Robert de Ridder: “Met mijn dertiende stond ik alleen op de wereld’
Daaronder staat ‘GEEN KOFFIE’, met een pijl richting naar alles buiten. Ik moet er om lachen en onwillekeurig kijk ik voor welke winkel ik sta. Het is ‘De Koffieplantage’. Enkele weken later is de tekst gewijzigd in ‘WARM’ (pijl naar binnen) en ‘KOUD’ (pijl naar buiten). Ik moet toch een keer die koffiewinkel in, al is het alleen maar uit nieuwsgierigheid naar wie achter deze amusante boodschappen zit.

TELEURGESTELDE BLIK Anderhalf jaar later is het zover: ik kom in ‘De Koffieplantage’ terecht. Niet direct voor koffie, maar voor een interview met de man er achter, Robert de Ridder. Ook niet meer aan de Lindegracht trouwens, want de winkel is verhuisd. “Die achtlus, waardoor het winkelend publiek overal in Heerenveen-Centrum zou komen, wie heeft dat verzonnen?” vraagt Robert mij. “Het werkt niet voor de Lindegracht in elk geval.” “Nou”, zeg ik, “Je koffie-bord viel anders wel op.” Robert moet lachen. “Ik ben eigenlijk tegen reclameborden op straat, maar ik wil wél een stopkracht bij de winkel. Ik wil geen risico lopen, dat mensen mijn winkel voorbij gaan. Ik zit nu aan de Pleinweg, het ‘Specialiteitenstraatje’, zoals de ondernemers het hier noemen. Ik heb nu veel meer klandizie.”
We beginnen het interview met… koffie! Het is zomers warm, dus we zitten buiten, op een klein terrasje op straat, pal voor de winkel. Robert vraagt, hoe ik mijn koffie wil en als ik zeg: “Met suiker en melk”, krijg ik een teleurgestelde blik van hem. “Het is zó zonde van die mooie koffie, die melk!”, verzucht hij. “Nederlanders drinken vaak goedkope koffie van goedkope koffiebonen en dan is koffie algauw wat zurig, en dat moet dan worden geneutraliseerd met koffiemelk. Maar echte goede koffie moet je drinken zonder melk.” ”Eh… alleen suiker dan maar,” zeg ik verontschuldigend en ik constateer dat ik mijn nog niet eens gestelde vraag naar Roberts teleurstellingen in het leven zojuist beantwoord heb gekregen. Ik besluit om hem maar één vraag te stellen: “Wie is Robert de Ridder?”
TWINTIGDUIZEND MOPPENBOEKJES
“Ik ben geboren op 21 maart 1966 in Nijmegen” vertelt Robert. “Ik ben een nakomeling. We zijn verhuisd naar Haarlem, waar ik op de Havo terecht kwam. Ik zat bij Caroline Tensen in de klas. Mijn ouders zijn kort na elkaar overleden. Op mijn dertiende stond ik alleen op de wereld. Ik ben toen bij mijn zestien jaar oudere zus en haar gezin gaan wonen, in Veendam. Ik heb daar een fantastische jeugd gehad. Vanuit Veendam kwam ik als student in de stad Groningen terecht, op een woonboot. En ja, dat was 24/7 uitgaan, daar deed ik ook leuk aan mee.”
“In Groningen heb ik tien jaar in de mode gewerkt als verkoper. Totdat mijn baas zei: ‘Jij kunt méér, ik wil dat je je vleugels uitslaat’. Ik ben bij wijze van spreken nog in staat om koelkasten te verkopen op de Noordpool, maar bedrijfsleider zijn in Veendam is verschrikkelijk. Ik kwam daarna terecht bij een uitgeverij, die boeken maakt voor de ‘boekenvoordeelwinkel’. Die uitgeverij had tekenenaars, schrijvers en kafters in dienst. Had je twintigduizend moppenboekjes nodig? Ik leverde ze. Dat werk heb ik drie jaar lang gedaan. Daarna heb ik auto’s verkocht. Ik heb de ballen verstand van auto’s, maar ik reed zelf in een VW, dus werd ik door een VW dealer gevraagd zijn auto’s te verkopen. Die autowereld vond ik niks, dus dat heb ik ook maar drie jaar gedaan. Voordat ik naar Heerenveen kwam, ben ik accountmanager geweest en had ik het hele noorden van Nederland als rayon. Ik reed 80.000 kilometer per jaar in de auto. Totdat mijn vrouw Ineke zei: ‘Ga nou eens nadenken over wat je écht leuk vindt’.”
