Concurrentie op NK is groter dan ooit voor vrouwensprinters
HEERENVEEN - De schaatsers kunnen de komende dagen in Thialf hun seizoen maken of breken op het NK afstanden. Er zijn startplaatsen te verdienen voor het EK en WK. Vooral bij de sprintvrouwen is de concurrentie gigantisch.

Natuurlijk, zo’n Nederlandse titel wil elke schaatser graag behalen. Maar eigenlijk gaat het vooral om de startbewijzen voor de grote internationale toernooien. “Het draait in december om die eerste drie plekken, dat is ieder jaar zo”, zegt Michelle de Jong tegen Omrop Fryslân.
Over het algemeen is een podiumplaats op een afstand genoeg voor een startbewijs op het EK afstanden in januari en het WK afstanden in februari.
Veel concurrentie
De Jong moet het van het kortere werk hebben. Ze zal aan de bak moeten om het podium te halen: “Het is drukker dan dat het de vorige jaren was. Het niveau ligt wel hoog nu.”
Daar sluit ploeggenote en concurrente Marrit Fledderus zich bij aan: “Je ziet vooral op de 500 meter dat het superdicht op elkaar zit. Het wordt echt heel spannend. Er zijn genoeg dames om rekening mee te houden.” Als we beide vrouwen vragen naar de concurrentes op de sprintnummers, komen ze tot hetzelfde rijtje: “Femke Kok, Jutta Leerdam, Naomi Verkerk, Dione Voskamp.” En natuurlijk noemen ze elkaar ook.
De voorbereiding van De Jong en Fledderus op het NK is heel anders. Waar de een aan de start verschijnt met een hoop zelfvertrouwen, zit de ander met vraagtekens. Fledderus is degene met zelfvertrouwen. Ze noteerde begin deze maand haar beste individuele klassering tot dusver bij de wereldbekerwedstrijden: ze werd vierde op de 500 meter. “Ik merk dat ik daar veel vertrouwen uit haal. Dat is heel belangrijk voor een sporter”, zegt de 22-jarige schaatsster uit Sint Nicolaasga.
De afgelopen maanden reisde Fledderus de wereld over en reed ze veel 500 en 1.000 meters bij de wereldbekerwedstrijden. “Het gaat heel goed dit seizoen”, merkt ze. “Ik ben heel stabiel en het gaat elk weekend een beetje beter. Ik hoop dat ik die lijn kan doorzetten.”
Dat het haar dit seizoen goed vergaat, zorgt ook voor verwachtingen. Een podiumplaats op de 500 en 1.000 meter brengt haar naar het EK en WK. “Het voelt eigenlijk wel een beetje zo dat ik het aan mijn stand verplicht ben.”Fledderus heeft nog een extra drijfveer: het zou haar individuele debuut kunnen worden op het WK afstanden. Vorig jaar reed ze alleen de teamsprint. “Aan het begin van het seizoen dacht ik: ik wil zo graag het WK rijden en ik wil daar zo graag staan. Ook omdat ik op de wereldbeker heel dicht bij het podium zat.”
Het is vanzelfsprekend dat ook De Jong het WK wil rijden. Maar voor haar was de aanloop een stuk minder dan voor Fledderus. De Jong heeft de afgelopen maanden maar één wereldbekerwedstrijd gereden. Ze was reserve en kon begin deze maand invallen, waardoor ze toch in actie mocht komen in het Noorse Stavanger.
Dat ze niet meer internationale wedstrijden heeft gereden, komt omdat De Jong zich in oktober niet plaatste voor de wereldbekers. Dat heeft alles te maken met een ontstoken scheenbeen, waar ze sinds afgelopen zomer last van heeft.
Sinds enkele weken kan ze eindelijk zeggen dat het de goede kant op gaat. “Het begint eindelijk weer te voelen als mijn been waarmee ik goed kan schaatsen. Tot een paar weken geleden voelde het nog steeds niet normaal. Dat heeft echt extreem lang geduurd. Ik ben daarom echt heel blij dat het nu wel goed gaat.”
Het bewijs van dat het de goede kant weer opgaat, liet De Jong afgelopen vrijdag zien bij een trainingswedstrijd. Daar noteerde ze op de 500 meter een prima tijd van 37,84. De 24-jarige schaatsster leeft daardoor wel met een prettig gevoel toe naar het NK. Al weet het jongere zusje van Antoinette Rijpma-De Jong dat het voor een podiumplek nog wel sneller moet.
Volgens haar kan het ook nog sneller. “Ik kan nog een paar procent winst behalen. Ik durf nog steeds niet te zeggen dat het 100% is, maar ik denk wel dat ik er nu echt naartoe groei.”
Bekijk hier de reportage van Omrop Fryslân!













