In bedrijf

Met zijn allen de schouders eronder in Bloeizone Aldeboarn

ALDEBOARN - Er is de afgelopen tijd hard gewerkt aan de Tjerkebuorren 17 in Aldeboarn. In de voormalige schuur naast het woonhuis is er geïsoleerd, geverfd en betegeld. Ook is het pand voorzien van een nieuwe pui, een airco en een wand met koelers en vriezers. 

Afbeelding

De laatste klussen worden gedaan, de schappen gevuld en dan kan over een paar weken de coöperatieve dorpswinkel op donderdag 12 oktober open. Met dank aan vrijwilligers, lokale ondernemers en een eenmalige bijdrage van de Bloeizone Fryslân.

Een schok ging door Aldeboarn toen de supermarkt bijna een jaar geleden, in oktober 2022, de deuren sloot. “Na de sluiting zaten we als Pleatslik Belang in zak en as”, herinnert Jacqueline Brauwers zich. “In een supermarkt haal je niet alleen boodschappen, maar een winkel heeft ook een ontmoetingsfunctie en draagt bij aan een gezond en leefbaar dorp.”

Uitdagingen

Hoe nu verder?, vroegen de Boarnsters zich af. De sluiting van de supermarkt kwam bovenop de andere uitdagingen waarmee Aldeboarn te maken heeft. Hoe blijft het dorp aantrekkelijk en toegankelijkheid? Hoe behoud je de leefbaarheid? Hoe schep je een goed ondernemersklimaat? En hoe trek je meer toeristen? In het samenwerkingsverband ‘Meidwaan yn Boarn’ werkten negen werkgroepen met verschillende aandachtsgebieden al samen om de leefbaarheid in stand te houden.

Gezond oud worden

“Kort na de sluiting sprak ik Wiggele Talen van Caleidoscoop”, vertelt Jacqueline. “Hij vertelde over het initiatief Bloeizone Fryslân. In een Bloeizone werk je aan gezond oud worden door middel van actief burgerschap, bereikbaar groen, actief ontspannen, gezonde mobiliteit en gezonde voeding. Wiggele vroeg of het iets voor Boarn was om een Bloeizone te worden. Ook vertelde hij dat er een heel aantrekkelijk budget aan vast zat. Dat was de start van een nieuw pad. We dachten: een commerciële winkel heeft het zo vaak niet gered; misschien moeten we kijken of het anders kan. Met vrijwilligers, en meer met een sociale functie. Met Wietske van der Schaaf van stichting Aldeboarn Foarút heb ik de aanvraag voor een Bloeizone ingediend. Die is toegekend en daarmee ook een eenmalig bedrag van 50.000 euro. Dat besteden we aan de winkel en aan andere projecten die de leefbaarheid, vergroening en gezondheid bevorderen.”

Wandelen en bewegen

Wietske van der Schaaf vult aan: “Gezondheid is een belangrijk onderdeel van een Bloeizone. Gezonde mobiliteit, gezonde voeding, gezonde financiën, maar ook gezond leven door te wandelen en bewegen. Sinds de grote brug in het dorp gesloten is, gaat er meer verkeer over de weg om de haven en wandelaars moeten opzij springen voor auto’s. Daarom willen we graag een wandelpad om de haven heen. We hebben inmiddels toestemming hiervoor van de gemeente. Daarnaast willen we toeristische routes aanleggen, historische paden herstellen en een veldje waar honden los kunnen lopen en de eigenaren elkaar kunnen ontmoeten.”

Werk aan de winkel

Ondertussen werd er in een nieuwe werkgroep, met de toepasselijke naam ‘Werk aan de Winkel’, nagedacht over een coöperatieve dorpswinkel. Wim Scholte van de nieuwe coöperatie: “Amelie Veenstra heeft de schuur naast haar huis beschikbaar gesteld als winkelruimte. We hebben een coöperatie opgericht, statuten opgesteld, vrijwilligersbeleid gemaakt en nagedacht over goed werkgeverschap.”

Wietske: “Omdat het veel tijd kost om een winkel op te starten en om een definitief pand te vinden, is ervoor gekozen om met een tijdelijke winkel, een pop-up winkel, te beginnen. We mogen de ruimte van Amelie twee jaar gebruiken.” Jacqueline: “Het was helemaal fantastisch dat zoveel mensen zich als vrijwilliger hebben aangemeld. En dat heel veel materiaal gesponsord of beschikbaar gesteld is.”

Bureaucratie

“Wat ons heel erg tegenviel is de bureaucratie”, zegt Jacqueline Brauwers. “Het aanvragen van een bankrekening voor een coöperatie duurt zestien weken. En dan weet je nog niet zeker of je na die zestien weken een bankrekening hebt, want ze kunnen ook nee zeggen. Heb je eindelijk een rekening en wil je incasso’s uitsturen, dan zegt de bank dat je eerst een jaar moet bewijzen dat je een betrouwbare klant bent. Dat soort dingen zijn moeizaam en kosten af en toe wel wat hoofdbrekens.” Wietske: “Gelukkig hebben we vrijwilligers die heel creatief zijn.” Wim: “Ook bijzonder: we hebben aanloopinvesteringen moeten doen en er waren dorpsbewoners die daarvoor geld beschikbaar hebben gesteld en zeiden: ‘Kijk maar wanneer jullie dat terug kunnen betalen.’ Dat is echt een blijk van vertrouwen.”

Wat kunnen we in de winkel verwachten?

Wim: “Het is geen supermarkt, maar een dorpswinkel voor mensen met een grote en een kleine portemonnee. Qua assortiment kan ik me voorstellen dat we alles verkopen waarmee een senior voor een dag of vijf zijn koelkast kan vullen. Naast de winkelfunctie gaan we de sociale functie meer invulling geven door een koffiehoekje en een terrasje. Daarnaast willen we een geldautomaat, een agentschap van PostNL en een stomerijfunctie.”

Waarom zet jij je in voor het dorp?

Jacqueline: “Ik vind het belangrijk dat de leefbaarheid in het dorp behouden blijft. Het is heel gemakkelijk om te zeggen: ‘Ik doe geen vrijwilligerswerk en ik mopper wel over alles wat verdwijnt’, maar daar gaat het niet beter van worden.”
Wietske: “Mijn vader had drie uitgangspunten in de opvoeding. Je moest iets in de muziek doen, je moest maatschappelijk iets ondernemen en je moest altijd je beste beentje voorzetten. Dat heb ik altijd gedaan, waar ik ook woon.”

Wim: “Als voorzieningen verdwijnen uit een dorp, gaat dat ten koste van de leefbaarheid. Denk aan de supermarkt, het verenigingsleven, de scholen die bij de kritische grens van 23 leerlingen komen, al dat soort dingen. Ik wil graag dat jonge gezinnen hier in het dorp blijven neerstrijken, dat kinderen hier opgroeien, en daar hoort een winkeltje bij.”

Hoe zie je de toekomst van de winkel?

Wim: “Na twee jaar hopen we een definitieve locatie te hebben gevonden waar meer ruimte is. Er zijn allerlei ideeën over combinaties die je op een gezamenlijke locatie kunt onderbrengen. Bijvoorbeeld een winkel met een ruimte voor een fysiotherapeut, misschien een bibliotheekje. Wat het ook wordt: het doel is om de sociale cohesie te bevorderen en de leefbaarheid in het dorp in stand te houden.”

Door: Lutske Bonsma