Jelle Stuurman “Ik kan aan de houding zien welke duif het is…”
In het kippenhok zat een duif rustig om zich heen te kijken. Zijn moeder had het deurtje dichtgedaan om haar zoon de duif te laten zien. “Ik vond dat prachtig”, zegt Jelle op het moment dat hij terugdenkt aan de dag waar het voor hem allemaal begon. “Ik zette het deurtje weer open, maar de duif bleef telkens terugkomen. Bij mij op de buurt woonde een man die duiven hield en naar hem ging ik toe om advies. Hij zei me dat het een vrouwtje was en van hem kreeg ik er een mannetje bij”, aldus Jelle. Het onvermijdelijke gebeurde. Twee duiven werden vier duiven en vier duiven werden al snel acht. Een nieuwe ‘duivenmelker’ was geboren.

Bij het clubgebouw van de Postduivenvereniging Heerenveen, op een steenworp afstand van Jelle zijn huis, spreken we hem op een spannende dag. Het is een vrijdag en zoals wel vaker op vrijdag worden de wedstrijdduiven ingekorfd. Dat betekent dat 39 duiven van Jelle en drie van zijn dochters op transport gaan naar Sittard. Daar worden zijn duiven, met vele duizenden andere uit Friesland, de volgende dag losgelaten. De duif die het snelste terug is wint de wedstrijd.
De sport wordt steeds professioneler
Voor de inmiddels 53-jarige Jelle groeide de duivensport uit tot een grote passie die hij uitoefent naast zijn werk met gehandicapten. Dat doet hij drie dagen in de week. Veel van zijn vrije tijd steekt hij in zijn duiven. De duivenmelker, want zo noem je iemand die aan duivensport doet, heeft de sport de afgelopen veertig jaar ingrijpend zien veranderen. “Toen ik een kleine jongen was, zaten er in elke straat wel duivenmelkers en ook onder de jeugd was het best wel populair. Tegenwoordig is dat wel een stuk minder geworden en is er van jeugd nauwelijks sprake meer. Kijk maar eens om je heen, het ‘grijze hoofden gehalte’ is hier behoorlijk hoog”, lacht Jelle. Er zijn verschillende redenen waarom de sport in populariteit afneemt. “Ik denk dat de jeugd in algemene zin minder met dieren bezig is en vooral geïnteresseerd is in andere dingen. Daarnaast zie je ook dat de sport professionaliseert en daar ligt onder andere het internet aan ten grondslag. De chinezen hebben de sport door het internet echt ontdekt en daardoor gaat er veel geld in om. Er wordt op wedstrijden gewed en goede duiven gaan voor enorme bedragen naar een nieuwe eigenaar. Door het geld is de sport professioneler geworden en minder toegankelijk. Wil je een beetje meedoen dan moet je meer en meer met de duiven trainen en ze de allerbeste voeding geven, anders heb je geen schijn van kans. Niet iedere duivenmelker wil en kan dat doen.”
Trainingsschema’s en sportvoeding
Wat voor sporters geldt, geldt ook voor de duiven. Een goede prestatie vergt veel training en daarbij hoort een goed uitgebalanceerd menu. Daarnaast zit er ook veel verschil tussen duiven legt Jelle uit. “Het is natuurlijk logisch maar net als bij bijvoorbeeld hardlopers is de ene ranker of gespierder gebouwd dan de ander. Met atletiek zijn de sprinters volledig anders gebouwd dan de marathonlopers en zo is dat ook met duiven. De ranke duiven kunnen het beste ingezet worden over een langere afstand en de gespierde en sterke vogels zetten we in over de wat kortere wedstrijden.” Maar hoe train je nu een duif, dat is een gedachte die menigeen zich zal afvragen. Jelle lacht en knikt bevestigend op mijn vraag. “Het is goed om te weten dat duiven en overigens heel veel vogels territoriale dieren zijn. De spreeuw onder je dakpan is zeer waarschijnlijk dezelfde spreeuw als die daar vorig jaar ook genesteld heeft. Met andere woorden, mijn duiven vliegen wel uit, maar komen altijd weer thuis terecht. Dat is de natuur. Hoe de duif dat exact doet weten ze volgens mij tot op de dag van vandaag nog steeds