CRISISJAREN
Robert de Ridder dénkt na en wéét wat hij leuk vindt: een eigen speciaalzaak in alles wat met koffie en thee te maken heeft. “Ik woon met mijn gezin in Haren. Daar ontmoette ik iemand, die koffie- en espressoapparaten verkocht. Dat wás het, dat wilde ik óók. Maar dan niet in Haren, wegens de concurrentie, dus ik dacht in de richting van Friesland. Ik heb in Leeuwarden, Drachten en Heerenveen gekeken en Heerenveen gaf mij het beste gevoel. In 2011 ben ik hier ‘De Koffieplantage’ begonnen. Alleen brak ook de economische crisis uit en moest ik méér eigen geld meebrengen dan ik had voorzien.” “Een beter moment om een eigen zaak te beginnen kun je niet kiezen”, zegt hij met lichte zelfspot.
Robert en Ineke hebben in de jaren vóór ‘De Koffieplantage’ nóg een belangrijke wens die ook heel veel geld kost. Zoon Daan is tot dan toe het enig kind in huize De Ridder, maar de De Ridders hebben nog een bijzondere kinderwens.
Robert: “Daan is 18 en net geslaagd voor zijn Havo. Hij gaat nu eerst voor een tijdje naar Australië. We wilden ook altijd nog dolgraag een kind adopteren. Maar dan moet je aan enkele voorwaarden voldoen. Eén daarvan is dat je niet ouder mag zijn dan 45 jaar. Ik was bijna 45 toen ik met ‘De Koffieplantage’ kon beginnen en we rekenden er niet meer op dat het iets zou worden met een adoptie. Dus we begonnen in 2011 met het verbouwen van het winkelpand. Ik zat midden in die verbouwing, toen ging de telefoon…”
TAREKECH
“Een stem aan de andere kant van de lijn zei: ‘Gaat u maar even zitten.’ En daarna: ‘Gefeliciteerd, u heeft een dochter’.”
Robert de Ridder staat perplex. Hij heeft totaal onverwacht het adoptiebureau aan de telefoon, dat hem zegt dat hun dochter Tarekech heet, zes jaar oud is en op hen wacht in Ethiopië.
Wanneer Robert mij dit verhaal vertelt, buiten op het kleine terras aan de Pleinweg, met winkelend publiek om ons heen, breekt zijn stem en moet hij even ‘een vuiltje’ uit zijn ooghoek wegwerken. Ik leg mijn pen en schrijfblok even aan de kant. Tijd om mijn koffie op te drinken.
“We zijn direct op het vliegtuig naar Addis Abeba gestapt”, zegt Robert even later. “Terwijl in Heerenveen de winkel aan de Lindegracht open moest. Ik heb hals over kop personeel ingezet, dat zich de eerste weken zelf moest redden, ik was er niet. Een slechtere start van ‘De Koffieplantage’ had je niet kunnen verzinnen.”
“We kwamen pas na een maand terug uit Ethiopië. Die tijd is nodig, om te wennen, om te hechten. De match tussen ons en Tarekech was ongelooflijk fantastisch. Ze was zes en een half toen we haar kregen en we zijn nu zes en een half jaar verder, Tarekech is nu 13. Ze gaat van de basisschool af met een Havo-advies.”
Robert de Ridder vertelt het met zoveel ontroering in zijn stem, dat ik bijna zeker weet, dat ik één van de meest trotse vaders van de wereld tegenover me heb zitten. “Bovendien”, zegt Robert, “heb ik ook nog eens het mooiste beroep van de wereld. Ik ontmoet door mijn werk alleen maar leuke mensen.”
Door Henk de Vries













