Dwerggeiten-hobbyist Sil Dekker” “Ik had de fanfare voor mijn huis verwacht…”
In de Knipe, onder de rook van Heerenveen, staat zijn ‘Dwerggeitenstal De Pijpjes’. Sil Dekker, bijna vijftig jaar getrouwd met ‘zijn’ Tiny, vader van twee dochters en een zoon, aangenaam.

Zijn verhaal krijgt extra charme door zijn zangerige Noord-Hollandse accent en de onderkoelde no-nonsense manier waarop hij tussen neus en lippen door allerlei anekdotes opdiept. Maar schijn bedriegt, want onder de oppervlakte van deze wat achteloos aandoende import-Fries, sluimert een gepassioneerde dierenliefhebber die al vijftig jaar met zijn hobby bezig is en inmiddels op nationaal niveau in de top meedraait tijdens shows en keuringen.
Hoe is het allemaal begonnen?
“Mijn vader werkte in de haven van Amsterdam en was daarnaast hobbyboer. Vond ie leuk. Een stuk of wat koeien en hij heeft ook nog een paar varkens gehad. Als ik mijn eten niet opat, moest ik bij de varkens in de stal, tot ik het op had. We hadden een groot gezin, Rooms Katholiek, met zes meiden en drie jongens en het was geen vetpot. Dus je bord niet leegeten was ‘not done’. Ik vond het overigens geen enkel probleem als ik bij de varkens werd gezet, want die hadden mijn bord in een oogwenk leeg.”
“Als jochie van een jaar of tien kreeg ik van een kennis van mijn vader een geit, die ik Lientje had gedoopt. Het duurde overigens niet lang of ik had er twee, want Lientje was drachtig. Toen ‘Lientje Twee’ op de wereld kwam, heb ik daar een geboortekaartje voor gemaakt, dat ik nog steeds heb:
‘Heden werden wij verblijd met de geboorte van een geit. Ze heet Lientje twee en alles is ok.’
Nadat hij de lagere en middelbare Landbouwschool had gedaan, ging hij aan het werk bij de ‘Boerenhulp’, melken en in de piekperiodes hooien. “Mijn geiten kon ik thuis niet houden dus die werden overdag op een stukje braakliggend terrein in de toekomstige nieuwbouw neergezet en ’s avonds haalde ik ze weer op en gingen ze in het hok bij ons huis.”
Moetje?
Hij ontmoette Tiny, Amor sloeg genadeloos toe en moest op 22-jarige leeftijd met haar trouwen. Niet omdat ze in verwachting was, maar om als stel in het huis van Tiny’s moeder te kunnen trekken. Die was namelijk hertrouwd, waardoor haar huis in Heerhugowaard vrijkwam. Daar zag ‘Dwerggeitenstal De Pijpjes’ het levenslicht. “Het huis waar wij kwamen te wonen” licht Sil toe ”Lag aan een weg met een sloot ernaast, waar allemaal afwateringspijpen in uitkwamen. Die weg werd in de volksmond dus ‘De Pijpjes’, in goed Noord-Hollands ‘De Paipies’, genoemd. En mijn dwerggeitenstal dus ook.”
Inseminator
Sil volgde een cursus tot inseminator en leerde het vak in de praktijk op Texel waar hij een half jaar bij het Ki-station ter plaatse was aangenomen. Daarna werkte hij achtereenvolgens op de Ki-stations in Stompetoren, Sijbekarspel en Avenhorn. Er was een reorganisatie tendens aan de gang waardoor veel kleine Ki-stations werden samengevoegd tot een centrale vestiging. Sil Dekker werd steeds meer betrokken bij managementachtige zaken en werd in Avenhorn plaatsvervangend hoofd. Dus minder in het veld en meer achter de computer. Dat heeft hij tien jaar gedaan. Ook Avenhorn moest er op den duur aan geloven. Er werd in Heerenveen een nieuw, centraal gelegen, kantoor neergezet voor de Noordelijke drie provincies plus Noord-Holland en Sil werd voor de keuze gesteld om een nieuwe baas te zoeken of mee te verhuizen naar Friesland. “Tiny zette haar hakken in het zand” vertelt Dekker glimlachend. “Maar als vijftigjarige zet je niet zo maar even je baan bij ‘het oud vuil’, dus het werd Friesland. We moesten op zoek naar een huis.”
