UNIS Flyers verliezen sponsoren door dure drankjes: “3,75 voor een glas Spa blauw”
HEERENVEEN - De prijzen bij ijsstadion Thialf zijn zo sterk gestegen, dat sponsoren nu massaal weglopen bij ijshockeyclub UNIS Flyers.

Voorzitter Henk Hoekstra van de UNIS Flyers maakt zich grote zorgen. Hij heeft een brandbrief geschreven aan de aandeelhouders van Thialf: de provincie Fryslân en de gemeente Heerenveen.
“Niet verder willen”
“Wij houden dit zo niet vol”, zegt Hoekstra. “Wij leven van de inkomsten van het publiek en de sponsoren. En door de prijsverhogingen, vooral in de horeca, is er nu een negatief sentiment ontstaan. Vooral sponsoren zeggen dat ze zo niet verder willen.”
Een consumptiemunt in de horeca kost nu 3,75 euro. Twee jaar geleden was dat nog 3 euro. “Dat is niet normaal, voor een glas Spa rood of blauw. Zo zien mensen dat.”
“Wij zijn het afgelopen seizoen negentien sponsoren kwijtgeraakt, dus terwijl de kosten omhoog gaan, dalen de inkomsten. Zo is het onverantwoord om verder te gaan.”
Hoekstra wijst erop dat de inkomsten van de drankjes niet naar de Flyers gaan, maar naar Thialf. Dat is anders dan bijvoorbeeld bij het amateurvoetbal. “Daar zijn clubs die drijven op het kantinegeld. Wij houden er geen euro aan over.”
“Idioot”
Het probleem is groter dan alleen de drankjes”, zegt Hoekstra. De huur die de ijshockeyers aan Thialf moeten betalen, is ook hoger dan die van de concurrenten.
Voor een training van een uur betalen de Flyers 254 euro aan de ijshal. De ijshal in Leeuwarden vraagt daar 180 euro voor, en die in Groningen 190 euro. En twee jaar geleden ging het bij Thialf nog om 210 euro.
De prijs is in twee jaar tijd dus met meer dan 20 procent gestegen. “Idioot”, noemt Hoekstra dat. “Dat moeten wij allemaal ophalen met sponsoring. Dat houden wij niet vol. Het houdt een keer op.”
“Er is niemand die daarvan kan leven”
Het geld kan niet bij de spelers vandaan komen, zegt Hoekstra. “Laten we eerlijk zijn, wat deze jongens verdienen: er is geen voetballer die daar een bal voor wil raken.”
“Ze trainen drie of vier keer per week, en in het weekend hebben ze een uit- en een thuiswedstrijd. En daar houden ze netto zes- of zevenhonderd euro per maand aan over. Er is niemand die daarvan kan leven. Het is een betaalde hobby.”
Thialf kan niet veel doen voor de Flyers, zegt directeur Minne Dolstra. “Wij kunnen geen geld geven, want dat hebben we niet. En als we de prijzen verlagen, dan komen we in de problemen.”
De ijshal heeft op financieel gebied een moeilijke periode achter de rug, zegt Dolstra. “We krabbelen nu net weer een beetje op.”
“Thialf heeft het geld niet”
Dat de Flyers voor een training in Thialf meer betalen dan vele andere clubs die in een andere ijshal trainen, ontkent Dolstra niet. “Vergelijk ons maar met de ijshal in Leeuwarden. Wij zijn bijna twee keer zo groot. Dat betekent ook dat wij meer kosten hebben.”
De oplossing ligt dus in de begroting van de Flyers zelf, zegt Dolstra. “Zij moeten ‘de tering naar de nering zetten’. Dat wil niemand horen, maar Thialf moest het destijds ook doen.”
Er is dus expertise op dit gebied bij het ijsstadion, zegt de directeur. Hij biedt aan om met de Flyers mee te kijken. “Soms kan het wat opleveren, als je dingen anders doet. Misschien kunnen wij de Flyers daar ook bij helpen. Dat is mijn aanbod. Maar het moet duidelijk zijn: Thialf heeft het geld niet.”
Bron: Omrop Fryslân












