‘De rekening van zorgkosten ligt opnieuw bij de kwetsbaren’
HEERENVEEN - Mensen die volledig zijn afgekeurd en leven van een WIA- of Wajong-uitkering, vallen steeds vaker tussen wal en schip. Landelijke compensaties verdwenen, gemeentelijke regelingen sluiten niet meer goed aan en de zorgkosten blijven stijgen.

Sinds de wijziging van het minimumloon in 2023 komen veel mensen met een WIA- of Wajong-uitkering niet langer in aanmerking voor verschillende gemeentelijke minimaregelingen. Denk aan de individuele inkomenstoeslag of kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Op papier lijkt het inkomen misschien iets hoger, maar in de praktijk betekent dit dat mensen steun verliezen terwijl hun kosten juist hoger zijn dan gemiddeld. Voor chronisch zieken en mensen met een beperking zijn zorgkosten geen keuze, maar een pure noodzaak.
Tot 2014 ontvingen mensen zonder arbeidsvermogen die voor 80 tot 100 procent waren afgekeurd een jaarlijkse tegemoetkoming van ongeveer 500 euro via de Wtcg van het CAK en daarnaast 300 euro via de CER. Deze regelingen waren bedoeld als compensatie voor de extra kosten die gepaard gaan met chronische ziekte of een beperking. In 2014 besloot de landelijke politiek deze regelingen af te schaffen en het geld over te hevelen naar gemeenten. Het idee was dat gemeenten beter konden beoordelen welke inwoners ondersteuning het hardst nodig hadden. In de praktijk zien we echter dat juist een deel van deze groep nu buiten de boot valt.
In Heerenveen werd de collectieve aanvullende verzekering AV Frieso lange tijd gebruikt om een deel van deze kosten op te vangen. Nu deze regeling is verdwenen, lopen de extra zorgkosten voor sommige inwoners op tot wel 200 euro per maand. De huidige compensatie via de HZR bedraagt ongeveer 170 euro per jaar en staat daarmee in geen verhouding tot de werkelijke kosten. Bovendien is de HZR een regeling waarbij het vermogen niet wordt getoetst. Daarmee wordt het feitelijk een generieke tegemoetkoming voor een brede groep, terwijl de mensen met de hoogste zorgkosten juist gerichte ondersteuning nodig hebben. In andere gemeenten bestaat bijvoorbeeld een meerkostenregeling van 400 tot 500 euro per jaar voor inwoners die aantoonbaar hoge zorgkosten hebben, bijvoorbeeld doordat zij ieder jaar hun volledige eigen risico gebruiken of afhankelijk zijn van een Wmo-voorziening. Op die manier komt de ondersteuning terecht bij de mensen die deze het hardst nodig hebben. Juist de groep die eerder recht had op de Wtcg en CER — mensen zonder arbeidsvermogen die volledig zijn afgekeurd — heeft de afgelopen jaren meerdere regelingen zien verdwijnen. Tegelijk vallen zij nu ook vaker buiten gemeentelijke minimaregelingen. Deze mensen leven al op het randje van bestaanszekerheid en zijn er in koopkracht de afgelopen jaren fors op achteruit gegaan.
Een gemeente hoort er juist te zijn voor haar meest kwetsbare inwoners, want zij hebben een zorgplicht. Wanneer mensen noodzakelijke zorg gaan mijden omdat zij de kosten niet meer kunnen dragen, dan faalt het systeem. Bestaanszekerheid mag geen postcode-afhankelijke luxe zijn. Als gemeenten ooit het geld kregen om deze groep beter te helpen, dan is het nu, tijd dus om dat ook waar te maken! Want een samenleving laat zich uiteindelijk niet beoordelen op haar begroting, maar op hoe zij omgaat met de mensen die haar het hardst nodig hebben.
Danielle Boonman, kandidaat raadslid SP Heerenveen












