Yvonne van der Burg geniet al 47 jaar van het Sint-Nicolaassprookje
HEERENVEEN - 47 jaar lang was Yvonne van der Burg betrokken bij het Sint-Nicolaassprookje in Heerenveen. Het Sprookje Heerenveen, werd in 1945 voor het eerst opgevoerd in de toenmalige Schouwburg en sinds 1989 in het Posthuis Theater. Dit jaar was alweer de 77ste keer.

Traditiegetrouw is het Sprookje opgevoerd door het onderwijzend personeel, aangevuld met bij het onderwijs betrokken ander talent “Dat gevoel, dat je met allemaal vrijwilligers, zoiets groots neerzet, wat er zó fantastisch uitziet, dat kan alleen maar met heel veel enthousiaste mensen”, zegt Yvonne der Burg.
Yvonne van der Burg zélf is zéker een van deze enthousiaste mensen en drijvende krachten achter het jaarlijkse Sint-Nicolaassprookje in het Posthuis Theaster. Dit jaar speelt ze voor de vijfenveertigste – en laatste – keer mee. In ‘De nieuwe kleedster van de keizer’ heeft ze de rol van Picobello, de kledingontwerpster van de keizer. “De tekst ken ik helemaal uit mijn hoofd. Die kon ik al snel dromen, dat vind ik niet moeilijk”, zegt ze. “En ik heb een prachtige jurk, helemaal over de top. Ik vind het moeilijk om ermee op te houden, maar ik vind ook dat het goed geweest is zo.”
Dragende rol
Als Yvonne als jonge leerkracht in Amstelveen werkt, speelt ze al regelmatig toneel voor de kinderen van haar school. “Maar toen mijn man en ik een kind kregen, wilden we verhuizen naar een mooie, rustige omgeving. Zo kwamen we in Heerenveen terecht”, vertelt ze. “Ik kreeg vrij vlot een vaste aanstelling op De Terp, een school voor speciaal onderwijs. Toen er leerkrachten werden gevraagd om mee te spelen in het Sprookje, vond het hoofd van de school dat wel iets voor mij.” In 1977 doet Yvonne voor het eerst mee, meteen met een dragende rol. “Dat had ik helemaal niet in de gaten, maar het was heel leuk. Ik was Troelina, de keukenmeid in ‘De gouden spiegel van Pierewiet’, onder regie van Herman Tichelaar.”
Met grote ogen in de zaal
Waarom is Yvonne al zó lang vast onderdeel van het Sprookje? “Het is heel leuk om voor kinderen op te treden. Je staat in de coulissen, de gordijnen gaan open en dan zie je ze allemaal zitten, duim in hun mond, met grote ogen… Daar krijg ik altijd kippenvel van. Dat is zó leuk, daar doe ik het voor. De sfeer tijdens de spelweek is bovendien fantastisch. De hele week geven we voorstellingen, soms drie keer op een dag. We hebben dan zóveel plezier met z’n allen. We vormen echt een hechte club en de sfeer is altijd positief. Ons doel die week is om voor het publiek iets heel moois op de planken te zetten. En als het voorbij is, mis ik iedereen ontzettend. Dan denk ik: ‘Was het volgende week maar weer Sprookje’.”
Ieder jaar sinds 1977, uitgezonderd de jaren tijdens de coronapandemie, speelt Yvonne mee in het Sprookje. “Ons derde kind werd precies in de goede tijd van het jaar geboren, zodat ik het Sprookje niet hoefde te missen.” Daarnaast wordt ze in 1990 ook vertegenwoordigster namens de spelers. Yvonne: “Ik werd daar voor gevraagd. Als spelersvertegenwoordiger behartig je de belangen van de spelers bij het bestuur en bedenk je samen oplossingen. Het gaat dan om de catering, de kleedkamers en dat soort dingen. In 1989 werden de voorstellingen verplaatst van de Schouwburg naar een nieuwe locatie, het Posthuis Theater. Dankzij Eric Noorman en zijn team werd het Sprookje toen steeds professioneler.”
