
“Ik ben 64 jaar en geboren en getogen in Groningen,” introduceert Hans Koekkoek zichzelf. We zitten op het zonnige terras bij één van de Zwanenwoningen in Skoatterwâld, waar Hans en zijn vrouw Simmie sinds een aantal jaren wonen. “Een mooi huis, maar leeftijdgebonden. Als je wat ouder wordt, kan dat problemen opleveren”, zegt Koekkoek. Het huis is inderdaad bepaald niet gelijkvloers, constateren we. Zowel het terras buiten, als de woonkamer en keuken binnen, zijn alleen met trappetjes te bereiken. Maar de Zwanenwoningen zijn verder prachtig en met de grote zitbanken op het zomerse terras voelt het als een luxe zitkamer in de buitenlucht.
Hans Koekkoek: “Ik ben behoorlijk eh… eigenwijs. En ik ben open en eerlijk. En vrij recht voor z’n raap. Dat is niet altijd even strategisch. Vroeger was dat erger; ik kon verkeerde dingen tegen mensen zeggen. Ik was een heel vervelend mannetje. Simmie heeft me daarin echt een stukje opvoeding gegeven.” Simmie is Simmie Wedman uit Grou. Hans komt haar tegen in de zomervakantie van 1974, wanneer hij als twintigjarige ALO-student op Ameland recreatieleider is. “Simmie wilde graag een tijdje meelopen met dat recreatiewerk om te kijken hoe dat ging. Verder gebeurde er niets tussen ons; we hadden allebei al verkering. Een jaar later was ik strandwacht op Terschelling, en kwamen we elkaar toevallig weer tegen. ‘Ken ik jou niet?’ vroeg ze. ‘Nee, moet dat dan?’ was mijn vraag terug. Ik herkende haar niet. We maakten een afspraakje bij de ‘Schotse Vier’, een café in Midsland. We waren nu allebei vrij, dus dat kon. Alleen kwam ik die avond helemaal niet opdagen. Later zat ze er weer en toen ze me zag, ging ze zoenen met een andere jongen. Dat deed ze expres. Om mij jaloers te maken.”
Dat heeft gewerkt. Twee dagen na dit interview komen we Hans en Simmie Koekkoek tegen op hun veertigjarig huwelijksfeest, dat onder het motto ‘we vieren de liefde’ op een – alweer zonnig en zomers – terras aan het Nannewiid plaatsvindt. Hans en Simmie delen hun geluk graag. “Ik ben een zondagskind”, heeft Hans twee dagen voor dit huwelijksfeest gezegd. “Alles kwam op mijn pad, zonder dat ik er al te veel moeite voor hoefde te doen.”
“Het ‘vervelende mannetje’ zijn heeft ook zijn voordelen”, grijnst hij. “Ik sport veel, vanaf mijn jeugd al. Ik begon als wedstrijdzwemmer en behoorde van mijn tiende tot mijn veertiende bij de Nederlandse top op de honderd meter vlinderslag. Daarna heb ik nog ruim vijfentwintig jaar gewaterpoloëd. Vaak als aanvoerder. En dus de enige die iets tegen de scheidsrechter mocht zeggen”. Om direct daaraan toe te voegen: “Ook in wat ik wel of niet tegen de scheidsrechter kon zeggen, heeft Simmie me trouwens opgevoed.”
TONEEL IN ONDERBROEK
Hans mag dan zijn opgevoed door Simmie in de tactische omgangsvormen, hij komt zelf ook in een opvoedingsberoep terecht. “Ik wist op mijn twaalfde al dat ik leraar Lichamelijke Opvoeding wilde worden, gymnastiekleraar dus. Ik heb in Meppel in het basis- en speciaal onderwijs gewerkt en daarna daar ook in het voortgezet onderwijs. En ik werd er ook decaan en afdelingscoördinator. Ik heb onze twee zoons mogen opvoeden als vader én als leraar. Toen mijn jongste zoon een keer spijbelde, kwam hij op school bij mij terecht. En andersom, thuis, kreeg ik van hem wel eens te horen: ‘Pap, wat je nu op school zei, dat kon echt niet, ik schaamde mij kapot’.”
