Edward Bottinga ‘Een Sneker boefje in Akkrum’
Ik hou daar wel van, van mensen die de grenzen een beetje opzoeken en die hun hoofd wat boven het maaiveld uit durven te steken. Dus op naar Akkrum. Edward Bottinga is inmiddels echtgenoot en vader, heeft twee eigen bedrijven, en hoeft zich niet meer te bewijzen door stoer te doen, maar toch, “dat kickboksen is altijd gebleven.” Een portret van een straatvechtertje met een groot klein hartje…

Edward Bottinga bestiert pal naast zijn woning aan De Loads in Akkrum twee bedrijven in de schoonmaakbranche: ‘De Schoonmaakoplossing’ en ‘Cleeny BV’. Het eerste is een online groothandel en kenniscentrum voor specialistische reiniging en innovaties; het tweede, ‘Cleeny BV’, is een eigen product en merk, bedacht en samengesteld door Bottinga zelf. Of beter: twee producten. Een ontkalker en ontvetter voor alle schoonmaaktoepassingen. In elk geval “voor 1.001 schoonmaaktoepassingen”, zegt Edward. “Goed en veilig voor de gebruiker en voor het materiaal. En momenteel zijn we bezig met het ontwikkelen van een natuurlijk, biologisch schoonmaakproduct. We kunnen nu al een natuurlijke algendoder laten maken. En zo gaan we verder.”
Over knock out spray en ijshockey pucks
Voor we ‘verder’ gaan, wil ik eerst terug naar waar alles voor Edward begon. Want Edward Bottinga woont weliswaar in Akkrum, hij is van geboorte een Sneker. “In Sneek werkte ik al voor een schoonmaakbedrijf”, zegt Edward. “Daar moest ik in het weekend discotheek De Sneeker Pan schoonmaken. Tijdens een avond uit spoot ik met ‘knock out’ spray in de discotheek. Die liep toen gelijk leeg. De volgende ochtend was ik er weer om alles schoon te maken. Dus ja, ik was inderdaad een boefje. Maar ik was maar een ukje vroeger, een klein mannetje, en ik moest mezelf bewijzen tegenover de anderen door stoer te doen. Ik moest voor mezelf opkomen.”
De kleine Edward Bottinga is in Sneek dan ook meer een straatvechtertje dan een hard studerende leerling. “Ik heb een jaar op de Sint Jozef Mavo in Sneek gezeten, daarna moest ik eraf. Waarom? Nou, ik heb een keer sambal bij iemand op zijn brood gedaan… Ik was geen echte leerder, en altijd wel een beetje een ruziezoeker. Ik wilde eigenlijk beroepsmilitair worden in die tijd. Ik ben na dat ene jaar mavo naar de detailhandelsschool gegaan, naar het W.G. Baarda College in Sneek, omdat daar jongens zaten die ik kende.
‘Hééé, Bottinga!’ riepen die toen ik daar op school kwam. Toen was het weer klaar! Op die school hadden ze ook twee ijshockey pucks. Die heb ik een keer ‘geleend’ om op het ijs ijshockey te kunnen spelen. Schoten die pucks in een wak! Weg pucks! Komt leraar Rinkema de volgende dag met de vraag: ‘Ik mis twee ijshockey pucks?’ Niemand wist wat, natuurlijk. Toen ging hij dreigen met aangifte en de politie, en dat moest ik niet hebben. Ik had wel respect voor mijn vader en de politie aan de deur zou zeker straf opleveren.
‘Als één van jullie het nu eerlijk zegt, doe ik geen aangifte en zal ik er verder geen werk van maken’, zei Rinkema toen. Toen vertelde ik maar dat ík ze had geleend. ‘Ze liggen bij me thuis’, zei ik. Maar ze waren in een wak geschoten, dus ik heb twee nieuwe pucks gekocht en die thuis net zolang bekrast totdat dat ze op de oude leken.
Een tijd later zaten mijn ouders bij een tien minuten-gesprek en heeft hij het toch aan hen verteld. Maar mijn moeder nam het voor mij op. Mijn moeder is héél lief! “Wat een onsympathieke man is dat, die leraar”, zei ze tegen mij. Ik was wel een ettertje, maar ze mochten me wel. Het waren eigenlijk gewoon kwajongensstreken.”
