Algemeen

Face to Face Jan Julius Buwalda: “Er zijn te veel LHBTIQ+ dagen”

Jan Julius Buwalda (44) is trots op ‘zijn’ Heerenveen. Waar hij op zijn vele reizen met vriend Jasper ook komt, overal kennen ze het dorp waar hij is geboren en getogen. In het kader van het tienjarig bestaan van GrootHeerenveen zochten we het raadslid op en verhaalde hij onuitputtelijk over politiek, sport en zijn worsteling met de vele dagen en weken die er voor de LHBTIQ+-gemeenschap worden georganiseerd.

Tien jaar geleden, bij het uitkomen van het eerste nummer van GrootHeerenveen, maakte Jan Julius Buwalda deel uit van de vaste redactie van dit blad. Wegens zijn grote betrokkenheid bij de Heerenveense samenleving werd hij gevraagd aan het toen nieuwe maandblad mee te werken. Aan die samenwerking kwam pas een eind toen Buwalda in de gemeenteraad van Heerenveen werd gekozen. Een functie als journalist bij een lokale krant en tegelijkertijd gemeenteraadslid valt niet te combineren.

Jan Julius Buwalda
Jan Julius Buwalda Foto: FPH Mustafa Gumussu

Breder beeld

Jan Julius: “Mijn betrokkenheid bij GrootHeerenveen begon eigenlijk heel vanzelfsprekend. Ik schreef al persberichten voor onder meer Popstad Heerenveen en de kerstmarkt. Toen ben ik gevraagd om mee te werken. Daardoor mocht ik veel mensen ontmoeten en hun verhalen opschrijven. Dat vond ik altijd het mooiste, het verhaal achter de persoon. Wat drijft iemand? Waarom doet iemand wat hij of zij doet? Van tevoren is iemand alleen een naam, maar daarna krijgt die naam een gezicht en een verhaal. Je kijkt overal even in de keuken. Dat geeft je een breder beeld van mensen én van de samenleving. Dat neem je mee in alles wat je daarna doet. Toen ik raadslid werd, heb ik het werk voor GrootHeerenveen afgebouwd. Dat bijt elkaar.

Inmiddels werk ik al bijna zes jaar 32 uur per week bij hogeschool Windesheim in Zwolle, waar ik in de communicatie werk en veel organiseer en schrijf voor websites. Als communicatiemedewerker bij Windesheim werk ik voor Leven Lang Leren bij het domein Gezondheid en Welzijn en als adviseur Diversiteit en Inclusie. Een hele mond vol, maar het is een functie die goed bij me past. Het gemeenteraadswerk komt daar nog bij: gemiddeld 15 tot 20 uur per week. Commissies, fractievergaderingen, werkbezoeken, dossiers lezen, je laten informeren, het stopt eigenlijk nooit. Juist daarom vind ik het prettig dat mijn werk in Zwolle is. Tot vijf uur, half zes ben ik medewerker. Dan stap ik in de trein, lees mijn stukken en neem het raadswerk weer tot me. Dat helpt om de rollen gescheiden te houden. In Heerenveen ben ik raadslid, in Zwolle ben ik gewoon medewerker. Dat geeft rust.”

Zoeken naar balans

“Raadslid zijn is een eer. Ik voel geen druk, wel verantwoordelijkheid. Vier jaar geleden hebben mensen hun vakje bij mijn naam aangekruist. Dat vertrouwen wil ik waarmaken. Mijn vader was jarenlang raadslid en later wethouder, ook in Heerenveen en ook van dezelfde partij. Ik word daar nog vaak op aangesproken. Dat vind ik mooi, maar het is wel een andere tijd. Vroeger had je geen sociale media. Nu sta je altijd aan. Je bent zeven dagen per week raadslid. Mensen kunnen je altijd aanspreken, altijd benaderen. Dat wil ik ook, ik wil benaderbaar zijn.

Maar soms ben je ook gewoon aan het sporten, boodschappen aan het doen of even privé. Het is soms zoeken naar balans. Dat werd heel duidelijk tijdens de Adventure Run op Ameland, waar ik de halve marathon liep. Ik droeg een shirt van de gemeente Heerenveen. Iemand riep: ‘Hé, ambtenaar!’ en even later: ‘Jij bent toch raadslid, dan kunnen jullie dit en dit…’ terwijl ik aan het hardlopen was. Aan de ene kant is dat een compliment: mensen vinden je benaderbaar. Aan de andere kant moet er ook begrip zijn dat ik daar niet in mijn rol als raadslid sta. Ik heb gezegd dat ik graag op een ander moment het gesprek aanga. Er zijn grenzen.”

Vier jaar geleden hebben mensen hun vakje bij mijn naam aangekruist. Dat vertrouwen wil ik waarmaken.

