Column Eelke Lok: Tsjûkemar-oever
Upgrading noemen ze dat. Het eerste bedrag is acht ton. Ze doen het in samenwerking met provincie en gemeente De Fryske Marren. Het geld komt dan van de overheid. De taak van de projectgroep is roepen dat die overheid op moet schieten, want het is al februari.

Gedeputeerde Klaas Kielstra zat er ook bij. Hij keek om zich heen en zei: “Jongens, we doen iets fout. We hadden de gemeente Heerenveen er ook bij moeten betrekken.” Ze keken hem vragend aan. Gekke man, je vraagt Heerenveen toch niet voor Tsjûkemar-plannetjes? “Echt wel! We maken een doorsteek over water van Heerenveen naar de Tsjûkemar!” Zei Kielstra.
Dat kan. Kost (nogal) wat meer dan die acht ton. Over de Tjonger, dan door de Broeresloot naar Vierhuis. Beetje uitdiepen en er moeten wat bruggetjes omhoog. Of beweegbaar worden. Je kunt ook over de uitgediepte Feanskieding naar het Nannewiid. Dat moet toch uitgediept worden, want je kunt nu op laarzen naar de overkant komen. Dan een nieuwe mooie brede vaarweg van Nannewiid langs St. Jut en Rotsterhaule naar Rohel. Dan kom je in de Tsjûkemar. Het moet daar dan ook helemaal worden uitgebaggerd, je kunt daar momenteel zelfs liggend niet eens verdrinken. Duur. Maar mogelijk. En als Kielstra graag van Heerenveen naar de Tsjûkemar wil varen, dan mag hij dat roepen. Er zijn politici die veel onzinniger dingen roepen, zoals over het bouwen van nieuwe kerncentrales. En het is intussen verkiezingstijd. Daarom wil Kielstra graag ook wat opvallends zeggen.
Alleen ging hij net even te ver. Hij vond namelijk dat gemeente De Fryske Marren contact op zou moeten nemen met Heerenveen om dit allemaal eens te bespreken. De bestuurders van De Fryske Marren gaven geen antwoord. De beide gemeentes zeggen namelijk wel goeiemorgen tegen elkaar, maar da’s dan ook alles. De Fryske Marren weten echt wel dat als ze met dit idee ooit aan de deur kloppen bij Crackstate, dat ze dan luid lachend op de schouders worden geslagen. “Leuke mop. Zullen we een biertje nemen?”
Eelke Lok







