Guillaume Visser in het spoor van pake Willem - De klop op de deur
HEERENVEEN - Het is 23 juni 2024. Een mooie zondagmiddag in de buurt van Arnhem. Daar wordt het Nederlands Kampioenschap wielrennen voor mannen op de weg in de so called ‘elite categorie’ verreden. Dat is een categorie waar de spaarzame profwielrenners, die nog aan dat kampioenschap mee kunnen doen, geconfronteerd worden met een groep wielrenners in opkomst. De amateurs of halve amateurs die aan de deur van de profs kloppen.

Een paar rondjes voor het einde vertrekken er vier man uit het peloton, wat zich op lijkt te maken voor de sprint. Visma/Lease a bike-coureur Mick van Dijk gaat toch voor de zekerheid mee als ene Guillaume Visser ontsnapt. Hij moet de sprint van Olav Kooij beschermen. Alcepin-renner Oscar Riesebeek gaat behoedzaam mee met de mee-springende amateur Jasper Haest. Haest en Visser zetten echt aan. De vlucht lijkt ineens ook nog wel wat te worden. Het parcours is evenwel zwaar, maar Guillaume Visser uit Heerenveen is vol zelfvertrouwen en vraagt enigszins geïrriteerd Van Dijk en Riesebeek meermalen om ook eens over te nemen. Die schudden het hoofd. Visser moet uiteindelijk de kopgroep het eerst loslaten, Haest haalt het ook niet. Groenewegen wint de sprint voor de beschermde mannen Kooij en Sinkeldam.
Voor Guillaume Visser (24) uit Heerenveen zit er niet meer in dan de 34ste plaats. Maar hij heeft wél een geweldige klop op de deur van het echte profwielrennen gegeven.
Schaatsen
Na die Nederlandse kampioenschappen in juni reist Guillaume Visser onmiddellijk naar Polen om daar een etappekoers te rijden. Hij doet dat redelijk, maar er valt niets te winnen, het zijn allemaal sprintetappes. Dus krijgt hij pas weer een blos op z’n gezicht als we weer op dat kampioenschap terug komen. Hij glimlacht breed. Guillaume Visser is een eigenlijk altijd heel vriendelijke jongen.
Slechts één keertje kijkt hij tijdens het gesprek wat bedrukt. Dat is als hij zegt dat hij in feite wat te laat begonnen is met dat wielrennen. Aan de andere kant was het ook wel weer logisch dat hij eerst koos voor schaatsen. Zijn woonplaats Heerenveen heeft immers de meest ideale ijsbaan van de wereld. Schaatsen wilde echter niet optimaal. Toen keek Guillaume eens in het familiealbum en wist dat hij wielrennen moest kiezen.
Pake Willem
Want in dat familiealbum stond een verhaal van de man die Willem Visser heette. Zijn grootvader. Die is in 2007 overleden, maar Guillaume kan zich hem nog goed herinneren. Pake Willlem heeft bijna vijftig keer de Elfstedenfietstocht op tweede pinksterdag gefietst. Willem Visser zat ook in de organisatie daarvan. Was oprichter van de wielervereniging Sneek en was van grote waarde voor de organisatie van het wielrennen in deze streek. Jaarlijks wordt er nog een Willem Visser Memorial gereden op de fietsbaan in Sneek. Overigens zat Willem Visser ook in de schaatswereld. Guillaume, die ook al vaak weer Willem wordt genoemd, nam de erfstukken dus over.
![]()
Guillaume met opa Willem
“Beter is leuker”
Guillaume Visser meldde zich op zeventienjarige leeftijd aan als lid van diezelfde wielervereniging. Maar werd ook lid van die van Dachten. Daar was immers de Kapenga jeugdploeg. Daar leerde je de stappen in de fietswereld. Visser vindt dat nog steeds een leuk, maar ook leerzaam begin. Hij leerde snel, kwam in het Cycle Team Friesland terecht. Weer stappen zetten, want: “Beter is leuker.” Beter betekende een razendsnelle ontwikkeling; de ploegen stonden voor hem klaar. Eerst kwam Beat Cycle, en nu zit hij al twee jaar in het Diftar Continental Cycling Team. “Dat is een leuk jong team.” Met Peter Schulting en Rick Ottema als de wat ouderen. “We leren heel veel van elkaar. En wat nog belangrijker is, we leren als ploeg te rijden. Erop letten hoe je in een team kunt werken en functioneren. Het is er erg gezellig, terwijl alles toch gericht is op presteren, En dat heeft resultaat.”
Dat bleek in de meerdaagse ZLM-toer waar Peter Schulting in de eerste etappe ook een grote hoeveelheid echte profs naar huis fietste. “Je bent jezelf niet in de kijker aan het rijden; je bent bezig voor het team. Dus ook sprint lead outs doen. ZLM was trouwens wel een mooie koers: allemaal heuvels, dat ligt me wel.”