Marathon van New York

“Het hardlopen is ontstaan vanuit het schaatsen. Ik schaats al mijn hele leven. Ik probeer dat nu nog iedere week een uurtje te doen bij de Hardrijdersclub Heerenveen, HCH. Puur voor de fun. Ik heb ooit wel wedstrijden gereden, maar dat had geen naam en is al heel lang geleden. Van daaruit ben ik gaan hardlopen. Eerst wat kleine stukjes, puur onderhoud. Ik kwam erachter dat ik dat ook heel erg leuk vond. En dat ging ook steeds beter. Vijf kilometer wordt tien kilometer. De tien kilometer wordt een halve marathon. Tot inmiddels vier keer de hele marathon. Dat deed ik ook alweer jaren geleden. Waarvan die van New York in 2013 de mooiste was. Dat was de kers op de taart. Een prachtige week gehad. En een prachtige opbrengst voor het goede doel: de Cliniclowns.”
 

Skiën met vader

“Ik zit veel en daarom vind ik bewegen heel belangrijk. Want naast dat hardlopen en schaatsen vind ik fietsen sinds een paar jaar ook heel erg leuk. Dus die fiets, van vriend Jasper, gebruik ik ook regelmatig. En skiën, dat vind ik ook een leuke bezigheid. Maar ja, dat skiën is natuurlijk maar een weekje in het jaar. Ik kom uit een gezin met drie zussen. Dus vader en zoon moesten elk jaar maar eens wat samen doen. En bij hoge uitzondering mocht er wel eens een zus mee, maar liever gingen we met z’n tweeën. Nee, nu doen we dat helaas niet meer. Mijn vader wordt ook ouder. Maar dat waren altijd erg mooie weken.”
 

Struggle

“Met onder andere sport, jeugdzorg, jongerenparticipatie, cultuur en de Regenbooggemeente in mijn portefeuille, merk ik dat LHBTIQ+-jongeren het erg moeilijk vinden om voor hun geaardheid uit te komen. Bij het Regenboogbelang zijn ze heel erg welwillend om mensen daarin te ondersteunen. Maar als ik terugkijk naar mijn eigen zoektocht… Het is een heel moeilijke struggle. Eerst moet je dat zelf accepteren. Dan moet het onderzoeken en hoe denkt je omgeving er eigenlijk over? Dan moet je zover komen om het dan ook nog te gaan vertellen. En dan woon je ook nog in een dorp. Ik ging studeren in Groningen en Leeuwarden. Daar had ik wat meer afstand en daar ben ik tot de conclusie gekomen dat het wel eens zou kunnen zijn. En ben ik het gaan vertellen. Mijn ouders zagen mijn struggle en zeiden gelukkig: ‘Oh, was dat het? Was er nog meer?’ Dan valt echt een last van je schouders af, maar het is een hele weg voordat je daar bent.”

Met onder andere sport, jeugdzorg, jongerenparticipatie, cultuur en de Regenbooggemeente in mijn portefeuille, merk ik dat LHBTIQ+-jongeren het erg moeilijk vinden om voor hun geaardheid uit te komen.

Prototypes

“Ik heb wel het idee dat door alles wat er nu speelt en alles wat er wordt gezegd online, op televisie en in de kranten, de acceptatie minder wordt door de jaren heen. Ik ben zelf niet zo van de Pride in Amsterdam, want het zijn altijd de prototypes die je dan ziet op die boten. En iedereen denkt: ‘Oh, je bent homo of je bent lesbie of je bent wie dan ook, dan sta je op die boot, en heb je leer aan en doe je gek’. En natuurlijk, iedereen houdt van een feestje, maar dat hoeft voor mij niet zo extreem. Het is te veel. Er is de Coming Out Day, er is de Pride, er is Diversity Day, er is een Paarse Vrijdag. Dan noem ik het nog maar vier. Er zijn heel veel dagen die stilstaan bij deze doelgroep.

Aan de ene kant heel goed, want dan heb je een baken waar je je aan kan vasthouden. Maar mijn doel is, als diversiteit- en inclusie-adviseur, maar ook als persoon en als raadslid, dat dit soort dagen niet meer nodig moeten zijn. Dat het gewoon normaal is, wie hij of zij ook is. En dat er niet meer aandacht of een vlag gehesen moet worden of wat voor acties wij ook doen. Ik kan gewoon met mijn vriend hand in hand lopen. We provoceren niet. Er wordt nooit wat van gezegd. Maar als ik nu jongeren hierover spreek, hoor ik dat ze het moeilijk vinden. Dat ze worden uitgescholden. Dan denk ik: ‘Wat geeft een ander het recht om iemand niet te laten zijn wie hij of zij ook wil zijn? Wees juist trots dat iemand dat doet. Kijk eens, dit ben ik. Dáár moeten we naartoe. Dát is uiteindelijk het doel. Laten we het hopen dat het nu één stap terug is. En dat we straks twee stappen vooruit kunnen.”

BeeldMustafa Gumussu
Tekst
Richard de Jonge

Jan Julius Buwalda