Algemeen

Buurtbemiddelaars Truus en Carin: “Met elkaar in gesprek blijven en elkaar een spiegel durven voorhouden”

Door: Ferdinand de Jong

HEERENVEEN - Veel mensen hebben er wel eens mee te maken gehad: een burenruzie. Zelf, iemand in de familie of een vriend of een kennis, het overkomt een groot aantal inwoners van Nederland en ook in de gemeente Heerenveen zijn er voorbeelden.

Carin de Jong en Truus Mencke
Carin de Jong en Truus Mencke Foto: Ferdinand de Jong

Vaak komt buurtbemiddeling dan in beeld. Een door de gemeente opgezet project, dat na een aantal jaren werd ondergebracht bij Caleidoscoop. Truus Mencke en Carin de Jong zijn buurtbemiddelaars. 

Hoe kom je er bij om je tijd op vrijwillige basis in andermans sores te steken?

“Er stond een oproep in de lokale krant en het leek me wel wat”, vertelt Truus Mencke. “Dat is een jaar of 13/14 geleden. Ik werkte in de zorg op een afdeling waar klachten behandeld werden, dit paste mooi in dat profiel. Iets bijdragen aan het oplossen van problemen. Als het lukt, krijg je er positieve energie van.” Carin de Jong: “Ik heb een juridische achtergrond en heb me spontaan aangemeld. Inmiddels ook al weer een jaar of zeven geleden.” 

Wat komen jullie tegen?

“Vergis je niet, als er een burenruzie ontstaat, beheerst het je hele leven”, zegt Truus. “Je wordt er mee wakker, worstelt je er de dag mee door en gaat er ‘s avonds weer mee naar bed. De hele dag speelt het een rol, of je dat nu wilt of niet.” 

“Het stapelt. Alle kleine ergernissen worden bij elkaar opgeteld en zo wordt het groter en groter”, legt Carin uit. “Het gekke is dat de meeste mensen gewoon willen dat het stopt. Ze willen echt een oplossing.” 

Hoe komen de klachten bij jullie?

“Dat kan op meerdere manieren. Soms weten de mensen zelf de weg naar Caleidoscoop te vinden, soms gaat het via de wijkagent, gemeente of de woonstichting”, zegt Carin.

“De deelname aan buurtbemiddeling is vrijwillig, soms zou ik willen dat er vanuit de overheid iets meer druk mogelijk zou zijn om de buren met elkaar in gesprek te krijgen. Het Engelse model is bijvoorbeeld iets minder vrijblijvend”, vindt Truus. “De politie heeft het te druk en de eerste reflex richting de betrokkenen is dan vaak: ‘Bouw maar een dossier op’. Dat werkt averechts, want door al die tijd die je moet steken in het bijhouden en opschrijven van alle ergernissen, wordt de kans op verharding van het conflict alleen maar groter.” 

Wat is jullie rol?

“Buurtbemiddeling is geen organisatie die met een schaaltje oplossingen naar de mensen toegaat, de buren moeten het zelf doen. Als er door een goed gesprek consensus wordt gevonden over die schutting die tien centimeter verkeerd staat, is dat voor ons voldoende”’ vertelt Carin. “Van ons hoeft niemand die schutting te verplaatsen.”

Truus: “Er komt ook geen verslag of dossier van de gesprekken, enkel een vertrouwelijke mail naar de coördinator van buurtbemiddeling met daarin onze bevindingen.” 

Wat is jullie manier van werken?

“Als er een melding binnenkomt, gaan we eerst naar de melder. Die noemen we Buur A”, zegt Truus. “Daar gaan we mee in gesprek om de klachten van die persoon duidelijk in beeld te krijgen.” 

“Als het lukt, gaan we daarna gelijk naar Buur B”, neemt Carin over. “Maar dat kan soms ook even duren, elke situatie is verschillend. Je merkt dat soms de scherpe randjes bij Buur A er al af zijn als de mensen gewoon hun verhaal een keer kwijt kunnen aan iemand met een echt luisterend oor.” 

“Goed om te vermelden is dat we altijd met zijn tweeën gaan. Twee weten meer dan een en je weet nooit hoe hoog de emoties op zullen lopen, het is ook een stukje zekerheid voor de vrijwilligers,” zegt Truus. 

Kun je een bepaalde sociale klasse aanwijzen waar de meeste klachten vandaan komen?

Carin lacht. “Absoluut niet. Wij komen op veel plekken, van gehorige duplexwoningen met dunne muren tot grote villa”s in de dure buurten. Overal komen burenruzies voor.” 

“En niet alleen in Heerenveen zelf, de buurtbemiddeling is er voor de hele gemeente, dus voor alle dorpen,” voegt Truus toe. 

Welke klachten gaat het om?

“Geluid van warmtepompen, airco’s , stinkende barbecues, verkeerd geplaatste erfafscheidingen, hondenpoep, kraaiende hanen, stankoverlast”, somt Carin op. 

En dan?

“Heel vaak horen we dan de opmerking: Waarom komen ze dan niet gewoon met me praten? Mensen geven soms via brieven of boze appjes een heel verkeerd signaal af, terwijl de buren vaak net als zij gewoon een oplossing willen. Alles draait om communicatie”, zegt Carin. 

“We komen soms bij mensen die ons met een stapel brieven of boze berichten confronteren, maar daar doen wij niks mee. Wij gaan in gesprek”, zegt Truus. “Eerst een intake met Buur A en Buur B en, als het lukt, daarna een gezamenlijk gesprek.” 

Carin: “Mensen willen zich gehoord voelen. Er is wederzijds vaak onbegrip of onwetendheid over elkaars privésituatie en door de gesprekken ontstaat vaak veel meer begrip. Als dat lukt, zijn wij al voor een groot deel tevreden.” 

Tips and tricks?

Truus lacht. “Het juiste moment van communicatie inschatten en afwachten, het heeft niet veel zin om na een warme dag met iemand in gesprek te gaan terwijl bij de buren een feestje is waarbij de wind de rook van de barbecue net in hun richting blaast. Dan moet je een dag later terug komen.” 

Carin: “En het kan goed werken als de partner mee komt, om de emoties wat binnen de perken te houden en zogen voor nuance en aanvulling bij het gesprek. En mochten zaken escaleren, komt er professionele mediation, maar dat regelt buurtbemiddeling dan niet meer. We merken wel dat de wereld na corona is veranderd.”

“Mensen zijn minder bereid om met elkaar in gesprek te gaan,” knikt Truus. “Dat maakt het soms ingewikkeld.” 

“Maar soms komt er ook wat moois uit”, voegt Carin toe. “Ik herinner me een zaak waarbij een tolk nodig was en die zei op een gegeven moment tegen beide partijen, waarom gaan jullie niet een keer met elkaar vissen? En zo is het gegaan.”

“Met elkaar in gesprek blijven en elkaar een spiegel durven voorhouden, dan komen we een heel eind”, besluit Truus.