niet helemaal zeker, maar het heeft te maken met de zon, aardmagnetisme en de reuk. Als ik de duiven ga trainen zet in eerste instantie in de ochtend gewoon het hok open. De duiven willen graag vliegen, hun vleugels strekken. Als een duif niet gaat vliegen maar ergens gaat zitten hebben ze even een duwtje in de rug nodig en die geef ik ze dan ook. In het uurtje gaan de duiven niet heel ver hoor, ze blijven in hun territorium dat ze goed in zich opnemen. Als de training voorbij is gaat het hok ook weer dicht. Dat is met name om ervoor te zorgen dat roofdieren als katten, steenmarters en roofvogels er niet bij kunnen, want die zijn gek op de duiven. In de avond gaat het hok nogmaals open voor de tweede training.” Een meer tijdrovende training buiten de wedstrijden om is om de duiven in te korven en een eind te rijden om ze vervolgens weer los te laten. De duiven vliegen dan direct weer naar huis. Jelle en andere leden van de vereniging doen dit echter maar zelden, omdat het risico’s met zich meebrengt. “Je moet niet vergeten dat je thuis dan het hok moet openzetten en dat de vogels veel sneller terug zijn dan ik in de auto. In de tussentijd kan een roofdier gemakkelijk het hok inkruipen en behoorlijk wat schade aanrichten. Dat risico is voor velen dan echt te groot.”
Daarnaast kan een goede duivenmelker ook goede resultaten boeken met de juiste voeding en is er rond wedstrijden vaak een aangepast dieet. “Als de duiven bijvoorbeeld een wedstrijd vliegen over een relatief korte afstand, zoals morgen vanuit Sittard, krijgen ze net wat meer koolhydraten. Duiven vliegen boven de 100 kilometer per uur dus ze zijn in goed twee uurtjes wel thuis. Bij lange wedstrijden hebben ze meer voedingstoffen nodig en pas ik de voeding aan.”
Inkorven
Jelle is inmiddels aan de beurt om zijn duiven aan te melden voor de wedstrijd. De duivenmelkers nemen de duiven mee in grote bakken waarin de mannetjes apart zitten, maar de vrouwtjes meestal samen. “De mannetjes zijn veel agressiever, dat gaat niet goed als ze allemaal bij elkaar zitten”, legt Jelle uit. Een voor een overhandigt hij de duiven die mee gaan strijden in de wedstrijd. Jelle strijkt telkens de veren plat en netjes en geeft aan of het een mannetje of vrouwtje is. Als het ringetje van de duif langs de chiplezer gaat klinkt er een schel piepje. Bij elke duif kan Jelle op voorhand het nummer opnoemen. “Aan de kop en bouw zie ik al welke duif het is en dus ook of het een mannetje of vrouwtje is. Je werkt zoveel met de dieren, dat gaat vanzelf. Als ze na een training aankomen vliegen kan ik aan de houding en manoeuvres vaak ook wel zien welke duif het is. Ze hebben allemaal hun unieke eigenschappen en dat maakt het ook weer fantastisch.” Nadat alle leden van de vereniging hun duiven, in totaal ongeveer 500, hebben ingecheckt komt er een grote vrachtwagen voorrijden. Deze vrachtwagen gaat, net als twee andere vrachtwagens van dit formaat, Friesland en een deel van de polder door om alle duiven op te halen en te transporteren naar Sittard. De volgende ochtend worden ze daar weer losgelaten. Tot die tijd kan Jelle niks doen. “Dat is natuurlijk altijd spannend, want bijna alle duiven zijn dan even weg en je weet nooit of ze allemaal weer veilig thuiskomen. Er kan een duif verdwalen of gepakt worden door een roofdier, dat heb je gewoon niet in de hand. In de vorige drie wedstrijden van dit seizoen ging het heel erg goed en sta ik met een duif momenteel derde van Friesland. Wie weet gaat het morgen weer net zo goed en hangen er daarna wat Chinezen aan de telefoon voor mijn duiven.” zegt Jelle lachend. “Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen, ik hoop op een goed resultaat, maar ook dat alle duiven morgenavond weer gewoon veilig thuis zijn.”

