Jongens huilen niet
“Mijn moeder is Lenie Heslinga uit Sneek. Ze is nu 78. Mijn vader, Piet Bottinga, zat in de bouw. We hebben best wel een strenge opvoeding gehad. Jongens huilen niet en mannen horen hun gevoel niet te uiten, zo’n opvoeding. Mijn vader is in 1998 overleden en is 57 jaar geworden. Hij werd in de oorlog, in 1941 in Indonesië geboren… Ik begrijp het ook wel, zijn gedachtegang. Als je weet wat mijn vader daar heeft moeten meemaken…”
Praten over gevoelens, dat lukt Edward wel tijdens het interview. Gevoelens de vrije loop laten, is wat anders. Edward haalt koffie. Gevoelens zijn lastige zaken…
“Ik neem mijn vader ook niks kwalijk”, hervat hij zijn relaas. “Maar het betekende wel dat ik des te harder mijn best deed om te bewijzen dat ik wél wat kon, omdat mijn vader het niet zag zitten dat ik een eigen bedrijf ging beginnen. Ik zál bewijzen dat ik het wél kan, dacht ik dan. Ik zál slagen. Toen mijn vader al op zijn sterfbed lag, en ik voor mezelf was begonnen met een eerste eigen bedrijf in Heerenveen, heb ik een BMW gekocht. Ik kon die auto niet helemaal zelf betalen en moest het geld deels lenen. Toen was hij toch trots op mij en vertelde mij dat het wel goed zou komen als ik maar hard werkte.”
Cafeetje in Sneek
“Mijn vader en moeder hebben elkaar in de jaren zestig leren kennen in een cafeetje in Sneek. In het café van mijn oma. Mijn oma had twee cafés in Sneek: Het Hoekje en Casablanca, die bestaan nu niet meer. Ikzelf ben in 1968 in Sneek geboren. Ik heb nog een broer, Patrick, die zit bij de politie, en een zus, Claudia, die organiseert reizen naar Cuba en is vaak in dit mooie land te vinden. Ik ben in 2000 getrouwd met Tineke van der Veen, een dochter van Leo van der Veen, van het interieurbedrijf aan de Schans in Heerenveen. Tineke heeft het bedrijf in 2018 van haar vader overgenomen met een collega, Janneke Oenema. We hebben twee dochters, Anouk van 14 en Manon van 12.
Of ik qua karakter meer op mijn vader lijk dan op mijn moeder? Op mijn moeder! Ik was dan wel een straatvechtertje die zichzelf moest bewijzen, en stoer moest doen en ik mocht van mijn vader mijn gevoel niet tonen – dat hoorde bij zijn Indische karakter en cultuur – en ik ben ook wel disciplinair, maar ik ben best wel gevoelig en heb maar een klein hartje. Bij emotionele momenten loop ik soms weg, om te voorkomen dat ik dat gevoel uit. Gevoelens kunnen uiten heb ik niet geleerd, maar ik héb ze wél!”
Werk en privé in balans
“Ik heb nu wel bewezen dat ik uit het juiste hout gesneden ben als ondernemer. Ik ben in Heerenveen in 1994 met een eigen schoonmaakbedrijf begonnen; in 2000 had ik zestig man personeel, en dat was de hele dag door knállen. Vaak was dat brandjes blussen en alle ballen hoog houden, soms 24 uur per dag werken. Ik pleegde roofbouw op mijn eigen lichaam en daarom heb ik in 2000 besloten om het bedrijf te verkopen. In 2001 ben ik me gaan specialiseren. Specialistisch schoonmaakwerk. Dat werd een groot succes. In 2008 ben ik met het bedrijf naar Akkrum verhuisd en had ik een tweede vestiging in Heerenveen.
‘Bottinga multi cleaning’ heb ik inmiddels ook verkocht. Sinds 1 januari 2019 is Buwalda Multiservice de eigenaar van het bedrijf, Rick Langerak is het nieuwe aanspreekpunt en ze hebben de goeie naam ‘Bottinga mullti cleaning’ ook overgenomen, dat is een goed merk. En ikzelf ga verder met mijn ‘Cleeny BV’ en ‘De Schoonmaakoplossing’. Werk en privé zijn hiermee goed in balans. Nu heb ik ook tijd om verder te kijken, niet alleen in de ontwikkeling van die twee bedrijven. Ik wil graag góéd doen. Het helpen van mensen, daar voel ik me goed bij, dus ik ga daar dit jaar ook meer werk van maken.”
Edward Bottinga, het ‘boefje uit Sneek’, het kleine straatvechtertje, leeft vanuit zijn hart. Vroeger moest hij respect afdwingen door stoer te doen. Tegenwoordig krijgt hij respect door goed te doen. “Maar het kickboksen is gebleven!”, zegt hij. “En ik blijf tegen de stroom ingaan. Als iemand zegt, dat iets niet kan, dan denk ik nog steeds: ‘Dat zullen we wel eens zien!’ Al hoef ik voor niemand meer iets te bewijzen.”
Door Henk de Vries Foto: Mustafa Gumussu













