Thomas Dijkmeijer over zijn ervaringen als freerunspecialist
HEERENVEEN - Thomas Dijkmeijer zit helemaal vol van het freerunnen en vertelt enthousiast over de sport en zijn eigen ervaringen ermee.

“Samen met mijn twee vrienden zag ik het begin als een gekke ontdekkingsreis. Op een gegeven moment ga je vanzelf ook trainen met andere mensen. Het is echt een community sport, iedereen kijkt en leert van elkaar.” Om er lachend aan toe te voegen: “Maar ik ben totaal niet objectief, laat ik dat voorop stellen.”
“Freerunnen was oorspronkelijk een bewegingsvorm die is gemaakt voor het Franse leger”, vertelt Thomas Dijkmeijer, zelf eigenaar van ‘JUMP Freerun’ aan de Jousterweg in Heerenveen. “Ze dachten dat de soldaten met deze technieken nóg betere soldaten konden worden, want ze leerden zich gemakkelijk, behendig en snel te verplaatsen. Maar dat is inmiddels zo goed als naar de achtergrond verdwenen.”
Freerunnen op eigen niveau
Thomas Dijkmeijer: “Freerunnen is een individuele sport, want je doet het voor jezelf. Ik denk ook dat dat de reden is dat deze sport zo populair is. Maar het is ook erg gericht op samenwerken, iedereen doet het gewoon op zijn eigen niveau. Of je nu heel atletische bent of nog helemaal geen ervaring hebt met sporten, bij deze sport kun je mooi stapsgewijs alles gaan doen. Eigenlijk alles wat je wilt bereiken, kun je wel. Je moet er gewoon geduld voor hebben. Je moet kijken wat je kunt met de omgeving en soms moet je die voor jezelf aanpassen.”
Thomas lacht, als hij zegt: “En hoe gek het ook klinkt, het is één van de meest veilige sporten om te gaan doen. Het is natuurlijk wel afhankelijk van de manier waarop je traint. Als je vanaf dag één denkt: ‘Ik stort mezelf er gewoon in’, dan ga je wel problemen krijgen. Maar zoals ik net al zei, de sport is er zo op gemaakt dat je alles op eigen tempo kunt gaan doen.”
Urban sport
“Ik deed een economische studie aan de universiteit in Groningen toen ik voor het eerst in contact kwam met de sport. In de zomervakantie zag ik een paar jongens buiten trainen in de stad. Ze maakte salto’s en deden ook andere creatieve dingen over muurtjes en hekjes, objecten die in het dagelijkse leven eigenlijk niet opvallen. Het waren bijna dingen die je normaal gesproken een kind ziet doen als hij zich verveelt omdat hij staat te wachten op zijn ouders. Dit waren meiden en jongens van ongeveer achttien jaar. Eerst dacht ik dat ze het deden om aandacht te trekken, maar na een half uur was het duidelijk dat ze voor iets aan het oefenen waren.
Nu ik goed ben in de sport ben ik erachter gekomen hoe belangrijk het is om oefeningen te blijven herhalen. Ook is het echt een sport voor een urban omgeving, dus een stad als Groningen is er perfect geschikt voor en heeft veel plekken waar je goed kunt trainen. Het feit dat je traint op publieke plekken maakte wel dat ik de eerste training een erg onwennig gevoel had. Maar na een week of twee vond ik het juist verslavend, omdat ik mezelf constant weer nieuwe uitdagingen kan geven.”
Elke keer wel iets nieuws
“Je kunt het zien als een kind dat vier keer in de week naar een speeltuin gaat. Ondanks dat hij er al vaak is geweest, wil het niet zeggen dat de speeltuin saai wordt. Een kind bedenkt elke keer andere dingen om te doen en ontmoet nieuwe kinderen om mee te spelen.
Wat ik het mooiste vind aan de sport is dat je nooit klaar bent. Neem bijvoorbeeld het oefengebied naast het skateparkje in Heerenveen, dat is vrij klein en compact. Maar er is elke keer als ik daar ga trainen, of het nu alleen is of met anderen, wel weer iets nieuws wat ik kan gaan doen. Freerunners proberen eigenlijk de hele wereld om zich heen te zien als één grote speeltuin.”
