Dressuuramazone en Aeres-docente Kim Jacobi: “Lukt het niet linksom, dan rijd je een keer rechtsom en als dat niet lukt ga je rechtdoor”
KATLIJK - Als docente maatschappijleer op de Aeres vmbo-opleiding in Heerenveen, dressuurinstructrice en paardentrainster houdt Kim Jacobi uit Katlijk verschillende ballen hoog.

Ondanks dat niet alles van een leien dakje ging de afgelopen jaren, staat ‘opgeven’ niet in het woordenboek van gedreven paardriijdster. Waar haar carrière begon op de stoutste pony’s, liet ze later haar droom uitkomen door met haar zelf gefokte ‘achterblijvertje’ Après Minuit het hoogste niveau in de dressuursport te bereiken.
Klein beginnen
Net zoals bij de meeste ruiters, is het ook bij Kim letterlijk klein begonnen. Toen ze zes jaar was, stond veehandelaar Eelke Kruis voor haar deur met de legendarische woorden: “Ik heb een pony voor je.”
“Newton, heette hij”, begint Kim Jacobi lachend te vertellen. “Een shetlander die mijn ouders voor mij gekocht hadden. Achteraf hoorde ik dat mijn vader tegen Kruis gezegd had dat hij niet de makste pony mee moest nemen, want hij verwachtte dat ik er op deze manier snel klaar mee zou zijn. In het begin reden we samen door de tuin, later reden we in een weiland naast de boerderij. Op het moment dat Newton achter in het weiland was, rende hij hard terug naar de uitgang en gooide hij zijn billen naar de zijkant, waardoor ik er regelmatig naast lag. Op het moment dat ik er erop klom, begon het riedeltje weer opnieuw.”
Rijden met het hoedje op
Opgeven was destijds al geen optie voor Kim. Omdat haar ouders ook zagen dat ze het paardenvirus niet meer los kon laten, kreeg ze na haar shetlander Newton en haar C-pony een grote pony waar ze ook daadwerkelijk de sport mee in kon. Kim: “Jacky was destijds negentien jaar oud; hij had met zijn vorige eigenaar al op hoger niveau gelopen. Met hem ben ik bij de ponyclub De Tjongerruiters in Oranjewoud gegaan en reed ik mijn eerste streekwedstrijdjes in de welbekende foeilelijke oranje clubtrui. Hier mochten we ook parade rijden en ik weet nog dat Jacky dan altijd keihard ging. Dat is echt nostalgie nu, maar hier is wel mijn ambitie voor de sport ontstaan. Met die streekwedstrijden had je altijd een mevrouw die vooropreed met een hoedje op. Vanaf jongs af aan wist ik het: dit wilde ik ook!”
Helaas was pony Jacky al wat ouder, dus het Z2 - en dus het hoedje - behalen lukte niet meer. Daarom kocht Kim de talenvolle vijfjarige Bernsteiners Beau bij Stal Dijkstra in De Knipe. “Het was niet de makkelijkste pony, maar ik zag gelijk wat in hem én was ondertussen al wat gewend door Newton. Beau kon enorm bokken en ik heb er ook veel naast gelegen, maar het was een hele goede pony en uiteindelijk zijn we Z2 en Fries kampioen geworden. Dit was echt de pony die mij het hoedje heeft bezorgd.”
Een ‘achterblijvertje’ op de Grand Prix
Het doel om het hoedje op te mogen met rijden was bereikt. Toch was stilzitten absoluut geen optie voor Kim. Op haar achttiende maakte ze de overstap van de pony’s naar de paarden en kocht ze de alfamerrie Ramona. Kim: “Ondanks dat we niet veel met de fokkerij hadden, vonden we het een heel goed paard. Met Ramona heb ik het ZZ-licht bereikt, maar vlak voordat we de subtop in zouden, raakte ze geblesseerd. We besloten Van de Lageweg, een bekende hengsthouder hier in de buurt, te benaderen met de vraag of hij nog een goede hengst had staan. Prestige was toen een jonge, talentvolle hengst. Helaas werd het eerste veulen veel te vroeg, levenloos, geboren.”
Bij de tweede dekking ging het wel goed en werd Après Minuit geboren. “Appie was klein, mager, wilde niet drinken; alles wat mis kon gaan bij de bevalling, ging mis. Uiteindelijk heeft hij het allemaal gered, maar het bleef een beetje een achterblijvertje. Op de veulenkeuring werd hij laatste, maar achteraf is het waarschijnlijk het enige paard uit die rubriek die het tot de Grand Prix geschopt heeft”, grinnikt Kim Jacobi.
De smaak te pakken
Kim wilde haar eerste zelf gefokte veulen niet opgeven en gaf hem alle tijd om uit te groeien, voordat ze besloot om hem te gaan trainen. “Op vijfarige leeftijd was hij net 1,60 meter, dus hij was erg klein. De eerste tijd ging het goed, maar toen hij zich rond zijn achtste begon te ontwikkelen kregen we de smaak te pakken. We werden kampioen in het Z1 en vanaf toen zaten we zomaar in de subtop. Met veel lessen bij Marjo Corporaal en Alex van Silfhout reed ik Appie naar het ZZ-Zwaar en liep hij op zijn tiende al Grand Prix. Dat voelt nog steeds heel bijzonder, helemaal omdat ik hem ook zelf gefokt heb. Het is een heel leuk en grappig paard en ik ken hem door en door.”
“Grand Prix rijden is op school het examen halen”
Ondanks dat Jacobi zowel nationaal als internationaal meedraait in de sport, haar eigen trainingsbedrijf heeft, voorzitter is bij een fokvereniging en bestuurslid bij Eigenaar Zoekt Ruiter – Noord Nederland, focust ze zich niet alleen maar op de paarden. “Paardrijden is mijn hobby, lesgeven is mijn werk”, legt ze uit. “Dit kost tijd, maar ik vind het echt onwijs leuk. Stiekem vergelijk ik de leerlingen op school wel eens met paarden, waar mijn collega’s dan weer om moeten lachen. Op het moment dat ze in klas drie vers uit de onderbouw komen, zijn ze vaak aan het puberen en ontdekken ze wat ze leuk vinden. Samen werken we vanuit daar naar een doel toe: ze moeten op stage gaan en hun examen halen. Uiteindelijk is dit ook wat je met je paard doet.
Op het moment dat ik een nieuw paard rijd, begin ik met het doel om de Grand Prix te halen. Grand Prix rijden is op school het examen halen. Lukt het niet linksom, dan rijd je een keer rechtsom en als dat niet lukt ga je rechtdoor. Met leerlingen is dat ook zo: werkt het één niet, dan werkt het ander wel. Uiteraard blijft het hoofddoel: plezier. Ze moeten plezier hebben in wat ze doen en lekker in hun vel zitten.”






