“Een verbinding vormen tussen Afrika en de rest van de wereld”

Algemeen
Ontvangst 'Voice Achiever Award' in Almere
Ontvangst 'Voice Achiever Award' in Almere

HEERENVEEN - Bijna haar halve leven woont Delphine Ingabire in Nederland. In haar thuisland Rwanda raakte ze tijdens de genocide tegen de Tutsi’s bijna haar hele familie kwijt. Als 21-jarige jonge vrouw kwam ze als vluchtelinge naar Heerenveen. 

Ze bouwde hier een nieuw leven op, werd een succesvol zakenvrouw en richtte een stichting op voor hulp aan Rwandese vrouwen. Delphine Ingabire wil een brug vormen tussen het Afrikaanse en Europese continent. “Ik ben Nederlands, maar ook Rwandees. Mijn halve hart is in Afrika en de andere helft is hier. Daarom wil ik iets betekenen voor Afrika, maar ook hier in Nederland. Het is altijd mijn droom geweest om een positieve bijdrage aan deze wereld te leveren.”

Als negenjarig meisje woonde Delphine in een rustig dorpje in Rwanda. Hier maakte ze in 1994 de genocide tegen de Tutsi’s mee. “Achteraf waren er wel tekenen dat er iets mis was”, vertelt ze. “Op school vroegen ze wel eens wie er Tutsi was en wie Hutu. Maar als kind wist ik dat niet van mezelf.” Omdat het zo goed ging op school, mocht ze een paar weken logeren bij haar oom in Kigali, de hoofdstad. “Dat was de laatste keer dat ik mijn familie zag. De ene dag was ik een normaal kind; de andere dag was alles weg. Mijn ouders en vier broers en zussen werden allemaal vermoord omdat ze Tutsi waren.”

Op de vlucht

In Kigali is de genocide tegen de Tutsi’s op dat moment ook in volle gang. Delphine: “Ik moest bij een vriend van mijn oom gaan wonen die Hutu was, omdat mijn oom wist dat hij zou worden vermoord. Die vriend stuurde me naar buiten, want ik moest doen alsof ik Hutu was, en verstoppen zou verdacht zijn. Als ik water ging halen, moest ik langs een wegblokkade. Daar werd je gecontroleerd en Tutsi’s werden omgebracht. Het was vreselijk om dat als jong meisje te moeten zien.”

Met het gezin waar ze bij woont, vlucht Delphine naar de grens met Congo. “We hebben misschien wel een maand gelopen. Onderweg heb ik gezien hoe mensen elkaar kunnen doden met een machete. Overal waren mensen aan het vechten en zagen we dode lichamen.” Wanneer ze zijn aangekomen bij de grens, horen ze dat de oorlog voorbij is. Met de auto gaan ze terug naar Kigali. Delphine komt in een weeshuis terecht. “Dat was heel moeilijk; er was weinig te eten en veel kinderen hadden een trauma, omdat ze hun ouders kwijt waren geraakt.”

Afscheid 

In de maanden erna woont Delphine in verschillende weeshuizen en gaat ze weer naar school. Dan krijgt ze de kans om terug te gaan naar haar dorp. “Het dorp was helemaal leeg, en de huizen stonken omdat er dode mensen lagen. Het was ontzettend triest. Voor mij was het belangrijk om dat gezien te hebben, zodat ik afscheid kon nemen van mijn oude plek. Daar ontdekte ik ook dat ik mijn jongste broer nog in leven was. Het was moeilijk om hem te zoeken, maar het is uiteindelijk gelukt. We hebben nog steeds veel contact.”

Ondanks haar trieste verhaal gelooft Delphine dat er een reden is dat zij is overgebleven. “De leden van mijn familie zijn allemaal uitgemoord, maar ik ben er nog. Daar is een reden voor en die moet positief zijn. Daarom is het altijd mijn droom geweest om een positieve bijdrage aan deze wereld te leveren. Op 30 april gaan we naar Amsterdam, waar een herdenking van de genocide zal plaatsvinden. Een bijzonder moment, want het is dit jaar dertig jaar geleden dat onze families, ouders en buren vermoord werden. April is een moeilijke maand voor ons.”