In Meppel komt Hans via het onderwijs ook in aanraking met het amateurtoneel. “Toneelspelen is voor mij jezelf kunnen zijn terwijl je iemand anders speelt”, zegt hij. Ook presenteert hij jarenlang concerten in de brassbandwereld waarin Simmie muziek maakt en leert zo mensen kennen als de Stellingwerver schrijver Johan Veenstra en de Friese cabaretier Rients Gratama, met wie hij en Simmie tot diens overlijden vorig jaar contact onderhielden. Hans blijkt zelf geen onverdienstelijk toneelspeler, en staat met de Meppeler toneelvereniging Tavenu regelmatig op de planken in schouwburg Ogterop. “Ik moest in één van die stukken bijna naakt met iemand in bed belanden”, herinnert Hans zich. Simmie had voor die scène speciaal een mooie onderbroek voor mij gekocht. Toen het stuk was afgelopen, was het eerste wat ze zei: ‘Waar was nou je mooie onderbroek?’ Ik had gewoon in mijn oude Hema onderbroekje gespeeld en de nieuwe helemaal vergeten aan te trekken.”
“Ik was totaal niet ambitieus”, zegt Hans. “Ik wilde gewoon een goede gymleraar worden; later ontdek je dat je andere dingen ook leuk vindt. Het decanaat en het managen op school, het amateurtoneel, hardlopen, zelfs drummen. Ik doe van alles, maar kan van alles een beetje. Daarnaast ben ik tegenwoordig oppas-opa, voorleesvrijwilliger bij Humanitas en beoordeel ik als ‘karmaster’ Friestalig amateurtoneel. Van 2014 tot 2018 zat ik voor D66 in de gemeenteraad”
WADDENLIEFHEBBERS IN HART EN NIEREN
Hoe fijn Meppel ook is, Hans en Simmie spreken als echte waddenliefhebbers af, dat als de kinderen de deur uit zijn en één van hen een baan kan krijgen op één van de Waddeneilanden, ze die kans zullen nemen. Hans is de eerste die die kans krijgt.
“In 2006 werd ik directeur op het VMBO op Vlieland. Ik was toen 52. Wonen en werken in een kleine gemeenschap is mooi, maar betekent ook: iedereen praat overal over mee. En het betekent: géén ruzie maken, want je hebt elkaar elke dag nodig. Ik heb die baan helaas door een conflict niet kunnen houden. Ik wil daar verder niets over kwijt, maar ik moest wel weg. Dat was echt een teleurstelling, maar ‘Vlie’ zit nog altijd in ons hart en we komen er weer regelmatig.”
Koekkoek houdt nóg een nare ervaring over aan Vlieland. “Ik sport graag, en na 25 jaar waterpolo ging ik marathonlopen. Op een gegeven moment werd ik sneller moe, ik was niet fit meer. De last aan mijn benen en voeten werd steeds erger, ik kon geen schoenen meer aan. Ik had uiteindelijk totaal geen energie meer en kon wel 24 uur achter elkaar slapen. Ik bleek toen al een half jaar de ziekte van Lyme te hebben. Opgelopen op Vlieland.”
“Vanaf Vlie maakten we gemakkelijk uitstapjes naar Terschelling. Zo heb ik het Oerol leren kennen. Ik ben er dit jaar voor de achtste keer vrijwilliger. Ik vul, samen met een aantal andere vaste vrijwilligers, altijd hetzelfde rijtje in op de vijf vrijwilligersvoorkeuren: chauffeur, chauffeur, chauffeur, chauffeur en nog een keer chauffeur.” Opnieuw komt er een lichte grijns op zijn gezicht. “Wij doen vooral artiestenvervoer, van en naar de boot, het hotel en de backstage.”
‘HANS KLOK’
Na Vlieland gaan Hans en Simmie in 2010 in Heerenveen wonen. Simmie heeft al die jaren een baan gehouden op de wal en woonde doordeweeks al in een flatje in Heerenveen. Hans’ introductie in zijn nieuwe woonplaats mag je gerust ‘theatraal’ noemen: hij komt in de kerstmusical van het Posthuis Theater terecht, een door Rients Gratama geschreven Heerenveense bewerking van het Scrooge-verhaal, met Rients Gratama en Freark Smink in de hoofdrollen. Zo’n 2500 bezoekers zien Hans Koekkoek onder meer in de opzienbarende rol van klok, die telkens de geesten aankondigt. “Ik zit dit jaar in ‘De Stormruiter’, ook met Freark Smink. Die roept nog steeds ‘Hans Klok’ tegen me.”
“Het gaat nu goed met de Lyme”, zegt Hans Koekkoek. “Maar de schrik zit er wel in. En het lopen krijg ik niet meer op niveau. Je houdt de Lyme in je en je wordt onzeker over je lijf, je vertrouwt je lijf niet meer.” Ergens spijt van heeft hij niet. “Je moet nooit spijt hebben van de dingen die je hebt gedaan. Hooguit van de dingen die je niet hebt gedaan.”















