was altijd meer van het schrijven, zij van de tekeningen en schilderijen maken. Zo verdeelden we dat.
Een ‘broertje’ in Sneek
Gerrit belandde in de oorlogsjaren op jonge leeftijd vanuit IJmuiden in Sneek. “Mijn vader vertikte het om voor de Duitsers te werken en zo kwamen we via de contacten in de kerk in de Tulpstraat in Sneek terecht bij beppe Dijkstra en haar dochter tante Tjallie”, vertelt Gerrit. “Zij woonden onder en wij huisden op de bovenverdieping.” In de oorlog was het een komen en gaan van mensen die even in het huis een veilige plek moesten hebben. Een van die mensen was het jongetje ‘Piet’, die verscholen in een bakfiets over de Afsluitdijk naar Sneek werd gebracht. Op een avond ging de bel; vader Riekelt de Boer ging naar beneden en kwam even later naar boven met een jongetje van Gerrits leeftijd. “Dit is Piet, dat is vanaf nu je broer”, zo werd Gerrit medegedeeld. “Piet, die later weer zijn eigen naam Ben aannam, is nooit meer weggegaan. Hij kon heel goed voetballen en bracht het zelfs tot het Nederlands militair elftal. Later werd hij marktkoopman. Het overgrote deel van zijn familie is omgekomen in de gaskamers.”
![]()
Gerrit de Boer - Foto: Mustafa Gumussu
Sinterklaas, kan dat wel?
De Boer is als onderwijzer op meerdere plekken in ons land gestationeerd geweest. Een van de meest memorabele plekken was de tijd in Noordscheschut, vertelt hij. “Ik was en ben een progressief mens, dus ik organiseerde de intocht van Sinterklaas. Dat was daar in die tijd een onbekend fenomeen. Een fictief figuur, die ook nog kindervriend was. Kon dat eigenlijk wel? Het bestuur van de school heeft tot diep in de nacht vergaderd of ze me wel of niet moesten ontslaan”, lacht de oud-onderwijzer. Na zijn periode in Drenthe onderwees Gerrit in Den Helder; hij had daar vooral kinderen van marinepersoneel in de klas. “Die hadden een grote vorm van discipline, dat werd hen thuis al bijgebracht. Ik hoefde eigenlijk niet te zeggen dat ze stil moesten zijn, dat ging daar automatisch, leuk om mee te maken.” Via meerdere standplaatsen kwam Gerrit uiteindelijk in Wolvega terecht. “Daar ben ik begonnen met projectonderwijs te vormen.”
Ik hoefde eigenlijk niet te zeggen dat ze stil moesten zijn, dat ging daar automatisch.
Een jongedame op zoek naar werk
Op een gegeven moment was er een vacature en zoals in die tijd gebruikelijk kwamen er wel een stuk of tachtig sollicitatiebrieven. Vlak voor de sluitingstermijn kwam er nog een sollicitatie binnen. “Dat was van iemand die ik kende”, zegt Gerrit. De jongedame in kwestie had een paar jaar in Canada gezeten en was nu terug in Nederland op zoek naar werk. “De toetsing van de rest van de sollicitanten heb ik niet veel aandacht meer gegeven, ik wist toen al wie het ging worden.” Die jongedame was Lipkje Visser, die hij tijdens zijn tijd in Den Helder bij een bezoek aan oud-collega’s in Noordscheschut had getroffen. Na het overlijden van Gerrits eerste vrouw To kregen de twee een relatie die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Het geloof en de verschillende kerken
Na het onderwijs was Gerrit de Boer jarenlang ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Weststellingwerf; ging aan de slag bij Talma Tours als reisbegeleider; en trad veelvuldig op als voorganger. “Reizen was niet vreemd voor me. Ik ging vroeger al vaak mee met jeugdreizen. In deze nieuwe roeping ben ik in landen als Mexico, Amerika, Egypte en bijna alle andere landen rond de Middellandse Zee geweest.” Ook in Israël, dat een grote indruk op hem achterliet. Als voorganger was hij te zien en te horen in christelijk-gereformeerde kerken, later bij de Doopsgezinden. “Daarin ben ik in de loop van de tijd van koers veranderd. De dogma’s en het ‘van kaft tot kaft’ belijden was niet mijn manier van geloven. Kijk, als kind weet je niet beter, maar ik ben in de Doopgezinde Kerk veel beter op mijn plek. Je moet het zo zien: het fundament is gelegd en is meestal hetzelfde, maar de gebouwen die op dat fundament gebouwd worden, kunnen verschillen.” Tegenwoordig kerkt Lipkje bij de pinstergemeente Filadelfia in Heerenveen en volgt Gerrit thuis de vieringen op tv. “Ik vind de diensten zoals ze door Omrop Fryslân worden uitgezonden heel erg goed te volgen, dat doen ze prima.”
