Sport

Skûtsjesilen, fel, spannend en verrassend: Altijd prutsen om sneller te gaan

Door: Eelke Lok

FRYSLAN - Het skûtsjesilen is in zijn bijna tachtig jaar oude historie alwéér een nieuwe fase ingegaan: de skûtsjes zodanig veranderen dat ze nóg sneller kunnen varen. Niet voor niets had de SKS, de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen, in het streven zo veel mogelijk traditioneel te zijn, indertijd al besloten een commissie van toezicht aan te stellen. Schippers moeten het melden wanneer ze ook maar íéts aan het schip willen veranderen. Niettemin ondergaan de skûtsjes sindsdien tot aan de dag van vandaag toch forse veranderingen.

Afbeelding
Foto: Ricardo Veen

In die commissie van toezicht zaten oud-schippers, die een skûtsje graag op de oude manier in stand wilden houden. Het bleek echter dat daar geen eenheid in zat. Hun vaders hadden immers verschillende ideeën over een skûtsje. De commissie was opgericht, omdat er daardoor al veel ‘fouts’ gebeurde, al werd dat amper bekend. Zo vonden de latere eigenaren in het skûtsje de ‘Friesland’ een koproer, dat Lodewijk Meeter daar ooit in had laten zetten. En Sneek had een karretje met ballast in het ruim wat ze verplaatsten. En de masten werden steeds hoger, de zeilen steeds groter.

Ellenlange discussies
De hele SKS-organisatie probeerde paal en perk te stellen. Ellenlange vermakelijke discussies. Het ging de schippers er immers ook om wedstrijden te winnen. Precies zoals hun vaders en soms zijzelf nog gewonnen hadden, om zeilend als eerste op de laad- en losplaats te komen. Hun leven als vrachtvaarder was een constante wedstrijd en is de basis van de SKS.

Het bleek dat de wat grotere skûtsjes de winnaars waren. Dus zijn zowat alle skûtsjes verlengd naar 19,50 meter. En ach, sommige skûtsjes waren ook al eens verlengd door de oude hellingbazen. De SKS dacht dat daarmee de aanpassingen wel gedaan zouden zijn.

Het oude, traditionele skûtsje
In de handboeken verscheen elk jaar een verhaal dat uit de mond van oud-schipper Albert van Akker was opgetekend, ‘Van Trommelstok tot vingerling’. Het oude traditionele skûtsje, uitgelegd in 21 bladzijden. Al leest niemand die pagina’s, ze staan er nog altijd in.


Foto: Douwe Bijlsma/Orange Pictures) 

Niemand gebruikt meer de traditionele materialen. Onder het motto: “At der doe roestfrij staal west hie, dan hie ús heit dat der wol op set”. En verdorie, die nieuwe materialen bleken ook nog veel veiliger te zijn. En katoen was er ineens niet meer, dus de tuigage veranderde in dacron.

Strijd tussen schippers en commissie
Het werd een strijd tussen schippers en de commissie. Ulbe Zwaga ging net te ver, zeilde stiekem met een kunststof mast. Mocht niet, maar de schippers zagen het voordeel van voorspanning. Dus tegenwoordig maakt een mastenmaker houten masten met voorspanning. Tien keer zo duur, maar geld is er niet te weinig in de skûtsjevloot. Dus de schippers prutsten door. Hier en daar werd zelfs al een stuk dek van zes millimeter dikte vervangen door een stuk van drie millimeter. Spanten werden gesloopt.

Dichter bij elkaar
Ze maakten de skûtsjes sneller, maar wilden ook dat ze allemaal wat dichter bij elkaar kwamen. Er werd dus een formule gemaakt waaraan je moest voldoen met je tuig. Die formule is nu twee keer gewijzigd. Dan denk je dat het nu wel genoeg is. Maar nee, de schippers pasten de skûtsjes aan. Het nat oppervlak moet zo groot mogelijk zijn. Dus werden skûtsjes (weer) doormidden gesneden en werd de knik (de sierlijke traditionele lijn die de kop iets omhoog laat steken) eruit gehaald. En alle overbodig gewicht werd gesloopt. Dan mag je vele vierkante meters meer aan zeil bijzetten. Heerenveen en Grou hadden dat al gedaan, deze winter zijn Drachten, Akkrum, Leeuwarden, Langweer en Woudsend gevolgd.

Kundigheid en geluk
Meer zeil op een lichter skûtsje, dat betekent dat je snel last hebt van teveel wind. Dus zes weken voor de start van de SKS was er een vergadering over wat je dan aan ballast mag bijzetten. “Niets”, zeiden de schippers die hun skûtsje (nog) niet veranderden. “Dat mogen we zelf weten”, zeiden de anderen. Dus werd er een rommelige tussenoplossing gekozen. De in 1945 begonnen discussies zijn er nog steeds.

Denk ondertussen niet dat de aangepaste skûtsjes de eersten in het klassement zullen zijn. Kundigheid van de bemanning en geluk als het niet hard waait, zijn de veel zwaardere factoren. En het publiek ziet waarschijnlijk niet dat die skûtsjes echt anders zijn. Zij zien nog steeds een felle strijd van schepen in traditionele dracht. Niet alleen fel, maar ook uiterst spannend en misschien verrassend.

Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Douwe Bijlsma/Orange Pictures, Ricardo Veen