Trainen, trainen, trainen
Terug naar het NK wielrennen in juni. Na afloop komt Mick van Dijk naar Visser toe en geeft hem een groot compliment. Visser vindt dat prachtig en is ook tevreden over zichzelf. “Gegokt, maar verloren.” Hij zegt het met een brede grijns. Ze reden natuurlijk als ploeg, maar naast Ottema reed hij zich wel in die kijker. Ook al omdat hij de tijdrit ook goed reed, daar werd hij 18e. “Je bent dan ook extra fanatiek, je wilt het die grote ploegen zo lastig mogelijk maken.”
Misschien deze zomer wat rondjes om de kerk. In elk geval de Ronde van Surhuisterveen.
Na de etappekoers in Polen krijgt Visser vijf dagen verplichte rust opgelegd. En momenteel is het enkel maar trainen, trainen en trainen. “Dom rijden...” Zijn persoonlijke trainer, Jelmer Nuijten uit Utrecht, weet echter best wat hij wil. “Iedere trainer heeft een andere aanpak, dit ligt me wel.” Allemaal zeer professioneel ook. In de drie wintermaanden gaan ze naar het Spaanse Calpe. “Mooie omgeving. Ja, ik kijk echt wel om me heen tijdens de training. Ook die ik hier nu in Friesland doe, machtig mooi”.
Hij zit nu in de fase dat hij ook even mag genieten van de goede eerste helft van het seizoen. Maar het wordt ook opladen voor de tweede fase. In de herfst weer klassiekers rijden, dat ligt hem speciaal. “En misschien deze zomer wat rondjes om de kerk. In elk geval de Ronde van Surhuisterveen, dan mogen we het profveld weer aanvullen.”
Klassiekers
En dan weer de klassiekers. Daar had hij dit voorjaar ook naartoe gewerkt. Er moest gepiekt worden bij de Alfa Bier Omloop in Limburg en het NK. In Limburg won hij. En ook tweede in de Omloop van de Braakman; en hij won de Draai van de Kraai en de Omloop van de Houtse Linies. En het verhaal van het NK is geschreven. Guillaume Visser is geslaagd voor die eerste helft.
![]()
Zoals hij zelf zegt kan hij “enorm lomp hard fietsen.” ‘Stumpen’ noemen ze dat onderling. Hij heeft het liefst de wat zwaardere klassiekers. Met heuvels. Nee, geen bergen. Het is gebleken dat hij, hoewel hij ook maar een iel mannetje is, er gewoon te zwaar voor is, hij heeft een te hoog vetpercentage. “Vingegaard, de Tourheld in de bergen, is bijvoorbeeld zo’n zestig kilo, ik zit hij al gauw rond de zeventig.” Alleen op kracht in de toekomst te doen dus.
Eigenlijk wil ik altijd wel iets in de wielrennerij blijven doen
Hij kijkt er vanzelfsprekend elke middag naar; naar die heiligheid in de wielersport, de Tour de France. Ziet daar elke middag pelotons van vijftien fietsers breed naast elkaar voortjagen. “Bloedgevaarlijk, vooral omdat de snelheden een keer zoveel hoger liggen. En ja, ik had op een gegeven moment ook dat ik dacht: ‘Wat er niet allemaal kan gebeuren?’ Ik ben bij sporttherapie geweest en heb daar een psycholoog bezocht. En die heeft mij van de angst afgeholpen. ‘Peloton-angst’, zo noemde die psycholoog dat”.
Heerlijk over de keien
Guillaume Visser houdt van het wielrennen op dat niveau. Hectisch, chaos en dat dan de sterksten overblijven. “Eigenlijk vindt ik er niks aan om sprinter te zijn, vier uur lang je verschuilen in het peloton, en dan aan het eind moet je er ineens voor driehonderd procent zijn. Nee, het moet voor mij zo zwaar mogelijk zijn.” Keien, dus? “Ja, het blijkt dat ik dat goed kan. Vraag me niet hoe, maar ik rij er overheen, heerlijk.” En etappekoersen doen, goed functioneren in een team, dat je soms als favoriet naar voren schuift. “In België is een topcompetitie aan de gang en daar sta ik aan de leiding.” Daarom moet Guillaume Visser nu trainen, ook al is dat ‘dom werk’. Hij weet dat hij dat goed kan.
Niets liever dan wielrennen
Wat de toekomst betreft: Guillaume studeert momenteel commerciële economie in Groningen. Hij doet het op de Johan Cruijff Academy. Daar geven ze hem alle ruimte om te trainen en te fietsen. “Eigenlijk wil ik mijn brood gewoon verdienen met het wielrennen, ik doe niets liever.”
Guillaume Visser heeft al laten zien dat hij dat kan. En waarschijnlijk hebben enkele profploegen dat klopje op de deur dat hij in Arnhem deed ook al gehoord, hij ziet het wel. Het leven is mooi, hij mag morgen weer op de fiets. “En weet je, eigenlijk wil ik altijd wel iets in de wielrennerij blijven doen.” Pake Willem heeft het vast glimlachend aangehoord...
Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Mustafa Gumussu