De huidige tijd
De huidige mondiale ontwikkelingen laten Lipkje en Gerrit niet koud. Ze hebben grote zorgen over hoe de wereld er bij ligt. “In de Bijbel wordt de strijd tussen geestelijke machten benoemd, dat is heel actueel,” meent Gerrit. Hij en zijn vrouw zijn net als heel veel anderen gestopt met het kijken en luisteren naar de NOS. “Het ontbreekt op dit moment in de wereld aan liefde; uit liefde ontstaat de harmonie die we moeten nastreven.” Vanuit zijn jeugd en het zich bewust zijn van de verschrikkingen die het Joodse volk heeft moeten ondergaan is Gerrit de Boer stellig. “Geen denken aan dat de Joden zich nóg een keer laten afslachten. Dat gaat niet gebeuren, die wonden zijn te diep.” Ook de ontkerkelijking gaat hem aan het hart. “Ik heb mijn vrouw, een zoon en een kleindochter verloren, maar gelukkig heb ik mijn geloof weten te behouden.”
In de Bijbel wordt de strijd tussen geestelijke machten benoemd, dat is heel actueel.
Nieuw boek?
“En hopelijk komt dat nieuwe boek er nog, dat zou mooi zijn”, zegt Gerrit de Boer en daarmee zijn we weer terug bij de schrijver en de Tweede Wereldoorlog. Na het verschijnen in 2020 van het vijfde boek, ‘Oorlog in de Tulpstraat’, wat zich deels in Sneek afspeelt, vroeg de uitgeverij hem een vervolg hierop te schrijven. Maar niet alle gebeurtenissen uit die tijd zijn precies terug te halen voor Gerrit. “Gelukkig kan ik mijn oudere broer Jaap altijd vragen, die heeft het misschien net wat bewuster meegemaakt.” De Boer schreef zijn oorlogsboeken op basis van gevonden brieven en vertelde verhalen. “Fictie op basis van geschiedenis. Dat zesde boek zit al in mijn hoofd; nu moet het nog op papier. Het gaat door mijn slechte ogen natuurlijk een stuk trager en dat is vervelend, maar als alles goed gaat zal het me nog lukken om het in mei klaar te hebben.”
![]()
Gerrit de Boer - Foto: Mustafa Gumussu
‘Oorlog in de Tulpstraat’
Gerrit de Boer (1938) schreef na zijn pensionering vijf kinderboeken over de Tweede Wereldoorlog voor kinderen van circa 10-12 jaar. De boeken (‘Foppe, koerier van de knokploeg’, ‘Overval op de Wetterhoeve’, ‘Vlucht naar de vrijheid’, ‘Verzet en verraad op de Wetterhoeve’ en ‘Oorlog in de Tulpstraat’) zijn verschenen bij de christelijke uitgeverij MES en zijn bestemd voor vooral de christelijke boekhandel en lezerspubliek. In ‘Oorlog in de Tulpstraat’ beschrijft Gerrit de Boer zijn eigen jeugdervaringen. Hoe hij als kind bombardementen meemaakte in IJmuiden en hoe hij later in Sneek een onderduik-broertje kreeg. Het verhaal bevat, ondanks alle oorlogservaringen, ook leuke anekdotes. Zo vertelt Gerrit onder andere over hun verhuizing naar Sneek die halsoverkop plaatsvond, en waar men op een tonnetje moest zitten voor de hoge nood. Historische feiten worden toegelicht in een voetnoot onderaan de bladzijden. De tekst is vlot geschreven, goed afgestemd op de doelgroep en er is veel aandacht voor het geloof.
Beeld: Mustafa Gumussu
Tekst: Ferdinand de Jong