Sprookjeshart
Als in 2006 Benny Mulder regisseur wordt, raakt Yvonne nog meer betrokken bij de organisatie van het Sprookje. “In die tijd regelde de regisseur ook al het andere, zoals het decor, de kleding, de kaartjes, de fotograaf. Benny wilde wel regisseren, maar hij wilde dat niet allemaal regelen. Ik zat er al middenin natuurlijk, en ik wilde dat graag voor hem doen. Toen werd ik coördinator. In die tijd ging ik ook met vervroegd pensioen, dus ik had mijn handen wat meer vrij.”
Jolanda de Boer speelt voor de vijftiende keer samen met Yvonne in het Sprookje en was twee jaar regisseur. “Yvonne is echt de moeder van het Sprookje,” zegt Jolanda. “Na 47 jaar heeft ze zoveel ervaring opgedaan met het spelen en met de organisatie. Ze was voor mij een grote hulp; ze weet precies waar we aan moeten denken en iedereen luistert naar haar. Het is fantastisch dat ze zich zolang heeft ingezet. Dat bewijst dat ze enorm betrokken is en een groot sprookjeshart heeft. Als spelersgroep gaan we haar dan ook ontzettend missen.”
Yvonne is eigenlijk het hele jaar bezig met het Sprookje. “In februari presenteert de regisseur het nieuwe sprookje. In maart en april zijn er decorbesprekingen en wordt de kleding bedacht. De decorbouwers bouwen het decor in een grote loods. Vanaf eind augustus repeteren we twee keer per week, de laatste week in het Posthuis Theater. En in week 47, de tweede helft van november, is er dan een fantastische spelweek.”
Laagdrempelig
“Het sprookje drijft op vrijwilligers,” benadrukt Yvonne. “Dat zijn niet alleen de spelers, maar ook de decorbouwers, kostuummakers, grimeurs, orkestleden en noem maar op. Het is soms best lastig om genoeg mensen te krijgen, vanwege de krapte in het onderwijs. Mensen die meedoen, moeten een hele week vrij nemen van hun werk. Daarnaast kunnen we niet zonder de ondernemers die het Sprookje sponsoren en de Vrienden van het Sprookje. Dat zijn degenen die het belangrijk vinden dat deze traditie blijft bestaan en daarom een donatie doen.”
Yvonne geeft aan hoe belangrijk het Sint-Nicolaasspookje in Heerenveen is. “Voor sommige kinderen is het Sprookje de enige keer dat ze in het theater komen. Hun ouders hebben daar niet altijd de middelen voor en op deze manier maken ze toch kennis met cultuur, op een hele laagdrempelige manier.”
Benny Mulder
Het Sprookje is soms een klassiek sprookje en soms een wat moderner verhaal. Maar er zitten altijd elementen uit sprookjes in, zoals prinsessen en tovenaars. “De afgelopen jaren schreef toneelschrijver Aris Bremer speciaal voor ons toneelstukken. Gebaseerd op een sprookje, maar dan wel met een moderne twist. Zo had vrouw Holle, door mij gespeeld in 2016, een digitale weercomputer.”
Gevraagd naar momenten die haar zijn bijgebleven, vertelt ze: “Het overlijden van regisseur Benny Mulder heeft veel indruk gemaakt. In 2018 hoorde hij tijdens het Sprookje dat hij niet meer beter zou worden, en in maart 2019 overleed hij. Vorig jaar is Tjeerd Bolhuis overleden, een vaste speler. Veel mensen met wie ik het Sprookje begon, zijn er niet meer. Dat is verdrietig.”
Vol adrenaline
Maar terugkijkend overheerst toch het positieve bij Yvonne van der Burg. “Ik vond het altijd geweldig om mee te doen. Ik heb hele dragende rollen gehad en piepkleine, maar dat maakt absoluut niet uit. Hoe geweldig die week is, dat kan ik bijna niet vertellen. Je zit vol met adrenaline, en iedereen is zó positief, er valt geen wanklank. Als we zo de hele wereld konden inrichten, zou het een mooie wereld zijn.”
Door: Hannah Zandbergen












