Suzanne Schulting moest schakelen na de Spelen: ‘Ik was mentaal moe’
HEERENVEEN - Het lijkt al zomer, maar de shorttrackers hebben over twee weken nog een wereldkampioenschap shorttrack. Zondag vliegen ze al naar Canada, vrijdag trainden ze voor het laatst in Thialf. ‘Het is even opladen.’

Normaal zou het shorttrackseizoen er al op zitten. Het laatste toernooi, het wereldkampioenschap, zou tussen 14 en 16 maart zijn. Maar de internationale schaatsbond, de ISU, heeft het toernooi verplaatst naar 8 tot en met 10 april. Dat besluit is genomen vanwege de oorlog in Oekraïne en vanwege corona.
Bij het schaatsbond moesten ze daardoor even schakelen. Want normaalgesproken hadden de shorttrackers dan geen ijs meer nodig.
Er werd geschakeld met CTO Noord. Bondscoach Jeroen Otter wilde tot vrijdag graag gebruik maken van trainingsijs. Otter: ‘Daar zijn we dan ook heel blij mee. Maar om te acclimatiseren en om even weg te zijn, gaan we al wat eerder weg.’
Het WK is pas over twee weken, maar toch gaan ze zaterdag al naar Canada. Niet meteen de plaats waar het WK plaatsvindt, in Montreal, maar eerst naar Calgary. Om te acclimatiseren en om goed te trainen.
Sjinkie Knegt is er wel blij mee. ‘Ik heb hier te veel afleiding. Ik ben al bezig met het autocrossen. Dus voor mij is het goed dat we weggaan.’
Knegt heeft ook corona gehad. ‘Maar ik had eigenlijk nergens last van. Nu ook niet. Ik bleef alleen lang positief, dus kon wat minder trainen. Maar ik voel me verder goed.’
Ook Suzanne Schulting moet even schakelen. ‘Maar ik heb er wel weer zin in, hoor. Zo’n WK is toch een heel mooi toernooi.’
Maar ze moest wel even bijkomen van de Olympische Spelen, waar ze twee keer goud, zilver en brons won. ‘Ik vind het nu wel weer erg mooi, maar ik was erg moe. Ik was mentaal moe toen de Spelen net klaar waren. Je hebt zo intens naar de Spelen toegewerkt. Je hebt er heel veel voor gelaten. En dan haal je vier medailles en had je misschien verwacht iets euforischer te zijn.’
Schulting had misschien verwacht iets meer geluk te voelen na de succesvolle Spelen.
Ze zegt: ‘Ik was wel euforisch, maar ik dacht dat dat wel wat langer door zou trekken. Dat vlakte vrij snel weer af. Het is niet dat ik niet blij ben met die medailles. Misschien had ik andere verwachtingen hoe blij ik ermee zou zijn. Ik heb nu geen moeite meer om me op te laden. Ik vind het trainen heel erg leuk. En ik rijd goed.’






