Catrinus Nieuwland uit Mildam hâldt gjin skoft
Al luidt het spreekwoord dat ‘de tiid gjin skoft hâldt’, dat de tijd geen pauze houdt, het geen pauze houden gaat zéker op voor Catrinus Nieuwland uit Mildam. Hij holde maar door, nooit nam hij een pauze. Ooit begonnen als timmerman wist hij van zijn hobby zijn beroep te maken: klokkenmaker. Met echtgenote Hillie aan zijn zijde haalde hij tussendoor alle noodzakelijke diploma’s, tot die voor de vishandel aan toe. En altijd vergezeld van onverklaarbare pijnen.

Catrinus Nieuwland (77) kan terugblikken op een roerig bestaan. Geboren aan de IJntzeleane in Mildam, had hij al jong de dokter nodig. De IJntzeleane was onbestraat en zo modderig, dat de dokter zijn motorfiets elders stalde om via een achterliggend pad en de buurtuin zijn patiënt te bezoeken. In het ziekenhuis kwam de diagnose. Er was ‘iets mis’ met zijn lichaam en dat verklaarde de rugklachten en de pijn.
Trappenspecialist
Als jongste van vier ging Catrinus ervanuit dat hij net als zijn broers zijn brood als timmerman zou gaan verdienen. “Dat diene je dan, al fûnen se op de ambachtsskoalle dat de oplieding fijnmechanica my mear lei.” Catrinus prutste van jongsaf al met wekkers en klokken, vertelt hij: “Myn eerste wekker spatte út elkoar en dy haw ik noait wer ynelkoar krigen.” Na drie jaar ambachtsschool haalde hij zijn diploma en begon hij bij de dorpstimmerman. Als vervolg deed hij de specialisatie trappen maken op de avondschool. Heel wat trappen in de wijde omgeving kwamen van zijn hand, zoals die bij acteur Rijk de Gooijer in Giethoorn. Het ‘grote verdienen’ kon beginnen.
Leerling horlogemaker
Catrinus was net 19 jaar toen hij flinke lichamelijke problemen kreeg. Stug doortimmerend moest hij op zijn 23ste van de artsen horen dat als hij zó doorging, hij op zijn 55ste in een rolstoel zou zitten. Het werd de leidraad in zijn bestaan: kinderloos blijven, zelfstandig worden, pensioen opbouwen. Hoe verder? Een overbuurvrouw wees hem op een vacature leerling-horlogemaker. En zo bromde Catrinus op zijn vrije zaterdagmiddag naar Sijtema in Gorredijk. Ja, hij was welkom en wat wilde hij verdienen?
Catrinus zag het als stage en wilde niets verdienen (“Ik hie myn lean as timmerman”) maar vroeg in ruil dat zijn leermeester hem de fijne kneepjes van het vak bijbracht en hulp bood als hij er thuis met een reparatie niet uitkwam. Een goeie deal! Op zaterdag werkte hij overdag in Gorredijk en s’avonds nam hij de nog kapotte zaken mee naar huis om die ‘s zondags te repareren. Op maandagavond bracht Hillie de gerepareerde spullen naar Gorredijk en kwam met de volgende lichting thuis. Met zijn vaste baan was Catrinus van zeven tot vijf bezet en thuis ging hij nog tot twaalf uur door als horloger. Op het laatst werd de stage tegen thuiswerkerstarief beloond, dus feitelijk had hij twee banen tegelijk.
Stampe-stampe-stampe
Toen Catrinus een eigen huis voor hem en Hillie in Mildam gebouwd had, trouwde hij en omdat ook Hillie haar gezondheid zorgelijk was, kozen ze ervoor kinderloos te blijven. Wel bleef Hillie werken, ongebruikelijk in die tijd. Na zeven zware jaren kon Catrinus het timmeren opgeven. Zijn leermeester had zijn advies over een onbekend euvel bij een antieke Friese staartklok genegeerd door het aan de specialist in Joure toe te vertrouwden. De reparatie bleek exact wat ‘de stagiair’ al had voorgesteld. Toen wist Catrinus: nu ben ik er klaar voor.
Maar... dat bleek níet het geval: hij had geen diploma! “Doe haw ik de oplieding yn Rotterdam dien oan de Christiaan Huygensschool.” Deze mts in Rotterdam had een speciale opleiding voor horlogemakers. Catrinus doet de opleiding als thuisstudie, zes jaar lang. “Praktyk hie ik genôch, mar de theory wie stampe-stampe-stampe. As ik út it wurk kaam, hie Hillie de boeken al iepen op tafel. Ite die ik ûnderwilens.” Op de examendag pakte hij met al zijn instrumenten de vroegste trein naar Rotterdam: “Ik hie nea op stúdzjedagen west, mar slagge as ienichste van de sân! Rijksgediplomeerd!”
