Algemeen

Johan Spin is ‘Hooked’ aan de blues: “Had mij vanaf de eerste seconde te pakken”

Johan Spin, 72 jaar, geboren en getogen in Heerenveen, is sinds twee jaar met zijn vrouw Lena wéér inwoner van ‘Het Friese Haagje’, na een uitstapje van een halve eeuw ‘om útens’. Daarmee is zijn geboorteplaats een ‘eredivisionist’ op het gebied van ‘de blues’ rijker. Het Belgische bluesmagazine ‘Back to the Roots’ recenseerde zijn boek ‘Reizen door het land van de blues’, dat hij schreef naar aanleiding van een aantal roadtrips door de diep zuidelijke staten van Amerika als “het beste Nederlandstalige boek over blues ooit”. Alhoewel Spin zelf dat te veel eer vindt, mag hij met inmiddels twee publicaties en een derde ‘op de rails’ toch wel tot de echte kenners worden gerekend. Een ‘petear’ met bluesverslaafde Johan Spin.

Johan Spin
Johan Spin FPH - Mustafa Gumussu


Johan Spin is in 1952 geboren in Heerenveen. “In een ‘gribus van een woning’ aan de Kerkstraat in Heerenveen”, zoals hij het zelf zegt. “Een krot dat toen al op de nominatie stond om te worden gesloopt. Mijn vader kwam uit Steenwijk uit een rood SDAP-nest en was weduwnaar toen hij met mijn moeder trouwde. Zij was een echte Friezin en leunde sterk op de Baptistenkerk in Heerenveen, waar mijn vader niet veel van moest hebben.”

‘Ik zie luizen lopen…’

“Mijn moeder bepaalde het reilen en zeilen in het gezin, dus moest ik naar de christelijke lagere school. Ik herinner mij dat wij daar in het laatste jaar in groepen werden ingedeeld, die uiteindelijk in belangrijke mate je toekomst bepaalden. Ik zat in de HBS-groep, maar had het gevoel dat ik daar niet tussen paste. Er was in ons gezin, een uitvloeisel van mijn vaders SDAP-opvoeding, sprake van een zeker klassenbewustzijn. Ik heb hemel en aarde bewogen om niet naar de HBS te hoeven en mocht uiteindelijk naar de christelijke mulo.”

Niet dat dat een onverdeeld succes werd. De pubertijd sloeg bij Johan in alle hevigheid toe. Het haar werd langer, gevolgd door generatieconflicten en verzet tegen het christelijke karakter op school. Johan: “Als je qua geloof of gedrag niet helemaal binnen de lijntjes kleurde, had je daar een probleem. Ik was trots op mijn lange haar dat ik iedere dag waste, maar sommige leraren pestten je en ‘zagen luizen lopen’. In het vierde en laatste jaar bereikte die pestcampagne zijn hoogtepunt, toen mij werd medegedeeld dat mijn aanwezigheid op ‘de christelijke’ niet langer gewenst was.”


Johan Spin - FPH - Mustafa Gumussu

De redding

“Dan maar instromen op ‘de openbare’ en daar examen doen. Althans dat dacht ik, want op de openbare mulo kreeg ik te horen dat er helemaal geen examen voor mij was aangevraagd. Een nogal wrang afscheidscadeautje. Ik moest dus starten in de derde klas met als gevolg dat ik er helemaal met de pet naar gooide, overal tegen was, bleef zitten en uiteindelijk voor de derde keer het derde jaar over moest doen.

Toen ik net zeventien was kwam ik Lena tegen, mijn toekomstige vrouw. Zij is mijn redding geweest. We besloten met zijn tweeën de havo-top te doen aan de kweekschool in Heerenveen. Daar gingen we als een speer doorheen. Lena ging studeren in Tilburg aan de Bibliotheek- en Documentatie Academie. Ik reisde haar achterna om daar de avondversie van het atheneum te doen. Na het afstuderen van Lena zijn we verhuisd naar Friesland waar ik aan de Agogische Academie Friesland in Leeuwarden de specialisatie opbouwwerk heb gedaan.”

