Face to Face met Jelmer van Brunschot: “Ik presteer het beste als ik het met een glimlach kan doen”
Jelmer van Brunschot (25) lijkt een gewone Friese jongen, zo aan de keukentafel van zijn ouders in De Knipe. Maar zo gewoon is zijn levensverhaal niet. Hij speelt professioneel rolstoelbasketbal en woont als topsporter in Spanje. Bedachtzaam vertelt hij over zijn werk en leven. Maar wanneer hij een wedstrijdfragment laat zien, beginnen zijn ogen te stralen. Dit is waar hij van geniet en waar hij helemaal voor gaat.

Misschien is het logisch dat je als fanatiek rolstoelbasketballer in Spanje terechtkomt. Hier vindt immers de grootste competitie ter wereld plaats. Maar als jongen van negentien in Spanje gaan wonen, dat is toch best bijzonder. Jelmer van Brunschot voelt zich hier na zes jaar helemaal thuis. Hij heeft een appartement, een vriendin, en spreekt de taal vloeiend. “Spanje is een fijne plek om te wonen”, vertelt hij. “De mensen zijn heel nieuwsgierig en open. Ze herkennen me vaak als buitenlander en hebben veel interesse in wat ik in het land doe. In Spanje, en in mijn stad Valladolid, is heel veel te zien en te beleven. En ik woon daar gewoon. Het enige wat mij anders maakt, is dat ik altijd op tijd kom, in tegenstelling tot de meeste Spanjaarden.”
Stunten met de rolstoel
Jelmer werd geboren met een beperking aan zijn rechteronderbeen; hij had drie tenen en miste zijn kuitbeen. “Dat was voor lopen niet handig”, vertelt hij nuchter. “Toen ik drie jaar was, is mijn onderbeen daarom geamputeerd en sindsdien heb ik altijd met een prothese gelopen.” Dat weerhield hem er niet van om fanatiek te voetballen met zijn vrienden bij de voetbalvereniging ReadSwart in De Knipe. “Eén seizoen ging het niet zo goed en als enthousiast sporter ging ik op zoek naar iets anders. In die periode was ik net geopereerd en zat ik even in een rolstoel. Mijn ouders ontdekten dat ze op Lyndensteijn in Beetsterzwaag aan rolstoelbasketbal deden. Toen ik daar ging kijken, wist ik meteen dat het iets voor mij was. Ik was dertien en vond het leuk om een beetje te stunten met de rolstoel, dus daar was ik al heel handig mee.”
Jelmer ging competitie spelen en stroomde daarnaast al snel door naar Jong Oranje. “Ik trainde op Papendal in Arnhem onder leiding van Irene Sloof, dat was echt superleuk. Op mijn vijftiende ben ik op Papendal gaan wonen, waar ik het CTO-programma deed (Centrum voor Topsport en Onderwijs - red.). Dan ben je de hele week aan het trainen. Intussen moet je nog wat studeren; voor mij was dat al snel niet meer te combineren. Vanaf mijn zestiende maakte ik mijn debuut in het Nederlands team.”
Volwassen geworden
Als tiener van vijftien buitenshuis gaan wonen, hoe is dat? Jelmer: “Mijn moeder had er meer moeite mee dan ik. Het leek me vooral een groot avontuur om veel met basketbal bezig te mogen zijn. Ik had de droom om bij het Nederlands team te komen, dus daar ging ik voor. In die vier jaar ben ik eigenlijk volwassen geworden.”
Achteraf gezien was die periode een goede voorbereiding op zijn tijd in Spanje. Jelmer: “Tijdens een Europacup, waar we overigens behoorlijk werden weggespeeld als Nederlandse club Devedo uit Ermelo, speelde ik een goede wedstrijd tegen een Spaanse ploeg. Zij vroegen me vrij snel na de wedstrijd of ik interesse had om bij hen te komen spelen.” Hij speelde een jaar lang voor een club in Badajoz. Hij moest opnieuw beginnen in een ander land en in een team waar hij niemand kende, wat niet gemakkelijk was. “Ik moest er maar op vertrouwen dat het goed zou komen. Het basketbal was erg leuk, maar de organisatie van de club was niet professioneel. Het was lastig om daarmee om te gaan. Maar uiteindelijk is het voor mij een goede entree geweest in de Spaanse competitie.”
Na een jaar maakte hij een transfer naar Club Baloncesto Silla de Ruedas in Valladolid. Inmiddels voelt hij zich daar helemaal thuis. “Ik speel veel minuten en heb een grote rol als leider in het team. Ook ben ik momenteel degene die het langste bij de club speelt. Dus ik voel me wel verbonden.” Dat is ook te zien aan zijn prestaties: hij scoorde een hoog gemiddeld puntenaantal en haalde vorig jaar zelfs een recordaantal punten in een wedstrijd, maar liefst 43.