Bewegende Napoleon met kanon en zwaarden
Catrinus en Hillie bouwden een ruime zijkamer om tot winkel, Hillie’s domein. Zij nam de reparaties aan en verkocht horloges en klokken; Catrinus zat in de werkplaats achter aan zijn zelfgebouwde werkbank. Zelfstandig worden bleek vooral volhouden. Jarenlang nam Catrinus alleen op zondagmiddag drie uur vrij.
Met zijn naamsbekendheid zat het intussen wel goed. Horloges en klokken werden vanuit het hele land aangeboden. Zo was het Koninklijk Museum in Apeldoorn (nu CODA) klant en ook de Marinewerf in Den Helder. Zijn meest bijzondere uurwerk was een antieke klok uit 1805 met een mechaniek dat de Slag bij Austerlitz voorstelde: een bewegende Napoleon met kanon en zwaarden. “Ik haw alle bewegende ûnderdieltsjes der sels by makke”, merkt Catrinus en passant op. En van de horloges herinnert hij zich die ene piepkleine, die in een ring geplaatst was.
Zenuwuitval en verlamming
Weer speelde de gezondheid op. Catrinus kreeg achter zijn werkbank tot tweemaal toe een hernia en was al met al een half jaar gevloerd. De arts verbood teveel zittend werk, want door zijn aangeboren afwijking was hij moeilijk te helpen. Catrinus: ”Huh? Doe hearde ik foar it earst dat ik mei in iepen rechje berne bin. Iepen en ûnsichtber binnenyn. It murch wie fêstgroeid, mei wervelproblemen en alle senuwpinen ta gefolch.” Voor Catrinus vielen veel puzzelstukjes pas nu op hun plaats.
Aanvankelijk leek fietsen de ideale therapie, tot hij door een dreigende zenuwuitval een algehele verlamming riskeerde. Hij moest meteen naar Groningen en kreeg een experimentele behandeling: een injectie met iets nieuws - dat inmiddels ook alweer verboden is. Het werkte maar ten dele. Voor de blijvende pijn moest hij zelf maar een therapie bedenken, liefst een sport.
Volleerde visboeren
Catrinus is als dat essentiële onderdeeltje van een uurwerk: een onrust. Voor zijn zelfstandigheid heeft hij álles gedaan wat hij moest en wat hij kon. Zelfs toen bleek dat je met een rijksdiploma nog niks had, omdat ook een middenstandsdiploma was vereist. En toen hij dat gehaald had en het stel een VOF oprichtte, bleken de regels achterhaald. De tweeverdienerswet deed zijn intrede, wat erg onvoordelig uitpakte voor hun VOF. “As ik alles witten hie, doe ik myn ambachtsdiploma helle, dan hie ik ik mei in pear sinten mear ek de oantekening ‘detailhandel’ hân. No wie wer in ûndernimmers-diploma noadich!”
Ze zochten de kortst mogelijke detailhandelsopleiding uit - vishandel - en na twee jaar allerlei soorten vis fileren haalden beiden het diploma. Catrinus en Hillie waren nu officieel ondernemer!
De Blêdeboulers
UIteindelijk blijkt gezondheid het grootste goed. Want in 1997 kreeg Hillie kanker. Gelukkig kwam ze daar overheen en samen zochten ze een haalbare therapie. Ze probeerden golf - niet goed voor hem; toen tennis - te zwaar voor hem. Tot ze bij toeval hun talent voor jeu de boule ontdekten. Het werd hun passie én het begin van een internationale boule-carrière. De Mildamse club De Blêdeboulers,25 jaar geleden door henzelf opgericht, maakte dan ook snel furore. “Dat boulen hawwe we no 31 jier dien. We ha prizen by de rûs en ha oeral spile, oan yn it bûtenlân ta.”
Het is duidelijk: Catrinus Nieuwland houdt ‘gjin skoft’. Ondanks (of dankzij?) alle tegenslagen blijft hij actief. Met boulen en in zijn oude vak. Dat laatste alleen op afspraak en in zijn eigen tempo. Juist dát houdt hem tot vandaag de dag nog uit de rolstoel.
Tekst: Alie Rusch
Foto’s: Johan Brouwer










