Al 132 jaar logies aan de Kanadeeskestrjitte in Akkrum
Tot op de dag van vandaag blijkt het dé locatie te zijn voor een ‘herberg’, alleen is de herberg een hotel-restaurant geworden en heet het sinds de jaren ’60 geen Prinsen meer, maar hotel Goerres.

Terug naar 1961. Het echtpaar Piet en Anneke Goerres, beiden dan 23 jaar, nemen hotel Prinsen over. Piet is op dat moment actief als kok op de grote vaart en Anneke staat voor de klas als onderwijzeres. Het hotelwezen heeft Piet van huis uit meegekregen. Zijn vader runt dan nog hotel Goerres in Oldeboorn – tegenwoordig café de Post. Piet en Anneke besluiten het hotel in Akkrum een gelijke naam te geven: Prinsen wordt Goerres. Een herhaling van de geschiedenis, van vader op zoon.
Piet en Anneke runden het hotel 34 jaar. Het was niet vanzelfsprekend dat één van hun kinderen het hotel over zou nemen. Ze adviseerden juist om ook vakantiewerk bij anderen te doen, voor de ervaring. Het was Frans die de hotelschool deed. Hij leek in de voetsporen van zijn ouders en opa te willen treden, toch bewoog hij zijwaarts. “Ik was er even helemaal klaar mee. Als botengek ben ik bij een werf in Balk in de jachtbouw beland. Dat heb ik een jaar of zes gedaan”, vertelt Frans. In 1995 nam hij toch het stokje van zijn ouders over. Dat kwam op een moment dat zijn ouders wilden stoppen. “Het was op dat moment de keus en de kans. Ik besloot het te doen en vijf jaar aan te kijken. Nu zijn we opeens 23 jaar verder.”
Veranderingen in het hotel Na enkele jaren kwam Frans Petra Bos tegen. Vanaf 2000 draait ook Petra mee in het bedrijf. Het toeval wil dat Petra, net als haar schoonmoeder, als onderwijzeres voor de klas stond. Onderwijs en horeca blijkt geen match. Is de één net klaar moest de ander naar zijn werk. In 2003 stopte Petra met het onderwijs. “Zo’n bedrijf alleen runnen is ook niet fijn en samen kom je verder”, licht Petra toe.
Er is een hoop veranderd in die 23 jaar. In de tijd van Frans’ zijn ouders was het hotel de spil van het dorp. Het had toen nog zalen die gebruikt werden voor vergaderingen, verenigingen en de jaarlijkse uitvoer van de toneelvereniging. Echter, mede door het internet en het daarbij komende gemak in communicatie, werden maandelijkse vergaderingen, jaarlijkse vergaderingen. De bezetting liep terug, terwijl de vraag naar hotelkamers toenam. Het besluit om de zalen om te bouwen tot hotelkamers ging Frans en Petra niet in de koude kleren zitten. “Hoe breng je zoiets en waar moeten de verenigingen dan naartoe? Dat vraag je je af, maar je weet ook dat je het besluit moet nemen”, blikt Frans terug. Ook Frans zijn ouders vonden het niet makkelijk, maar achteraf begrepen zij de zet.
Er zijn meer grote veranderingen geweest. Het terras is verbreed en de serre is bijgebouwd. De pech voor Frans en Petra is, is dat men dat vanaf de weg niet kan zien. Ze merken aan de gasten hoe prettig zij het vinden, zo rechtstreeks aan het water. “Het is het enige restaurant/hotel waar je met je boot kunt aanmeren”, zegt Petra. “We hebben veel gasten die hier met een sloep komen, bij ons de nacht doorbrengen en de volgende dag hun tocht vervolgen.” De relatie met watersport tref je ook in het hotel aan. Frans heeft zijn jachtbouwkennis in de bar verwerkt, die de vorm van een halve scheepsromp heeft.
Voortzetting familiebedrijf is geen moeten
Familiebedrijf of niet, voor beiden is het geen ‘moeten’ dat de kinderen het overnemen. Frans heeft twee kinderen uit een eerdere relatie en samen met Petra heeft hij drie kinderen. “Het is leuk om te ondernemen en zelf kunnen te besluiten, maar het heeft uiteraard ook zijn nadelen en dat moet de keus van de kinderen zelf zijn. Mijn ouders hielden werk en privé gescheiden, maar we woonden wel bij het bedrijf, dus je bent altijd aan het werk. Dat ervaren wij nu ook. In de zomer werken wij beiden alle dagen van de week”, vertelt Frans. Frans staat vaak in de keuken, maar wil ook zijn gasten kunnen ontvangen. “We hebben nu een nieuwe chef-kok aangenomen.” Petra neemt de rol als gastvrouw voor haar rekening.
Het koken leerde hij van zijn vader. Het hotel werkt al meer dan dertig jaar met streekproducten en Frans begrijpt ook niet zo goed dat dat tegenwoordig een verkoopmodel is. “Wij vinden het gewoon heel normaal. Onze paling bijvoorbeeld, die krijgen we van een visser hier, verser krijg je het niet. Een gemoedelijk familiehotel met een bijzonder goede regionale keuken. Dat willen we zijn.”, vinden Frans en Petra.
Wat het stel opvalt is dat men vanuit Heerenveen Akkrum maar weinig bezoekt. “En het idee van Feanetië is leuk, maar dat is hier immers al! Het is de mooiste locatie van gemeente Heerenveen”, zegt Frans enthousiast. De spreuk van het hotel is niet voor niets:
“As wetter iis en iis wetter is, is hjir jo oanliz…”

