Op maat gemaakt
Tijd voor een kleine uitleg: hoe ziet zo’n wedstrijd rolstoelbasketbal er eigenlijk uit? Jelmer laat een stukje van een gefilmde wedstrijd zien. Wat opvalt is hoe dynamisch dat eraan toegaat, met spelers die op topsnelheid bewegen en zelfs af en toe uit hun rolstoel vallen. “De rolstoel zelf heeft schuine wielen en is heel wendbaar en licht”, legt hij uit. “Het gewicht wordt vooral gevormd door de spelers zelf, die een in verhouding groot en zwaar bovenlichaam hebben. De spelers vallen er daarom ook vaak uit.” De teams worden zo samengesteld dat ze een combinatie vormen van spelers met zwaardere en lichtere handicaps. Iemand met een dwarslaesie is bijvoorbeeld minder beweeglijk dan iemand als Jelmer, die een onderbeen mist.
Jelmer van Brunschot heeft zijn rolstoel kunnen aanschaffen vanuit Sport Fryslân. “Het Foppe Fonds heeft daarbij geholpen en Udiros heeft geld ingezameld. Heel fijn dat ze dat wilden sponsoren, want zo’n stoel is niet goedkoop”, weet hij. De rolstoel is voor Jelmer persoonlijk gemaakt in Engeland. “Al mijn maten werden opgemeten, ik gaf mijn voorkeuren aan en op basis daarvan werd er een ontwerp gemaakt. Ik heb mijn stoel al drie jaar en de kwaliteit is geweldig.”
Europacup
De sport is voor Jelmer een voltijd baan en hij is hier dan ook de hele dag mee bezig. ’s Ochtends doet hij krachttraining en schiettraining, ’s avonds is er een teamtraining. “Wanneer ik thuiskom, moet ik dan nog eten, meestal is dat pas tegen elf uur. Maar in Spanje is dat heel normaal.” Het weekend staat in het teken van de wedstrijden. “Met een bus gaan we naar het stadje toe waar we spelen. Soms gaan we in een dag op en neer, maar het komt ook voor dat we drie dagen onderweg zijn.”
BSR Valladolid doet het tot nu toe goed in de competitie. “Onze doelstelling voor deze seizoenshelft is om de top acht van Spanje te halen, waarmee we ons kwalificeren voor de bekerfinale. Daarnaast doen we mee aan de Europacup. We hopen ons te plaatsen voor de eindronde in Spanje.” De competitie loopt tot juni en de zomermaanden brengt Jelmer vaak in Nederland door. Vaak speelt hij dan met het Nederlandse team mee op Papendal. “Ik merk wel dat het zwaar is om na de competitie in Spanje meteen door te gaan met basketballen. Je hebt dan weinig tijd om uit te rusten en om familie te zien. Misschien is het ook wel goed om wat rustiger aan te doen deze zomer.” Ook zijn rol in het Nederlands team vindt Jelmer lastig. “Als ik ergens speel wil ik graag een positieve impact hebben op het team. In dit team lukt dat niet goed door de keuzes die worden gemaakt. Daar heb ik geen invloed op, maar ik moet er wel mee dealen.”
Bordje eten
Zijn vriendin Claudia leerde Jelmer óók kennen via de sport. “Zij studeerde psychologie en via onze teampsycholoog kwam ze bij een training kijken. Ze heeft me geholpen met mijn Spaans en uiteindelijk kregen we een relatie. In Spanje is familie heel belangrijk en daarom gaan we samen vaak bij haar familie op bezoek.” De twee wonen samen. “Erg gezellig”, vindt Jelmer. “Tussen de middag komt ze altijd thuis van haar werk. Ik vind het leuk om haar dan te verwennen met een bordje eten. Claudia is heel positief, maakt mij altijd aan het lachen als ik er even doorheen zit.”
Sporten geeft plezier
Als Jelmer in de zomermaanden thuis is, geeft hij vanuit Sport Fryslân vaak clinics aan kinderen. “Dat vind ik echt geweldig om te doen. Voor mij is sport altijd heel belangrijk geweest en ik wil graag overbrengen hoeveel plezier sporten geeft.”
In zijn eigen leven is dat nog steeds een belangrijk uitgangspunt. “Ik presteer het beste als ik het met een glimlach kan doen. Dat geldt voor trainingen, maar ook voor wedstrijden; ik speel de beste wedstrijden als ik goed in m’n vel zit. Contact met familie en vrienden, naar mijn schoonfamilie gaan, voetbal kijken, dat soort dingen helpen mij om die balans goed te houden. Als ik er plezier in heb, geniet ik het meest van alles wat ik doe.”












