Sport

Synchroonzwemster Mireille Krist (12) “Mijn grote droom is de Olympische Spelen”

HEERENVEEN - Mireille Krist uit Heerenveen is twaalf jaar en doet aan synchroonzwemmen. En niet zomaar als hobby, maar op hoog niveau. 

“Mijn grote droom is de Olympische Spelen”
“Mijn grote droom is de Olympische Spelen” Foto: FPH

Ze traint bij de nationale selectie en werd onlangs vierde op een landelijke wedstrijd in categorie AGE1 (10-12 jaar). In haar sport steekt ze heel wat uren training. In Sportstad, maar voornamelijk in Hoofddorp waar de nationale selectie traint. Dat is niet alleen een uitdaging wat reistijd betreft, maar vooral ook financieel. Haar moeder Nellie Kooistra leeft van een klein inkomen en heeft moeite om alle kosten op te brengen die er bij het synchroonzwemmen komen kijken. Toch doet ze haar uiterste best om de sport voor Mireille mogelijk te maken. “Ik heb het ervoor over, omdat Mireille er zo gelukkig van wordt.”

Tijdens een training in Sportstad Heerenveen mogen we een kijkje nemen bij Mireille. Dinsdag is de enige dag dat Mireille nog in Heerenveen traint, onder begeleiding van haar moeder. Op donderdag, vrijdag en zaterdag traint ze in Hoofddorp. Hier wordt ze klaargestoomd voor een plekje in het nationaal team en ligt deelname aan EK’s, WK’s en misschien zelfs de Olympische Spelen binnen de mogelijkheden.

Strak en sierlijk

“Synchroonzwemmen is als sport heel onbekend”, zegt moeder Nellie Kooistra. “Mensen denken soms dat het heel makkelijk is, maar het is juist ontzettend moeilijk. Het is een combinatie van zwemmen, ballet en turnen. Er komt enorm veel kracht bij kijken, maar ook lenigheid en ritmegevoel. Bij het ‘balletbeen’ houd je bijvoorbeeld een been omhoog, terwijl de rest van je lichaam blijft drijven. Dat ziet er simpel uit, maar zelfs wedstrijdzwemmers kunnen dat niet.” “Eigenlijk is het een compliment als mensen denken dat het makkelijk is, want je moet het eruit laten zien alsof het heel eenvoudig is”, legt Mireille zelf uit.

Mirelle Krist begon met synchroonzwemmen toen ze vier was. “Mijn zus zat er al op. Ik wilde eigenlijk op boksen of judo. Maar toen ik bijna mijn zwemdiploma had, mocht ik een keertje meedoen en toen vond het helemaal geweldig.” Acht jaar later vindt ze dat nog steeds. En ze vindt het leuk dat synchroonzwemmen zo’n bijzóndere sport is. “Ik vind het leuk dat ik mijn energie erin kwijt kan en dat ik steeds beter kan worden. Je leert steeds moeilijker oefeningen te doen. En ik vind het leuk dat je alles strak en sierlijk moet doen.”

Vorig jaar werd Mireille door haar club HZ&PC aangemeld voor de selectie van de KNZB. Na een proeftraining en een proefperiode werd ze aangenomen. Nellie: “Je wordt dan opgeleid om naar de Olympische Spelen te gaan over vier of acht jaar.” Mireille’s ogen beginnen te glimmen, want deelname aan de Olympische Spelen is voor haar de stip op de horizon. 

Vijf uur trainen

Maar voor het zover is, moet er nog veel en vaak getraind worden. Synchroonzwemmen is een intensieve sport. De trainingen in Hoofddorp hebben een lengte van vier á vijf uur, vertelt Nellie. “Ze beginnen met maar liefst tweehonderd banen inzwemmen. Daarna wordt er vooral veel techniek geoefend. De verschillende figuren moeten allemaal goed in het hoofd zitten, want voor een zogeheten ‘techniekwedstrijd’ hoor je pas een paar dagen van tevoren welke figuren de zwemmers moeten laten zien.

Nellie: “Alle zwemmers moeten dan hun figuren laten zien en krijgen daar punten voor. Net als bij turnen let een jury dan op allerlei zaken: is de hoogte goed? Zijn de hoeken precies negentig graden? Zijn de knieën goed doorgestrekt? De spierspanning willen ze ook goed kunnen zien. Bij voldoende punten mag je naar het Nederlands Kampioenschap. Mireille heeft tot nu toe bij iedere wedstrijd haar punten gehaald, dus ze heeft er meer dan genoeg.”

Net niet recht

Het kost veel trainingstijd om de uitvoering perfect te laten zijn. “Het is soms wel frustrerend als ik een figuur niet in een keer kan uitvoeren,” bekent Mireille, “maar dan ga ik net zolang door tot het lukt. Dat gevoel is zó fijn. En ik vind het leuk om de puntjes op de i te zetten, tot het helemaal perfect is.”

Een lastige oefening is bijvoorbeeld ‘de spin’, waarbij je een aantal keren om je eigen as draait. Mirelle duikt het water in en doet het even voor. “Kijk, ze staat net niet helemaal recht,” zegt Nellie. Vervolgens instrueert ze haar dochter: “Je moet de draai pas inzetten wanneer je helemaal recht staat.” In het water is niet altijd goed te voelen of je precies verticaal staat. Daarom is het ook heel belangrijk dat er vanaf de kant iemand meekijkt. Mireille: “Soms denk ik dat ik helemaal goed sta en dan zegt mijn moeder dat dat niet zo is. Of juist andersom.”