Jezelf blijven uitdagen
“Een van de meeste interessant dingen aan de sport vind ik dat het zich nog verder ontwikkelt. Het is een hele jonge sport en er komt straks vanzelf weer een twaalfjarige die al zes jaar traint en de wereld weer opnieuw versteld doet staan. Dat zorgt ervoor dat het leuk blijft. Het is ook gewoon het spelletje met jezelf spelen. Het is natuurlijk fysiek een uitdaging, maar mentaal is het óók een uitdaging. Als je er net mee begint, dan kan een sprong van twee meter heel intens voelen, omdat je het nog nooit eerder hebt gedaan en niet weet of je het wel kan. Door het langzaam op de bouwen kom je erachter dat je fysiek steeds meer kunt, maar daarvoor moet je wel eerst ook mentaal zo ver zien te komen. Als je op de grond begint met een kleine sprong, en je wilt dat een week later op een andere hoogte gaan doen, dan voelt dat mentaal ook anders.
Voor kinderen is dat denk ik ook één van de leukste dingen, mentaal leren ze er ook veel van. Ze zitten constant weer in een nieuwe situatie waarbij ze zelf het ‘probleem’ of obstakel moeten uitvogelen. Je kunt als coach wel zeggen dat ze iets moeten gaan doen, maar ze moeten er zelf vertrouwen in hebben. Je kunt een kind constant blijven pushen dat hij nu dit moet gaan doen, maar je moet ervoor zorgen dat ze zelf gaan geloven dat ze het kunnen. Dan volgt er vanzelf verandering. Hoe meer ze op zichzelf vertrouwen, hoe meer ze ook durven. Dit merk je niet alleen tijdens het sporten, maar ook in hun persoonlijke ontwikkeling.”
Elkaar inspireren
“Bij ‘JUMP freerun’ werk ik elke maand met een andere thema en aan dat thema heb ik een vraag gekoppeld. Op deze manier proberen we meerwaarde te creëren voor de leden tijdens de lessen. Zo was oktober bijvoorbeeld het thema community. Wat we daarin proberen te stimuleren is dat ze tijdens de les met elkaar te gaan trainen. We koppelen ze dan bijvoorbeeld aan elkaar en we geven ze een opdracht mee. Dan kunnen ze hun eigen omgeving zoeken en elkaar aanmoedigen om de opdracht uit te voeren. Ze kunnen elkaar helpen door tips te geven en samen challenges te zoeken. Dat is eigenlijk hoe de hele sport in elkaar zit.
Je bent wel voor jezelf aan het trainen, alleen hangt het echt compleet aan elkaar door de community er omheen. Met elkaar trainen, elkaar uitdagen en elkaar inspireren. Het is mooi om te zien dat leden van verschillende niveaus elkaar niet in de weg zitten, ze kunnen op eigen tempo trainen en elkaar ondersteunen.”
Je kunt alles bereiken
“Het is erg belangrijk dat de leden zelf gaan inzien wat ze kunnen en hoe ze problemen moeten gaan oplossen. Of je nu voor een grote sprong staat of je moet op je werk een deadline gaan halen, het is constant problemen oplossen. Als je van tevoren steeds denkt: ‘Ik kan het niet, ik kan het niet’, dan gaat het niet werken. De eerste stap bij alles is gewoon beginnen, rustig aan beginnen. Wij geven de leden de tools waarmee ze zelf de problemen kunnen oplossen. Ik denk dat als jij als coach, vooral in deze sport, de leden - de kinderen - niet verder kunt krijgen dan jezelf, dan doe je niet genoeg.”
Thomas wordt pas echt enthousiast als hij besluit: “Er lopen hier kinderen van veertien, vijftien jaar rond en die doen tricks, die ik nooit in mijn leven ga kunnen. Ik geef ze echt honderd punten!”
Door: Fimke Groenewoud