Studentenflat

Een nicht van de moeder van Delphine, die in België woont, helpt haar in 2006 om naar Nederland te komen. Delphine verblijft een paar maanden in een azc  in Appelscha, maar krijgt dan al snel een status en gaat in Heerenveen wonen. De overgang is groot. “In het azc was het gezellig; we kookten samen en aten samen. Maar toen ik hier in een studentenflat ging wonen, was ik helemaal alleen. Dat was een moeilijke periode, want ik ben graag bij mensen in de buurt. Gelukkig ontmoette ik Luz Maria Torres uit Columbia en konden we samen dingen doen. Zij is mijn familie geworden.”

Wanneer Delphine haar taal- en inburgeringscursussen heeft afgerond, krijgt ze de kans om door te studeren aan NHL Stenden. “Ik houd van verkoop, van zakendoen, en wilde daarin verder. Tijdens de studie International Business leerde ik daar alles over. Ik kreeg de kans om binnen te kijken bij grote bedrijven als Volkswagen en Heineken. Mijn traineeship bij de ambassade van Rwanda was ook een geweldige ervaring. Daar voelde ik me thuis ver van thuis. Ik had toen een baby en moest heen en weer reizen naar Den Haag. Dat was niet makkelijk, maar een uitdaging maakt je juist sterk.”

We hebben elkaar nodig

Naast haar studie International Business Management doet Delphine ook een jaar Humanitarian Management, omdat ze graag iets voor mensen wil betekenen. Dit geeft ze onder meer nu vorm in haar eigen bedrijf InBusiness Africa. “Hiermee wil ik een brug creëren tussen zakendoen in Europa en in Afrika. Ik ken beide werelden en ben daardoor een waardevolle partner. Als een Europees bedrijf wil uitbreiden naar Afrika, kan ik zorgen dat ze de juiste mensen spreken. Ook kan ik Afrikaanse bedrijven helpen om hier voet aan de grond te krijgen. Ik wil graag een positief beeld laten zien van dat werelddeel. We moeten met hen samenwerken, want we hebben elkaar nodig.”

Voor haar bijdrage aan de ontwikkeling van Afrika ontvangt Delphine in 2023 de Voice Achiever Award van het internationale tijdschrift The Voice Magazine. Ze krijgt de prijs voor zowel het bevorderen van de handel als voor het empoweren van plattelandsvrouwen in Rwanda.

Kleine dingen maken het verschil

In september 2023 wordt Delphine door de Vrouwenkamer Heerenveen uitgenodigd om haar ervaringen te delen, samen met nog drie andere vluchtelingen. Naar aanleiding hiervan maakt zanger/gitarist Haitze de Vries uit Heerenveen een speciaal lied. Delphine: “Er werd aan ons gevraagd: wat had jij nodig toen je hier kwam? We zeiden alle vier precies hetzelfde; dat iemand vroeg hoe het met me ging. Als vluchteling of immigrant is het zo belangrijk dat iemand op je afstapt, contact met je probeert te maken. Op het schoolplein, of waar dan ook. Haitze de Vries heeft uiteindelijk een lied geschreven over onze verhalen, dat was heel bijzonder.”

Gevraagd naar haar ervaringen met Heerenveen zegt Delphine: “Heerenveen is een mooie plek om te wonen: het is rustig en groen hier.” Ze voelt zich erg thuis in Heerenveen, vooral omdat ze hier zoveel mensen kent. “Er wonen hier best veel buitenlanders en wij helpen elkaar allemaal. Alles begint met die vraag: ‘Hoe gaat het?’”, benadrukt ze. “Dan wordt vanzelf duidelijk of je iets voor die vrouw met een hoofddoek kunt betekenen. Misschien kun je een keer samen koffiedrinken. En het mooie is: mensen zijn geen standbeelden. Die vrouw met een hoofddoek wil andersom ook graag iets voor jou doen. Dan ontstaat er vertrouwen en je gaat open staan voor elkaar. Als je iets wilt doen in de wereld, hoef je helemaal niet zover te kijken. Juist de kleine dingen maken het verschil.”