“En dat verliep soepeltjes. In de Knipe stond een leuke woning te koop met een mooie lap grond van 5000 vierkante meter erbij en een paardenstal ernaast, zodat ik ook ruimte zou hebben voor mijn dwerggeitenstal. Bovendien tegen een prijs, die voor Noord-Hollandse begrippen in de categorie ‘buitenkans’ viel. Dat was twintig jaar geleden. Friesland was voor mij in het begin wel even wennen, maar voor Tiny was het veel moeilijker. Die had in Noord-Holland een vrij druk sociaal leven. Maar ze ging op gym en sloot zich aan bij andere clubjes en we werden vrij snel in de gemeenschap opgenomen. We zijn toen beiden ook op Friese les gegaan, enerzijds vanuit een ’s Lands wijs, ’s Lands eer - principe, anderzijds omdat ik op mijn werk in Heerenveen ook met Friese klanten te maken zou krijgen.”
De geiten
“Op kantoor trof ik een collega, Evert Jan Regelink, die ook dwerggeiten had, maar ze vanwege ruimtegebrek bij zijn vader in Drenthe had gestald. Ik stelde hem voor een paar geiten bij mij neer te zetten en zo geschiedde. Later verhuisde hij naar een ander huis met een stuk grond erbij, in Lippenhuizen. Zijn geiten verdwenen dus bij mij, maar de vriendschap bleef bestaan. Ik had inmiddels zelf ook al weer een stuk of wat geiten en samen met Evert Jan ging ik regelmatig op pad, naar shows en keuringen. Hij beheerste de kunst om geiten in ‘no-time’ in het gareel krijgen. Ze moeten namelijk voor de keuring netjes lopen en die kunst beheerste hij als geen ander. Een soort ‘geitenfluisteraar’ zeg maar. Ik denk dat mijn geiten een uitzonderingspositie hebben. Want welke geit heeft er nu een personal trainer? Daarnaast bespreken we welke bok we moeten gebruiken, naar welke shows we toegaan en welke geiten we daarvoor meenemen. Ik ga met mijn geiten voornamelijk naar shows in Friesland. Daarnaast ga ik ook wel ook wel eens zonder dieren kijken bij andere shows en uiteraard zijn we present bij de Nationale Keuring in september in Leusden, waar een paar honderd van de mooiste geiten van Nederland komen met hun eigenaren.”
Belangstelling neemt af
In Nederland bestaat er een overkoepelende vereniging, de Nederlandse Federatie van Dwerggeitenhouders, bestaande uit vijf verenigingen, die zaken voor dwerggeitenhouders faciliteert, zoals stamboek, maandblad, nationale keuringen en uiteraard een website (dwerggeiten.nl).
De belangstelling voor het houden van dwerggeiten is echter tanende. “Dat zit hem voornamelijk in de steeds strenger wordende regelgeving ”legt Sil Dekker uit “Die niet alleen een hoop rompslomp met zich meebrengt, maar de hobby ook steeds duurder maakt. Aan de ene kant is het wel begrijpelijk dat het Ministerie de teugels strakker aantrekt met Mond en Klauwzeer en ook voor mensen niet ongevaarlijke Q-Koorts in gedachten, maar voor een hoop geitenhouders is de lol er op die manier inmiddels af. Elke beweging, geboorte, koop en verkoop moet worden vastgelegd en daar hebben veel geitenhouders hun bekomst van. Die gooien het bijltje er bij neer.”
Wat maakt jouw hobby zo uniek?
“Geiten is levend spul. Het is gezellig. Niet alleen de dieren zelf, maar ook de mensen waarmee je in contact komt. Je praat over de dieren en je probeert ze qua ras mooier en beter te maken door de keuze van een goede bok. Je hoort geitenhouders wel eens zeggen ‘Als je geiten houdt, dan leer je vloeken’. Nou is dat niet helemaal waar, alhoewel het inderdaad stronteigenwijze dieren zijn. Maar als je afrastering in orde is en de dieren genoeg en op tijd te eten krijgen heb je er geen centje pijn mee. Zo niet….dan is het gras bij de buren altijd groener.”
“Ik ben in Heerhugowaard begonnen met 2 dwerggeiten. Die kostten toen 350 gulden per stuk en dat is best een heel bedrag. Je had toen nog erg veel ‘broodfokkers’. Die lieten hun geiten twee keer per jaar jongen en daar werd de hobby dik mee betaald. In het begin had ik er weinig verstand van, maar met het verstrijken van de jaren deed ik het op keuringen steeds beter. Inmiddels doe ik landelijk ‘leuk mee’. Twee jaar geleden ben ik met een van mijn geiten Nederlands kampioen geworden en zijn er dit jaar twee van mijn geiten Fries kampioen geworden. Daar doe je het ook voor.”
“Ik had trouwens wel verwacht dat de fanfare bij thuiskomst voor mijn huis zou staan, maar dat viel tegen.”











