grootheerenveen

Column Eelke Lok: Stroef

Vorig jaar was de zomer wél geweldig. In je gedachten scheen toen alle dagen de zon, van mei tot en met september. 24/7. Dat leverde overigens óók wel gezeur op. Boeren hadden last van droogte. Het waterschap had geen water. Natuur vloog in de brand. Wij mochten nergens roken. We hadden het te warm. Muizen en eikenprocessierupsen zijn er nu nog de uitwassen van. 

Afbeelding
We hebben tot nog toe niet een echt geweldige zomer. Zo nu en dan een (te) warm dagje, direct daarna brandt het onweer al weer los. Je zou zeggen dat een paar spatjes regen en vijftien graden nu ook weer niet zo erg zijn. Maar er komen momenteel geen toeristen naar Fryslân. Want wij zeuren. Te koud. Te nat. Te… enzovoorts. We zijn nu eenmaal een klaagvolkje. Daar zet een toerist z’n tentje niet tussen.     

Toeristen wilden daar hun tentje wél tussen zetten. Daar zaten ze toch niet in, vanwege het mooie weer. Dan hoorde je het gezeur ook niet. En er waren ook positieve punten. Bijvoorbeeld: in het centrum van Heerenveen lagen eigenlijk nooit mensen op de grond. Ja, misschien één of twee beschonken figuren. Verder niet.

En dit jaar? Het moet daar verschrikkelijk zijn. Want Heerenveen heeft een (te) glad centrum. Sterker, het centrum van Heerenveen is gladder dan het zomerijs van Thialf. En de mensen die zich op dat gladde centrum moeten begeven, mogen dat niet op schaatsen doen. Het centrum van Heerenveen is enkel voor bejaarde mensen die liefst met twee zwaarbeladen plastic tassen vol voer over het natte gladde gesteente moeten wankelen. Sportstad Heerenveen denkt al aan het daar organiseren van omgekeerde klún-wedstrijden.  

Leeuwarden had ooit ook gladde steen. Heerenveen wilde niet achterblijven, logisch. Leeuwarden verving het gladde spul. Heerenveen doet het anders. De bij regen gladde tegels en stenen zijn in de boeken namelijk nog niet afgeschreven. In 2014 kwam er al een straal- en coatingbedrijf om de tegels wat stroever te maken. Dat blijkt onvoldoende te zijn.

Want het regent in 2019 weer. En hup, daar komen de zware machines van de stroef-makers weer aan. Het is een uniek nieuw tijdsbeeld.  

Eelke Lok