Junior Kamer 

Haar maatschappelijke betrokkenheid brengt Delphine ook bij de JCI Heerenveen (Junior Chamber International, een netwerkorganisatie voor ondernemende mensen tot veertig jaar die zich persoonlijk willen ontwikkelen - red.). Het is een organisatie die precies aansluit bij haar eigen dromen en doelen: Delphine: “Het doel van JCI is om de wereld beter te maken en daarbij bij jezelf te beginnen. Ze zijn in de zakenwereld actief en doen ook internationale projecten. Het lidmaatschap heeft mij enorm geholpen om meer zelfvertrouwen te krijgen. Ik was de enige donkere persoon in de vereniging in Heerenveen. Toen de Junior Kamer in Heerenveen stopte, ben ik lid geworden in Amsterdam en daar een jaar lang voorzitter geweest.

In Heerenveen hebben we verschillende projecten gedaan en lokale bedrijven bezocht. Het mooiste vond ik de ‘Kinderdag met een lach’. Daarbij haalden we een ziek kind uit het ziekenhuis en reden in een mooie auto naar Thialf, waar ze een schaatser mochten ontmoeten en daarmee konden kletsen. Geweldig om te doen.”

Vrouwen in Rwanda helpen

Naast haar werk en gezin in Nederland heeft Delphine ook een stichting opgericht om vrouwen in Rwanda te helpen: de Igire foundation. “In de coronatijd kwam ik in contact met tienermoeders in een dorp in mijn geboorteprovincie. Omdat ze het heel moeilijk hadden, heb ik ze ondersteund met eten en het betalen van hun zorgverzekering.” Nú wil Delphine deze vrouwen helpen om een beter leven op de bouwen. Veel gezinnen in Rwanda leven van de landbouw, een zwaar bestaan. Delphine wil hen helpen om modernere landbouwtechnieken toe te passen, waardoor ze meer gaan produceren en meer overhouden om te verkopen. “Dan worden de vrouwen zelfstandiger en kunnen hun kinderen naar school. Dit is echt een duurzaam project waar vrouwen voor de rest van hun leven iets aan hebben.”

Delphine laat een filmpje zien van haar bezoek aan Rwanda, vorig jaar. “Mijn zoon is fanatiek voetballer en hij heeft daar shirts van sc Heerenveen uitgedeeld. Kijk, hier zegt iemand dat ze de organisatie heel dankbaar is, hoewel ze ons niet kent en wij haar toch helpen.” Wat Delphines dromen voor de toekomst zijn? “Ik voel dat ik al veel heb bereikt met mijn leven. Dat geeft mij ook energie om verder te gaan met wat ik doe: een verbinding vormen tussen Afrika en de rest van de wereld, maar ook het verschil maken in de levens van de vrouwen en kinderen die ik steun met mijn stichting.”

Trots en gezegend

“Ik heb mezelf altijd afgevraagd waarom ik ben overgebleven. Ik wil er niet in blijven hangen, maar ik wil iets positiefs betekenen voor anderen, hoe klein ook. Ik hoop dat ik met mijn leven een beetje in de voetsporen van mijn moeder treedt. Zij hielp ook altijd iedereen, in het ziekenhuis waar ze werkte of thuis. Ze was van grote waarde in de maatschappij. Het is mijn doel om haar trots te maken.

Ik wil iedereen bedanken die er voor mij is geweest in Nederland. Jullie warme ontvangst, onschatbare hulp, vriendelijkheid, en geduld hebben mijn overgang gemakkelijker gemaakt. Jullie tips en inzichten hebben mijn dagen verrijkt. Ik voel me gezegend. Dank voor alles.”

Delphine Ingabire uit Rwanda 

Igire Foundation

De Igire Foundation helpt kwetsbare plattelandsvrouwen in Rwanda om zelfstandig te kunnen zijn via moderne landbouwen en microkrediet. Wil je meer lezen over de Igire Foundation of weten hoe je het werk van de foundation kunt steunen, kijk dan op de website www.igire.nl.

Tekst: Hannah Zandbergen
Foto’s: Delphine Ingabire, Mustafa Gumussu

Delphine ontvangt het Oranjewoud Export certificaat
Op een internationale zakenconferentie
Met zangeres Johanneke Zomer, die op Internationale Vrouwendag 2023 een lied zong over Delphine.
In Rwanda
Delphine ziet de overblijfselen van haar ouders
Foto: Mustafa Gumussu/FPH,