HEERENVEEN - Wat is de grens tussen een vrijwilliger en een professional. Het antwoord op die vraag werd gegeven door de man die deze week op 85-jarige leeftijd helaas overleed: Rein Zwart.

 Hij was in de noordelijke sportwereld altijd aanwezig. Je wist nooit precies wat hij  deed, maar het leek alsof er niets zonder hem georganiseerd kon worden. Het ene moment was hij juryvoorzitter, een andere keer zorgde hij dat je auto op de goede parkeerplek kwam te staan.

Rein Zwart had het vroeg in de vingers had. Hij was sinds 1964  voorzitter en bestuurslid van de wielervereniging Olympia uit Heerenveen en zou dat 25 jaar blijven. In die functie organiseerde hij alles: van kleine wielerkoersen rond de kerk tot aan de indrukwekkende amateurronde van Zuid Friesland, dat in de eerste jaren een waar kunststukje was om te organiseren.

Toen in de eind zeventiger jaren de schaatsers marathonwedstrijden gingen rijden, werd Rein Zwart gevraagd om dat allemaal te regelen. Hij creëerde vanuit het niets ook daar een goed jurykorps, net als bij het wielrennen. Met vaak dezelfde mensen, die hij volledig kon vertrouwen. En toen die schaatsers ook nog op skeelers wedstrijden wilden doen, was Rein Zwart als eerste een telefoontje kreeg. “Ik kom”. Hij was er altijd. En de sporters vertrouwden op hen.

Omdat het organiseren van wieler- en schaatswedstrijden in zijn bloed zat, realiseerden andere sporten dat de wijze waarop ze dat deden toch heel belangrijk was. En omdat Thialf bij de grote schaatstoernooien veel stewards binnen en buiten nodig had, regelde Rein Zwart dat ook. Later ook bij ijshockey, en het voetbal bij SC Heerenveen. Dat de groep mensen die ze daarvoor opleiden later ook ingezet werd in beveiliging  van evenementen, festivals tot aan  buitenlandse schaatstoernooien, geeft aan dat het allemaal goed werd gedaan. De opzet daarvan werd doorgegeven aan zijn zoon.

 

Wat mij altijd zal bijblijven is dat ik Rein Zwart midden in hectische toestanden nooit gestrest heb gezien. Altijd rustig, altijd vriendelijk, altijd belangstellend, en als hij kon regelen dat onze uitzending iets nodig had, deed hij dat ook.  

De sport heeft in Fryslân nooit meer iemand van het niveau van Rein Zwart gehad. Hij zei nooit nee. Als hij wel eens een keertje vrij had, bedacht hij iets waarmee die lege dag weer gevuld zou kunnen worden. Voor de sport. Hij zat ook in allerhande technische commissies in de sporten die hij ook organiseerde. Een alleskunner.

Was Rein Zwart nooit emotioneel? Jawel, hij was vaak ontevreden over bondsbestuurders. Of over mensen die de baas wilden spelen. “We dogge it mei syn allen”, was zijn boodschap dan. Een teleurstelling, die hij niet onder stoelen of banken schoof, was dat de Elfstedenschaatsvereniging niet het marathonschaatsjurykorps vroeg om te registreren in welke volgorde de schaatsers over de finish kwamen. Dat was een schop tegen vakmanschap.  

In 1973 werd hij koninklijk onderscheiden. Als iemand zoiets verdiende, was hij dat wel. Maar voor mij persoonlijk was hij nog net  iets meer. Ik heb al die jaren namelijk zo verschrikkelijk genoten van de vrolijke prettige sfeer die hij om zich heen creëerde. Die gezelligheid, die op de jurywagens van wielrennen en schaatsen hing, zal me altijd blijven herinneren aan de bijzondere man Rein Zwart.

Hij is na een lange ziekte over de eindstreep gegaan. Als je zijn leven overkijkt, denk je echt dat hij die streep zelf heeft getrokken….  

Eelke Lok