Snel ‘pingpongen’ in het opbouwwerk

Na de sociale academie werd Johan Spin als opbouwwerker aangenomen in de groeistad Lelystad. Het zijn de vroege jaren zeventig en in Lelystad komen nieuwe wijken, nieuwe samenlevingsvormen, met veel import uit Amsterdam. Johan: “Mensen die van een driekamerflatje driehoog achter in een ruim rijtjeshuis kwamen. Ad rem, nooit om een antwoord verlegen en voorzien van een flinke dosis Amsterdamse mentaliteit. Dat was dus heel snel ‘pingpongen’. Dat heb ik bijna tien jaar gedaan.

Daarna werd ik gevraagd om hoofd opleidingen te worden van het Centrum Vakopleiding Flevoland. De opkomst van de ROC’s zorgde echter voor het einde van de Centra Vakopleiding. Ik zag dat tijdig aankomen en heb gesolliciteerd naar een vacature stadsdeelmanager in Lelystad. Om een lang verhaal kort te maken: ik werd aangenomen en zag onder een nieuw politiek regime na zes jaar de stadsdeelmanager wegbezuinigd worden. Ik was inmiddels projectleider, werd gevraagd beleidsadviseur te worden en ben in die hoedanigheid werkzaam geweest tot mijn pensionering.”

Na vijftig jaar terug in Heerenveen

In 1972 vetrokken Johan en Lena uit Heerenveen en in 2022, vijftig jaar later, inmiddels een dochter en drie kleindochters rijker, keerden ze er terug. Johan: “Er was een belangrijk moment, dat voor ons beiden bepalend was. Tijdens een middag ‘sneupen’ in het centrum van Heerenveen liepen wij naar binnen bij boekhandel Binnert Overdiep, waar wij vijftig jaar eerder een groot deel van ons schamele zakgeld spendeerden aan boeken. Dat vormde voor ons toen een soort paradijs. We keken elkaar aan en kwamen eigenlijk zonder woorden tot de conclusie dat de terugkeer naar Heerenveen goed zou zijn.”

En met de terugkeer van Johan Spin naar het Friese Haagje werd Heerenveen ook een schrijver rijker. Johan Spin publiceerde al meerdere artikelen en boeken over de regio Heerenveen in de Tweede Wereldoorlog. En hij schreef over muziek, want als onvolprezen ‘babyboomers’ hadden Johan en Lena het voorrecht de muzikale revolutie van de zestiger jaren in zijn volle hevigheid en op de eerste rang mee te maken.


Johan Spin - FPH - Mustafa Gumussu

Hoe het zaadje werd geplant

De muziek van de Beatles, de Stones, Bob Dylan, de Byrds, Animals, Outsiders, Q65, Lovin Spoonful, het heeft een prominente rol in het leven van Johan en Lena gespeeld.

Johan: “Ik vond het opvallend dat je bij bestudering van de labels op de elpees heel vaak - en tussen haakjes - de naam W. Dixon tegenkomt. Dus heb ik mij in die persoon verdiept.” Willie Dixon (1915-1992) bleek een zwaargewicht in de blueswereld; bassist, pianist, zanger, componist, songwriter en producer van niet alleen eigen werk, maar vooral songwriter en producer voor veel muziekgrootheden. En toen werd er een zaadje geplant bij Johan. “We zijn in die periode naar veel concerten van de Stones geweest, naar festivals, waren vaak te vinden in de Melkweg en Paradiso in Amsterdam. Met het vorderen der jaren nam Lena de afslag naar de klassieke muziek, terwijl ik in de Americana-hoek bleef hangen, en verder terug, naar de roots van de bluesmuziek. Met niet alleen belangstelling voor de muziek, maar meer zelfs: naar de bron van die muziek. Het leven van de mensen die aan de basis ervan hebben gestaan.”

