De avonturen van Harry van der Velde & Jouke Nolles in 12½ jaar Sportstad
Groot Heerenveen zocht deze maand Sportstad uitgebreid op. Verderop in deze krant spreekt Wim Walda met Anne-Tjitske Cnossen over de toekomt van Sportstad en ikzelf ontmoet hier op deze pagina’s twee mannen, die er vanaf het eerste uur bij waren en nu hun 12½-jarig jubileum vieren. Welkom bij de avonturen van Harry van der Velde en Jouke Nolles.

Achter de tekentafel
Jouke Nolles is zweminstructeur en zwemcoach. Dat was hij ook al vóórdat hij bij Sportstad kwam. De badmeester begint zijn verhaal echter niet in het chloorwater, maar achter de tekentafel.
Jouke Nolles: “Ik werkte, toen ik een jaar of 30 was, bij een ingenieursbureau in Sneek. Als tekenaar zat ik de hele dag achter de computer, maar ik had geen plezier in mijn werk. Onder de hoede van Foppe de Haan heb ik toen diploma’s gehaald op de voetbalschool en ben ik Hoofd Jeugdopleiding bij VV Heerenveen geworden. Dat heb ik zes jaar gedaan, alleen verdiende het niet genoeg. Daarom ben ik, als extra, via het CIOS ook badmeester geworden. Eerst in zwembad De Wispel in Tijnje en daarna, in 1993, bij het overdekt gemeentelijk zwembad De Telle in Heerenveen. Sporthal De Telle is verdwenen, toen Sportstad kwam en als badmeester ben ik in 2006 meegegaan. In maart zit ik twaalfenhalf jaar bij Sportstad.” Jouke wordt dan vast in de bloemen gezet.
Feenstra Verwarming
Die bloemen waren er nog niet voor de allereerste jubilaris van Sportstad, technisch medewerker Harry van der Velde. Harry was gewoon ongemerkt plotseling twaalfenhalf jaar werkzaam bij de organisatie. “Ik werkte voor Feenstra Verwarming”, vertelt Harry. “Wij legden in het nieuwe voetbalstadion de installaties aan. Ik had dan storingsdienst en moest er ook zijn tijdens de wedstrijden. Dat is al zo sinds 1994. Tijdens de bouw van Sportstad liep ik mee voor alle installaties en ik ben in 2006 door Tjisse Wallendal definitief overgegaan naar Sportstad. Ik ben nu Hoofd Technische Dienst van héél Sportstad.”
Harry, doe het licht maar uit!
Harry van der Velde heeft nog steeds regelmatig storingsdienst en is ook aanwezig bij alle thuiswedstrijden van sc Heerenveen. “Ik zet de lichtmasten aan en uit. Ik kan, als het moet, vanuit mijn eigen huis de lampen van het stadion aan en uit doen”, zegt Harry en hij krijgt een geheimzinnige grijns op het gezicht. Ik kijk hem vragend aan. “Er was een tijd, dat Heerenveen vaak een wedstrijd in het laatste kwartier dreigde te verliezen”, legt hij uit. “En mijn voetbalvrienden zeiden op een gegeven moment: ‘Harry, kun jíj daar niet iets aan doen?‘ Ze wisten, dat ik over de stadionlichten ging en bedachten, dat ik de lichten moest doven als er in dat laatste kwartier een tegendoelpunt dreigde te vallen. Dat zou de spelers twintig minuten de tijd geven om even in de kleedkamer op adem te komen, voordat de wedstrijd weer werd hervat. Dus op een gegeven klonk er tijdens zo’n dreigende situatie in een wedstrijd een keer een lied, massaal vanaf een deel van de tribune: ‘Harry, doe het licht maar uit!’” Harry van der Velde moet er nóg om lachen. “Ik woon in een boerderij in It Heidenskip. Aan de de Fluesssen, met het zicht schuin op de
Galamadammen. Ik kom oorspronkelijk uit Stobbegat (Vegelinsoord – red). Daar ben ik geboren op 15 november 1962. Ik ben opgegroeid in Ouwsterhaule en voetbalde altijd in Sint-Johannesga. De grap met de stadionlampen komt dan ook uit de voetbalkantine van Sint-Johannesga.” Dan concludeert hij, en het klinkt bijna als een vrijheidsideaal: “Ik heb nog nóóit in een bebouwde kom gewoond.”
