In bedrijf

Riekele Heida veertig jaar in dienst bij Parkhotel Tjaarda

ORANJEWOUD - ‘Het gezicht van Tjaarda’, zo mogen we Riekele Heida (61) wel noemen. Al veertig jaar werkt hij bij Parkhotel Tjaarda in Oranjewoud.

Foto: Dennis Stoelwinder
Foto: Dennis Stoelwinder

En al veertig jaar gaat hij er met veel plezier naartoe. “In de horeca is geen dag hetzelfde”, zegt Riekele. We zoeken hem op in ‘zijn’ Grand Café 1834, onderdeel van Tjaarda.

Op de dag van het interview is er ook een feestje georganiseerd voor Riekele, want hij is veertig jaar ‘bij de zaak’. Riekele weet nog niet wat er allemaal gaat gebeuren. Hij heeft vandaag officieel geen dienst, maar toont zich een op en top gastheer. “Hee, goedemorgen! Welkom!” Iedereen die Grand Café 1834 bezoekt, mag rekenen op een enthousiaste groet en grote glimlach van Riekele.

Echte belangstelling

Riekele Heida is manager van Grand Café 1834, maar voor alles is hij gastheer. Het contact met zijn gasten vindt hij het leukste wat er is. “De managerstaken zijn een leuke afwisseling, maar ik houd vooral van de werkvloer”, bekent hij, en schetst hoe hij werkt. “Al heel lang maken we biefstuk Stroganoff bij de tafels. Dan loop ik met de pan van tafel naar tafel, en overal maak ik een praatje. Ik geef graag die persoonlijke aandacht, dat is heel waardevol.”

Die belangstelling is écht, en dat voelen de bezoekers van het Grand Café. “Ik ben niet zo goed in namen, maar wel in gezichten. En ik kan alles onthouden: of je kind ziek is geweest, of je op reis bent geweest. Dat vind ik een kracht van mezelf. Soms ontstaat er een serieus gesprek; op een of andere manier krijg ik dat vertrouwen. Ik kijk ook altijd in de Leeuwarder Courant wie er zijn overleden, en die stuur ik dan een kaartje. In de loop van de tijd bouw je zo’n band op met de gasten. Veel mensen komen hier al jaren.”

Bussen vol kinderen voor de speeluin

Riekele was vijftien jaar toen hij voor het eerst bij Tjaarda kwam. Hij deed een horeca-opleiding en in de weekenden en vakanties hielp hij mee. “Voor het eerst mocht ik in een heel sjiek restaurant werken, dat was zo leuk”, vertelt hij. Na zijn opleiding werd hij leerling-kelner. “Dat was in het oude Tjaarda, in de tijd van Bert en Sini Oosting. We hadden hier een prachtige tuin, een vijver, barbecues, het zalencomplex en natuurlijk de speeltuin. Bussen vol kinderen kwamen hier om te spelen. In die tijd heb ik heel veel bruiloften bediend, dan was ik er de hele dag en avond bij. Vaak waren dat grote groepen, soms wel driehonderd man. Door corona is dat heel erg veranderd, nu is dertig tot veertig man normaal.”

Er veranderde wel meer in de afgelopen vier decennia. Riekele Heida maakte in totaal vier directeuren en diverse verbouwingen mee. “Dertig jaar geleden wilde ik een switch maken. Maar toen werden we een hotel en dat wilde ik meemaken. Het Grand Café verandert regelmatig van inrichting; ik houd van die afwisseling. Tegelijk zijn er veel collega’s hier al jaren in dienst. Dat zegt ook wel iets over het bedrijf. We hebben het supergoed met elkaar, iedereen gaat voor elkaar door het vuur.”

Mobiele brigade

Hij weet nog goed dat de eerste mobiele telefoons meekwamen naar Tjaarda. “Dat waren een soort koffertjes, met een hoorn erbovenop. En natuurlijk ging die telefoon af tijdens de lunch, zodat ze hem konden showen. Tegenwoordig zit iederéén op een mobiele telefoon te kijken. Mensen die hebben gewandeld, komen hier binnen en pakken eerst hun mobiel. Ik zou zelf ook niet zonder kunnen, maar ik zeg ook weleens: ‘Daar is de mobiele brigade weer.’ Als je gezellig ergens zit, leg hem dan even weg, vind ik.”

In het bloed

Tjaarda zit een beetje in mijn aderen. Het is mijn werk, maar ook mijn hobby”, grapt hij. “In al die veertig jaar ben ik maar twee keer ziek geweest. Ik weet intussen ook alles van Oranjewoud en de geschiedenis ervan. En ik speel af en toe voor makelaar, want ik hoor vaak welke huizen er te koop staan en dat speel ik dan weer door naar mensen die daar interesse in hebben. De horeca zit in mijn bloed. Als jongen hielp ik al mee in het cafeetje van mijn beppe. Dat mensen met een lach op hun gezicht het bedrijf weer verlaten, dat is voor mij het mooiste wat er is.”

Wanneer het interview achter de rug is, krijgt Riekele uit handen van Christel Koning, voorzitter van de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) afdeling Heerenveen en van Tjaarda-directeur en eigenaar Tjitte de Wolff, nog een speciale oorkonde uitgereikt van de KHN, ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum.

Door: Hannah Zandbergen

Foto: Dennis Stoelwinder
Foto: Dennis Stoelwinder