In de trainingen moet er ook veel onder water worden gezwommen, om de longen te trainen. Twee baantjes onder water redt Mireille makkelijk. Maar: “Dat is best wel saai. Dan heb ik het gevoel dat ik niks aan het doen ben.”

Focussen op jezelf

Naast de techniekwedstrijden zijn er de uitvoeringswedstrijden: het zogenaamde ‘dansen in het water’. Dat kan als solo, duo of met een groep. Mireille zwemt nu alleen een solo, maar ze mag misschien aansluiten bij een groep in Hoofddorp. Daar zijn nu plekjes vrij waar zij voor in aanmerking komt. Het is heel spannend of dat doorgaat, want dan zou ze ook wedstrijden mogen gaan doen in Praag en in Portugal.

Bij een wedstrijd eindigt ze meestal in de top drie, maar soms gaat het niet helemaal goed. “Zo’n wedstrijden vergeten we maar”, zegt Nellie. “Het oordeel van de jury snapten we ook niet helemaal. En de volgende keer gaan we er weer opnieuw voor.” De avond voor een wedstrijd ligt Mireille vaak wel een poosje wakker. “Dan lig ik te denken aan wat er allemaal gaat gebeuren, hoe mijn dag zal gaan.” Voor de komende periode is dat een leerdoel van haar dochter, stelt moeder en trainster Nellie. “Om bij een wedstrijd meer te focussen op zichzelf, dan op wat er allemaal gaat gebeuren.” Tijdens de wedstrijd zelf verdwijnen de zenuwen helemaal. Mireille: “Dan ben je vooral bezig met wat je moet doen. Misschien komt het omdat de spanning weggaat door het water. En je ziet ook niemand als je onder water bent.”

Huiswerk in de auto

Mirelle zit in de eerste klas van OSG Sevenwolden. Ze heeft een topsportstatus, waardoor ze tijdens schooltijden kan trainen. “Op donderdag en vrijdag mag ik altijd om twaalf uur weg van school en dan stappen we in de auto naar Hoofddorp. Het is een uur en drie kwartier rijden. In de auto maak ik mijn huiswerk. Dat is soms wel lastig, want soms gaan we door de bocht en worden mijn boeken aan de kant geslingerd.” Naast school en sport is er weinig tijd voor andere zaken waar tieners zich mee bezighouden. “Toen mijn moeder laatst ziek was, kon ik niet naar de training en had ik tijd om even met vriendinnen de stad in te gaan. En ik heb een folderwijk, zodat ik zelf ook wat kan bijdragen aan de kosten van het zwemmen. Een deel mag ik zelf houden en een deel gaat naar de benzine, kleding of andere dingen.”

900 kilometer per week

Het topsportleven van Mireille Krist is niet alleen intensief voor haarzelf, maar ook voor moeder Nellie. Op dinsdag geeft zij Mireille haar training, omdat er dan niemand van haar leeftijd en niveau traint. Ze is geen officiële trainster van de KNZB, maar: “ik doe mijn best.”

En dan zijn er de volle dagen waarop Nellie in totaal 900 kilometer per week naar Hoofddorp heen en weer rijdt. Tijdens het wachten kookt ze een maaltijd op het campingtoestelletje naast de auto, want ze rijden pas rond etenstijd terug. “Dat is de goedkoopste optie. Vaak verklaren mensen me voor gek omdat ik dit allemaal doe. Maar ik heb het ervoor over, omdat Mireille er zo gelukkig van wordt. Dit is waar ze voor leeft.”

Financieel is het voor het gezin bijna niet op te brengen om het synchroonzwemmen op dit niveau mogelijk te maken. “We leven van heel weinig geld, halen eten bij de Voedselbank. Alles wat ik heb, gebruik ik voor de sport. De benzine kost geld, maar ook de kleding, contributie, inschrijving voor wedstrijden, enzovoort. Er is wel wat subsidie van stichting Leergeld en van de Yvonne van Gennip-stichting, maar dat is niet toereikend. We zouden een sponsor heel goed kunnen gebruiken. En helemaal als ze straks internationale wedstrijden mag gaan doen.” Andere oplossingen zijn voorlopig nog niet in zicht. Over enkele jaren is er misschien een mogelijkheid om in Eindhoven intern te gaan wonen, leren en trainen. “Maar daar willen we nog niet aan denken.”

Grote droom

“Ik doe mijn uiterste best om haar hiermee door te laten gaan. Ze heeft deze kans, die krijg je niet zomaar. Ze heeft het talent, de wil en het plezier. Ik zou het zo jammer vinden als de reden om te stoppen zou zijn dat we het niet kunnen betalen. Als ze niet meer wil, of niet voldoende talent heeft, is het wat anders. Maar stoppen vanwege de financiën, dat zou ik echt heel moeilijk vinden.”

Mireille komt bij haar moeder zitten. “Mijn grote droom is om naar de Olympische Spelen te gaan,” vertelt ze geëmotioneerd. “Het zou heel mooi zijn als ik een sponsor zou krijgen. Ik ben bang dat ik anders moet stoppen. En ik wil heel graag blijven zwemmen.”

“Mijn grote droom is de Olympische Spelen”