Jan van Loon gaat uitdaging aan bij de Feanster Rugby Club
Ik denk dat ik deze uitdaging tot nu toe de meest spannende vind van alle sporten die ik in deze rubriek heb gedaan. Als ik aan rugby denk, denk ik aan grote sterke mannen die twee keer zo breed zijn als ik, een kop groter en steevast met een bebloed hoofd van het veld stappen. Als ik ben aangekomen meld ik mij in de kantine bij de bar. Ik word opgevangen door Robert Buitenga. “Je werd al verwacht,” zegt hij met een brede glimlach. “Ik zal je meteen even wegwijs maken hier bij de vereniging. Koffie?” Al iets meer op mijn gemak loop ik met mijn kop koffie in de hand naar buiten.

Op het veld zijn grote groepen jeugdspelers aan het trainen. Wat me meteen opvalt is het grote aantal kinderen van rond de tien jaar en zelfs nog jonger. Twee dames begeleiden de hele meute en instrueren de energieke jongens en meisjes bij de oefeningen. “Prachtig toch”, zegt Robert wederom met een brede glimlach. Hij heeft het duidelijk naar zijn zin in zijn rol en praat me bij over hoe het met de vereniging gaat. “We groeien enorm, vooral bij de jeugd. We hebben inmiddels 130 leden waarvan 70 jeugdleden.” Ondertussen hebben de dames een stootkussen gepakt en de kinderen leren hoe je in komt als je de tegenstander wil tegenhouden. Een voor een lopen de kinderen op het kussen af en proberen de trainsters in onbalans te brengen. Ik vraag me af waarom rugby zo aan populariteit wint en leg de vraag voor aan Robert. “We zijn als vereniging behoorlijk actief in de omgeving om onszelf kenbaar te maken en daar plukken we de vruchten van. Daarnaast is rugby natuurlijk best een stoere teamsport, al is het imago niet altijd in ons voordeel. Het ziet er soms best wel agressief en gevaarlijk uit, maar het tegenovergestelde is waar. Natuurlijk is het wel een contactsport, maar er is enorm veel respect en regels worden gerespecteerd. Spelers kunnen in het veld op elkaar inbeuken, buiten het veld schudt iedereen elkaar de hand. Als je rugby vergelijkt met bijvoorbeeld voetbal is dat een belangrijk verschil. Bij ons zie je nooit spelers zeuren op de scheidrechter, zelfs niet als er een foute beslissing is genomen. De scheidsrechter heeft de leiding en daar heb je als speler en coach naar te luisteren.”
Niet alleen maar groot en sterk
Inmiddels komen de spelers van het eerste team het veld op lopen. Wat me opvalt is dat het merendeel van de jongens niet in mijn gedachtenprofiel van de stereotiepe rugbyspeler past. Natuurlijk, er zijn enkele grote sterke mannen bij, maar een deel is rankgebouwd en klein. Robert legt uit: “Op het rugbyveld heb je verschillende posities en vaak zie je dat elke positie een andere fysiek vereist. Sta je in het centrum van het veld als een ‘hooker’ dan ben je vaak groot en sterk en vang je de klappen op. Sta je aan de buitenkant dan komt het vaak aan op hard rennen en punten scoren. Dat zijn toch vaak de rankere jongens.” Het wordt tijd om het veld te betreden en samen met Robert meld ik me bij trainer Jesse Talman.
De training
De training start met verschillende loop-, gooi- en vangoefeningen. Met rugby mag je niet voorwaarts gooien met de bal en dat komt in elke oefening bijna terug. Ik stel me even voor aan het team en ga mee in de oefeningen. Hoewel ik natuurlijk niet de kwaliteiten heb van de rest van het team ga ik er eigenlijk vrij eenvoudig in op. Zonder het te vragen nemen verschillende spelers me even kort apart om mij wat uit te leggen. De gedachtegang van de oefeningen, het doel van een loopactie en hoe die toepasbaar zijn in de wedstrijd wordt me snel duidelijk.
Na de oefeningen is het tijd om een wedstrijdsituatie na te bootsen. Steeds valt een groep van drie rugbyers aan en zijn er twee spelers met stootkussens die de aanvallende spelers moeten tegenhouden. Deze situatie herhalen we meerdere malen en ik voeg me steeds bij de aanvallende ploeg. De middelste speler krijgt in elke situatie de bal toegeworpen en kan twee keuzes maken. De confrontatie opzoeken met de verdediging of de bal afspelen naar de linker aanvaller. Ik krijg een paar flinke beuken en ga meerdere malen naar de grond. Ik houd me niet in en merk dat het steeds beter gaat.
FRC
De laatste oefening van de training is een partijvorm waar de snelheid van het spel belangrijk is. Op een klein compact veld moeten er punten gemaakt worden door de andere partij letterlijk voorbij te lopen zonder met twee handen aangetikt te worden. Om het spel dynamisch en snel te houden wordt er niet getackeld. Wederom ga ik helemaal op in het team en voel me al een echte rugbyer. Om me heen wordt er enorm veel met elkaar gecommuniceerd wat een belangrijk onderdeel is van rugby. Door het snelle intensieve spel merk ik dat het zweet van mijn voorhoofd druppelt. Na het laatst gemaakte punt komt de groep bij elkaar. Trainer Jesse spreekt de groep toe en geeft aan mij de eer om de training af te sluiten. We vormen een cirkel en staan schouder aan schouder. Ik roep zo hard ik kan FRC en de rest volgt onmiddellijk mijn voorbeeld.
Na de training loop ik moe, maar voldaan het veld af. Waar ik van tevoren had gedacht dat ik blij zou zijn als ik heel en zonder kwetsuur van het veld zou lopen is dat dat niet mijn eerste gedachte. Rugby is een zeer sociale actieve sport waarin je je heerlijk kan uitleven. De groep en ook trainer Jesse is enorm sociaal en bereidwillig om anderen iets te leren. Na een welverdiend biertje in de kantine ga ik huiswaarts. Ik voel de eerste spierpijn al opkomen.
Heb jij ook een leuke sportieve uitdaging voor Jan? Stuur dan een mailtje naar redactie@grootheerenveen.nl Wie weet komt Jan mee sporten bij jou vereniging!