Opeinde / De Pein
Ook Jouke Nolles woont niet in Heerenveen, al is hij wel in deze gemeente geboren en getogen. “Ik ben geboren in Nieuwehorne, op 17 oktober 1957”, vertelt hij. “Heit was boer. Toen ik zes jaar was, brandde de boerderij af en zijn we in Jubbega gaan wonen. ‘Oant myn tweintichste, dêrnei fleane je fuort’. Ik heb in Tjalleberd gewoond, opnieuw in Jubbega, daarna in Heerenveen, dicht bij De Telle, en sinds enige tijd woon ik in De Pein. Opeinde, op zijn Nederlands. Noodgedwongen, ‘want de frou komt der wei.’ Zo zeg je dat in het Fries tenminste, maar dat klinkt wat raar in het Nederlands.” “Je nieuwe relatie woonde daar al”, probeer ik. “No, sa!”
Jouke en Harry zijn echte Friese jongens en het hele interview houden we dan ook in het Fries. Ik schrijf het wel allemaal in het Nederlands op, leg ik uit, want Heerenveen zelf is wat minder Friestalig gericht. Beetje jammer, zo vinden beide mannen, maar dat moet dan maar.
“Gelukkig heb ik het huis in Heerenveen kunnen verkopen”, vervolgt Jouke. “Ach”, zegt Harry relativerend, “ik woon nu in It Heidenskip, ook samen met mijn nieuwe relatie. Vroeger bleven mensen bij elkaar, scheiden deed je niet. Tegenwoordig is dat wat anders. De frou, ze heet Tryntsje, dat klinkt beter, wil op onze boerderij ‘De Wolvetinte’ een B&B beginnen.
Man bijt Hond
Jouke Nolles heeft aan verhalen geen gebrek als zwemcoach. “We hebben hier zwemles gegeven aan Marten Veenstra uit Heerenveen. Die naam mag wel in de krant, dat vindt hij vast niet erg. Hij is namelijk wel bekend. Veenstra was toen halverwege de zestig, dus hij zal nu bijna zeventig zijn. Die had er achttien jaar over gedaan om zijn rijbewijs te halen en hij zat ook al twintig jaar op zwemles. Hij had heel veel moeite met het diepe bad, het was hem te diep. Dus een zwemdiploma kreeg hij maar niet. Daar kreeg het televisieprogramma ‘Man bijt Hond’ lucht van en we hadden hier een tijdlang een hele televisieploeg over de vloer. Die volgde de verrichtingen van Veenstra op de camera en dat werd een vast item in het programma. Helaas had Veenstra geen les van mij, maar van een collega.” Jouke Nolles had hem graag zelf gehad, zegt hij lachend. “Ik heb er alles aan gedaan om even in beeld te komen, maar dat is niet gelukt. Overigens lukte het met het zwemdiploma van Veenstra ook niet, en Man bijt Hond hield het na een tijdje wel voor gezien.”
Sinterklaas in bad
Een andere van televisie bekende gast heeft ook een keer zijn opwachting gemaakt in het zwembad van Jouke. Dat was Sinterklaas. Jouke denkt er vaak aan terug. Niet alleen met plezier, ook met een enigszins sneue ondertoon. “Het was een heel leuk feest. Totdat Sinterklaas aan de rand van het zwembad over wat attributen struikelde en het chloorwater in klapte. Met rode mantel, witte onderjurk en baard lag Sinterklaas in het zwembad. Hij is met het pak en al uit het water getrokken, maar de buitenmantel en de witkatoenen onderjurk waren compleet bedorven. Het wit sloeg roze uit. Dat werd een dure grap voor Sinterklaas.” En Jouke zelf? “IK speelde voor Sinterkaas.”
Je maakt wat mee!
De situatie in het zwembad met Sint-Nicolaas, daar is Harry van der Velde dan weer niet verantwoordelijk voor, dat valt niet onder gebouwenbeheer en Technische Dienst. Maar ook Harry maakt malle avonturen mee. “Op een keer hadden zes jongens zich uit baldadigheid in één van de ruimtes op laten sluiten, maar ze kregen de deur zelf ook niet meer open. Het heeft ons best moeite gekost om vanaf de buitenkant de grendels binnen los te kunnen maken. We hebben er even over gedacht om het warm eten voor de jongens maar door een open raampje naar binnen te schuiven, zo lang duurde het.”
Jouke Nolles heeft er ook nog één, tot slot: “Ik geef lessen MBVO, Meer Bewegen Voor Ouderen. Op een keer was het hartstikke warm, dus ik pak mijn bidon met water uit de koelkast en neem daar een aantal ferme slokken water achter elkaar uit. Dacht ik. Bleken er grapjassen jenever in de bidon te hebben gedaan. Ik wist niet hoe snel ik bij de kraan moest komen!”
Je maakt wat mee in twaalfenhalf jaar Sportstad.
Door Henk de Vries Foto: ©Mustafa Gumussu/FPH