Roadtrip door het Diepe Zuiden

“Ik heb altijd de droom gehad om in het diepe zuiden van de Verenigde Staten op zoek te gaan naar de roots van de bluesmuziek. Maar dat bleef een droom. Tot ik in 2002 een hartinfarct kreeg. Ik dacht toen dat het leven nooit meer zoals vroeger zou worden. Gelukkig had ik het bij het verkeerde eind. Toen ik weer aardig op weg was de oude te worden zei Lena tegen mij: ‘Het wordt tijd dat jij voorbereidingen gaat treffen om je droom te realiseren’. Om een lang verhaal kort te maken: in 2005 ben ik samen met een vriend in het vliegtuig gestapt om een roadtrip te maken door de staten waar de wieg heeft gestaan van de blues. Ik wist precies wat ik wilde, waar ik naartoe wilde, wat ik wilde horen en zien. Het was bedoeld als een eenmalige pelgrimstocht, maar het had mij vanaf de eerste seconde te pakken; het werd een verslaving; ik was ‘hooked’.

De vriendelijkheid en gastvrijheid van de mensen, de muziek, de talloze kleinschalige festivals van zestig tot honderd mensen, het plezier dat de muzikanten en hun publiek zowel aan het maken van als het luisteren naar hun muziek beleefden. Het zit gewoon in hun DNA en dat werkte mijn verslaving in de hand. Daarnaast hebben we in 21 dagen 22 musea bezocht, waarbij wel vermeld moet worden dat sommige van die musea niet groter zijn dan mijn woonkamer.”


Johan Spin - FPH - Mustafa Gumussu

Jukejoints en rauwe blues

“Twee jaar later was ik alweer terug in Amerika en sinds die tijd laaf ik mij met enige regelmaat, inmiddels zeven keer, aan mijn verslaving. In Texas, in Tennessee, in Alabama, Arkansas en Mississippi. Lena hoefde niet zo nodig mee, maar genoot wel enorm van de verhalen waar ik mee thuis kwam. Ik ging naar jukejoints, ook wel barrelhouses genoemd, waar blues in zijn rauwe en zuiverste vorm werd gespeeld. Donkere en groezelige gelegenheden waar de vroegere plantagearbeiders na een week hard werken ontspanning zochten en elkaar te ontmoetten.

Stel je een ruimte voor van dertig vierkante meter, waar alleen bier wordt verkocht, een sleets Perzisch tapijt op de grond, een drumstel en een of meer gitaristen, en blues, blues, blues. En in die beperkte ruimte werd nog gedanst ook. Dat waren hele bijzondere ontmoetingen. Ik maakte daar zoveel mee dat ik al die verhalen heb gebundeld in de boeken ‘Reizen door het land van de blues’ en ‘Geluiden uit het Diepe Zuiden’ en op dit moment werk ik aan een boek over de laatste twee bezoeken.”

Geen vast reisplan

“Mijn reizen maakte ik nooit volgens een vast reisplan. Ik wist alleen waar ik de eerste nacht na aankomst zou overnachten. Dat betekent overigens niet dat ik als een kip zonder kop rondreed tijdens mijn bezoeken. Al jaren voor mijn eerste reis verzamelde ik alles wat los en vast zat over deze streek. Dat resulteerde uiteindelijk in een 150 pagina’s dik document waarin ik per plaats heb geïnventariseerd wat er speelde, met  historie, bezienswaardigheden, interessante wetenswaardigheden, artiesten, festivals, noem het maar op.”


Johan Spin - FPH - Mustafa Gumussu

Meer dan alleen muziek

En dat resulteerde heel vaak in niet geplande ontmoetingen met interessante mensen die mij uit de eerste hand prachtige verhalen wisten te vertellen, mij meetroonden naar een interessant museumpje en mij heel veel aanvullende informatie gaven over hun ‘blueshelden’. Of ze vertelden over een stukje historie van het pijnlijke verleden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten: de slavernij, de rassendiscriminatie, de onderdrukking en de armoede; ontwikkelingen die stuk voor stuk aan de basis hebben gestaan van de ontwikkelingsgeschiedenis van de blues.

In mijn boeken vormt de muziek de rode draad, maar het gaat ook over allerlei maatschappelijke kwesties. Ik had niet verwacht dat die combinatie in mijn boeken veel mensen zou aanspreken. Maar gezien de belangstelling viel dat nogal mee en de recensie van het Belgische bluesmagazine ‘Back to the Roots’ loog er ook niet om. Alhoewel ik dat een beetje te veel eer vind, ben ik er ook best wel trots op.”