Broers Jens en Melle van ‘t Wout: “Shorttracken is heel erg op instinct rijden”
HEERENVEEN - Na een periode van operaties en revalidatie, zijn Melle en Jens van ’t Wout weer op de weg terug naar boven. De gedreven shorttrack broers hebben de focus volledig op hun sport gelegd, studeren kan immers altijd nog. Wij vroegen hen naar de huidige stand van zaken.

We spreken de broers Van ’t Wout in het knusse appartement van Melle van ‘t Wout in Heerenveen. Hier woont hij samen met zijn vriendin Selma Poutsma, die ook shorttracker is bij de nationale trainingsselectie. Daarnaast schaatst Selma ook voor team Jumbo. Jens woont nog thuis bij zijn ouders in Sint Johannesga. De broers zijn allebei herstellende van een operatie, zo vertellen ze.
Afgescheurde enkelbanden
Melle: “Ik ben een aantal weken geleden aan mijn knie geopereerd. Er zat daar een stukje bot dat in mijn pees prikte. Oud-shorttracker Daan Breeuwsma had jaren geleden dezelfde klacht en hij is toen met succes geopereerd. Door hem wist ik dat het een lang hersteltraject is, het is positief dat ik nu al met krachttrainen mag beginnen.” Jens: “Ik ben aan mijn enkel geopereerd, een aantal maanden geleden. Mijn enkelbanden waren afgescheurd nadat ik tijdens een wedstrijd door een Koreaan onderuit werd gereden. Na de operatie moest ik vier weken in het gips, daarna kreeg ik loopgips en een walkerboot. Heel voorzichtig kon ik daarna weer aan krachttraining beginnen en nu train ik alweer een paar weken op het ijs. Het is heerlijk om weer te schaatsen. Voor de operatie had ik geen kracht meer in mijn voet, die is nu weer helemaal terug. Zelfs mijn nieuwe - op maat gemaakt voor het ongeluk - schaatsschoenen passen nog.”
Tweede selectiemoment
Melle en Jens hebben na hun schoolopleiding de focus volledig op het shorttracken gelegd. “Onze ouders zeiden dat je op latere leeftijd altijd nog kunt studeren, maar dat topsport maar tot een bepaalde leeftijd kan”, zegt Jens. “Dus daar hebben we nu helemaal voor gekozen. Ik ben nu zo hard mogelijk weer aan het trainen om in oktober de eerste World Cup in Canada te kunnen rijden. In dit preolympisch seizoen zijn die World Cups mooie wedstijden om te oefenen voor het WK in maart in China. Ik rijd graag de 1000 meter, maar ben iets meer een allrounder.” “In januari 2025 is er het tweede selectiemoment, dan probeer ik me weer in het team te schaatsen”, neemt Melle over. “Mijn favoriete afstand is de 500 meter. Anders dan in het langebaanschaatsen, is shorttracken heel erg op instinct rijden. Het is veel tactischer, het is alles of niks. Je kent alle rijders en weet precies op welke positie zij willen schaatsen tijdens een rit.”
Constant balanceren
Onderlinge jaloezie kennen de broers niet, wel pushen ze elkaar op de fiets of op het ijs. “Jens is niet zo van het fietsen”, zegt Melle lachend. “Dus dan zeg ik tegen hem: ‘Kom we doen nog even een lusje’.” “Melle houdt op zijn beurt minder van duurtrainingen, dus dan roep ik tegen hem: ‘Je moet dieper zitten’!”, aldus Jens. Van zijn vriendin Selma leerde Melle dat het belangrijk is om naast het schaatsen het ook over andere dingen te hebben. “Een sociaal leven heb je als topsporter bijna niet. Je bent altijd moe en kapot, moet vroeg op en traint twee keer per dag. Daarnaast ben je heel voorzichtig, want een virusje is zo opgelopen. Door een laag vetpercentage heb je niet veel weerstand en balanceer je constant op een dunne lijn wat gezondheid betreft.”
Suzanne en Sjinkie
Buiten de shorttracksport zijn er ook een aantal inspiratiebronnen voor de heren. Jens: “Paralympisch sporter Jetze Plat is een handbiker en ik heb heel veel bewondering voor de manier waarop hij traint. Hij wint écht alles.” “Ik vind sprinter Noah Lyles heel inspirerend”, zegt Melle, “hij won onlangs goud op de 100 meter en brons op de 200 meter. Hij is nogal arrogant, maar komt zijn afspraken wel na. Hij gelooft in zichzelf en maakt het waar. Het is mooi om te zien hoe atletiek leeft en heel groot wordt onder de jeugd. Dat hebben Suzanne Schulting en Sjinkie Knegt in onze sport natuurlijk fantastisch gedaan, wij zouden dat graag doortrekken na onze schaatscarrière. Over de jeugd gesproken: het is natuurlijk geen goede zaak dat het kabinet wil bezuinigen op sport. Het begint bij de jeugd, dat is de basis.”
De broers dromen groot en weten waar ze voor trainen: samen naar de Olympische Spelen. “En dan natuurlijk allebei een gouden medaille”, zegt Jens tot slot. “Maar daar moet veel voor gebeuren, we moeten echt flink aan de bak.”
Tekst: Amanda de Vries












