Emmy Sprenger en John-Vincent Kuipers dromen van de top
HEERENVEEN - Na indrukwekkende prestaties op het Nederlands Kampioenschap -18 mogen judoka’s Emmy Sprenger en John-Vincent Kuipers, beiden uit Heerenveen, zich opmaken voor een nieuw avontuur: de Junior European Cup op 21 en 22 juni in Berlijn.

De jonge talenten uit Friesland combineren hun drukke schoolleven met een topsporttraject waarin trainen, reizen en presteren centraal staan. Hun deelname aan dit internationale toernooi is niet alleen een bekroning op hun harde werk, maar ook een belangrijke stap richting hun grote droom: ooit uitkomen op het Europees, Wereld- of zelfs olympisch podium.
Emmy Sprenger (2010) en John-Vincent Kuipers (2008) begonnen allebei op zesjarige leeftijd met judo, als nieuwsgierige kinderen op een judomat. Nu staan ze aan de vooravond van een internationaal avontuur: de European Cadet Cup in Berlijn. Emmy is eerstejaars in de -18-categorie, John-Vincent draait zijn laatste seizoen in die klasse. Beiden vertegenwoordigen Nederland in juni in Berlijn, en dat is niet niks. “Het voelt als een eer”, zegt John-Vincent. “Je draagt het oranje pak niet zomaar.”
Elke dag trainen
Dat het menens is, blijkt wel uit hun voorbereiding. Behalve techniek komt er een hoop organisatie bij kijken. “Vóór een toernooi zorg ik dat mijn schoolwerk af is”, vertelt Emmy. “Dan heb ik rust in mijn hoofd. Je wilt volledig kunnen focussen.” Ook John-Vincent heeft zijn rituelen: “Ik maak met mijn trainer een plan. Daar vertrouw ik op. Als ik de zaal binnenloop, weet ik wat me te doen staat.” Het leven van een jonge topsporter speelt zich af tussen school, training, reizen en toernooien. Emmy: “Ik zit op een sportschool zodat ik ‘s ochtends kan trainen. Daarna ga ik naar school en ‘s avonds train ik opnieuw.” Dat vergt discipline. “Soms kom je thuis, ben je moe, en moet je weer weg. Maar ik weet waar ik het voor doe.”
John-Vincent traint praktisch elke dag. “Niet alleen judo, ook krachttraining en hardlopen, het hoort er allemaal bij.” En hoewel het veel vraagt, krijgt hij er ook veel voor terug. “Je leert omgaan met druk, verlies, teleurstelling. Maar ook met het winnen. Dat moment dat je bovenaan staat, dan weet je: dít is waarvoor je het doet.”
Balans, snelheid en strategie
Wat judo zo bijzonder maakt, volgens hen? “Het is een sport waarin je moet denken én voelen”, zegt John-Vincent. “Het draait om balans, tempo, timing, strategie. En je moet alles geven, elke wedstrijd opnieuw.” Een wedstrijd duurt vier minuten, maar die kunnen intens aanvoelen. “Soms doe je vijf partijen op een dag”, vertelt Emmy. “Je moet elke keer opnieuw 100% geven.”
Dat maakt de sport zwaar, maar ook verslavend. “Ik ben ooit begonnen omdat mijn broer op judo zat”, zegt Emmy. “Toen ik het probeerde, was ik meteen verkocht.” John-Vincent lacht: “Ik vond voetbal maar niks. Iedereen zat erop. Judo leek me stoerder. En ja, m’n moeder vond het ook wel fijn dat ze niet elke zaterdag langs het veld hoefde te staan.”
Emmy houdt vooral van de sport om de combinatie van techniek, snelheid en strategie. “Mijn favoriete worpen zijn uchi mata en osoto gari, beide zijn krachtige beenworpen. Die voelen gewoon goed, ik heb daar vertrouwen in.” John-Vincent kiest voor meer explosieve worpen: “De sode en morote seoi-nage zijn mijn specialiteit. Bij de eerste til je je tegenstander op vanuit een armworp. Dat voelt krachtig en gecontroleerd.”
Mentale weerbaarheid
Ze weten allebei: winnen is meer dan alleen fysiek de sterkste zijn. “Soms is iemand feller, sneller, sterker. Dan moet je kalm blijven”, legt John-Vincent uit. “Ik probeer dan te profiteren van fouten die mijn tegenstander maakt.” Emmy knikt: “Belangrijk is dat je je eigen judo blijft doen. Laat je niet meeslepen in het tempo van de ander. Jij bepaalt hoe de wedstrijd gaat.”
Naast fysieke kracht speelt mentale weerbaarheid een grote rol. John-Vincent: “Je moet leren omgaan met tegenslagen. Soms verlies je. Vaak zelfs. Maar dan is het belangrijk om door te zetten.” Dat doorzettingsvermogen valt ook hun trainers op. “Ze zijn mentaal sterk”, aldus één van hen. “Dat zie je niet alleen op de mat, maar ook in hoe ze trainen, hoe ze zich organiseren en omgaan met druk.”
In een leven, waarin sport allesbepalend is, is weinig ruimte voor sociale contacten. Emmy: “Familie zie ik vooral in het weekend, als ik geen toernooi heb. Maar dat is niet vaak.” En ook school kan lastig zijn. John-Vincent: “Gelukkig krijg ik vrij voor internationale wedstrijden, maar rondom toetsweken blijft het puzzelen. Het is vol te houden, maar je moet het echt willen.”
Grote dromen
Beiden dromen ze van meer. “De Olympische Spelen in Australië, over acht jaar,” zegt John-Vincent met een vastberaden blik, “dat is mijn doel.” Emmy hoopt op een podiumplaats op een groot toernooi. “Ik wil eerst ervaring opdoen, maar ik werk er elke dag aan om zo ver mogelijk te komen.”
Ze kijken op naar verschillende grootheden in de sport. Voor John-Vincent is dat onder anderen judoka Tornike Tsjkadoea uit Friesland, die inmiddels gestopt is. “Hij was lichtgewicht, net als ik. Hij heeft veel gewonnen, ook internationaal. Dat inspireert.” En als hij zelf een training mocht draaien met een wereldtopper? “Dan zou ik graag met Teddy Riner trainen. Of met Joshiro Maruyama uit Japan. Die laatste is echt razendsnel. Ik zou hem vragen hoe hij zijn snelheid combineert met controle.”
Samen onderweg
De twee kennen elkaar inmiddels goed. Ze trainen soms samen en gaan ook samen naar Berlijn. Emmy: “Het is fijn om iemand mee te hebben die weet wat je doormaakt. John-Vincent helpt me met uitleggen hoe zo’n internationaal toernooi werkt.” Toch weet ze ook: “Ik moet het uiteindelijk zelf ervaren.”
Dat is precies de boodschap die ze ook aan andere jongeren met grote dromen willen meegeven. “Blijf plezier hebben in wat je doet”, zegt John-Vincent. “Dat is het allerbelangrijkste. Dan houd je het vol.” Emmy vult aan: “En durf te dromen. Zelfs als je klein begint, met die eerste opstaptoernooitjes, kan het heel ver gaan.”
Als ze straks de zaal in Berlijn binnenlopen, zijn ze even geen scholieren meer, maar topsporters in het oranje. Tegenstanders komen uit heel Europa, en soms van verder. Het niveau is hoog, het tempo moordend, de druk voelbaar. Maar voor Emmy Sprenger en John-Vincent Kuipers is dit precies waar ze voor getraind hebben. Of ze gaan winnen? Dat is nooit zeker. Maar dat ze thuishoren op de mat, dat is overduidelijk.







