Gastouders Tineke en Martin de Jong bieden sc Heerenveen-talenten al zestien jaar een thuis
HEERENVEEN - Al zestien jaar zijn Tineke en Martin de Jong gastouders bij sc Heerenveen. Tot dusver gaven ze vijftien spelers een tweede thuis in Oranjewoud en nog altijd geeft het energie.

Met dank aan de ‘voetbalouders’ haalde Jeremiah St. Juste het eerste elftal van de Friezen. Nu hopen Renze Kempes, Dean Hooiveld en Jay Jay Oruru op diezelfde route.
De deur gaat open. Een tas wordt op de grond gezet, tegelijkertijd gaat een keukenkastje open. Renze Kempes pakt een zak brood. Uit de koelkast pakt hij een bakje. “Er is ook nog carpaccio. Goed van mij, hè?”, zegt Tineke. In de keuken klinkt gelach. “Ja, je bent goed”, antwoord de speler van Onder 17, die ondertussen vier boterhammen maakt. Bij Martin verschijnt nu een glimlach. Weer is er bijna een brood op… “We sparen heel wat punten bij de supermarkt.”
“Na school ga ik nog even langs huis”, zegt Kempes als hij de tas weer op zijn rug heeft en richting de voordeur gaat. Zonder na te denken zegt de voetballer het, maar het betekent voor Martin en Tineke veel. Dit voelt écht als zijn thuis. Het is het grootste compliment dat je ze kunt geven. “Wij investeren met alle plezier heel veel liefde en energie”, aldus de gastouders.
Vijftien spelers
“We begonnen zestien jaar geleden en zijn nu bij speler dertien, veertien en vijftien”, vertelt Tineke. “De vriend van onze jongste dochter keepte destijds in de jeugdopleiding van sc Heerenveen en hij vertelde dat er gastgezinnen gezocht werden. We meldden ons aan en binnen een paar maanden stond hier iemand voor de deur.”
Al jarenlang wordt de bovenverdieping van hun huis bewoond door talenten die dromen van een profcarrière. Jeremiah St. Juste was de eerste. Daarna volgden onder anderen Guus Offerhaus die nu bij Telstar speelt en Rein Smit, die nog debuteerde in het eerste elftal. “We hebben met iedereen die hier woonde nog contact. Ðoàn Van H?u heeft hier een half jaar gezeten om Engels te leren. Dat was een heel lieve jongen. En Jermaine Rijssel heeft hier ook nog een maandje gezeten, voor hij op zichzelf ging wonen. Hij heeft weleens gezegd: ‘Als ik vooraf wist hoe goed ik verzorgd zou worden, had ik echt voor een gastgezin gekozen’.”
Bandenplakken
Het zijn mooie complimenten, die veel zeggen over hoe goed de jongens het hebben bij de familie De Jong. “Ze hoeven nergens aan te denken en ik krijg altijd te horen dat ik niet streng ben. Maar ik ben wel duidelijk. Als ze de was in de wasmachine doen, wordt het voor ze gedaan. Maar leggen ze het ervóór, dan blijft het gewoon liggen. Dat leren ze heel snel”, zegt Tineke. “Hun kamer is hun eigen verantwoordelijkheid. Die moeten ze netjes houden, al moet ik soms wel even optreden.”
Waar Tineke het huishouden op zich neemt, leert Martin de jongens bandenplakken. “Niemand kan dat als ze hier komen. Ik laat het ze één keer zien, dan doen ze het een keer en kijk ik mee. De derde keer moeten ze het helemaal zelf kunnen.” De fietsbanden verslijten overigens niet snel in Oranjewoud. Sportpark Skoatterwâld is heel dichtbij. “Het zorgt ervoor dat soms de hele bank vol met spelers zit na een training, omdat het maar een paar minuten fietsen is. Dan komen we terug van werk en zijn er tosti’s gemaakt of eieren gebakken.”
Thuis voelen
Ook na al die jaren, heeft familie De Jong nog geen spijt van de keuze om de bovenverdieping van hun huis beschikbaar te stellen aan de talenten van sc Heerenveen. “We hebben een beetje reuring om ons heen; anders waren we alleen maar samen geweest. Het contact met de ouders, de club en de jeugdtrainers is ook heel goed”, zegt Martin, waarna Tineke inhaakt: “Ik heb er nog steeds plezier in, het is heel gezellig. We hebben de regel dat we iedere avond met elkaar aan tafel zitten te eten, dat is echt even een momentje met z’n allen. Het is ook mooi dat Jay Jay, Dean en Renze het zo goed met elkaar kunnen vinden.”
Kempes speelt in Onder 17, Hooiveld en Oruru in Onder 15. “Het komt ons wel goed uit dat we twee jongens uit hetzelfde team in huis hebben. We gaan iedere zaterdag bij de wedstrijden kijken, dus nu hoeven we maar naar twee in plaats van drie wedstrijden”, vertelt Martin, die merkt dat de huidige talenten zich steeds beter thuis voelen op hun nieuwe plek. “In het begin zijn ze heel rustig, maar naarmate ze langer bij je in huis zijn, gaan ze dingen doen die ze thuis ook doen; dat is precies de bedoeling.”












