Gezond en fit

Coronapatiënten in Meriant COVID-huis Heerenveen: ‘De helden van Anna Schotanus’

Tienduizenden mensen vallen ten prooi aan dit venijnige creatuur. Alhoewel de situatie in Nederland langzaam maar zeker, na een paar maanden balanceren op het randje van een crisis, hoopgevender wordt, maakt één zwaluw nog geen zomer. Er wordt al gesproken over een ‘anderhalve meter economie’. In de frontlinie van de strijd tegen het coronavirus, oftewel COVID-19, staat de gezondheidszorg. De verpleegkundigen, huisartsen en specialisten, kortweg de helden, die 24/7 in de weer zijn om verdere verspreiding van COVID-19 binnen de perken en daarbij de ouderen en meest kwetsbaren buiten schot te houden.

Afbeelding
HEERENVEEN - Sinds december 2019 raast een op hol geslagen zwerm van een nieuw en tot voor een paar maanden geleden onbekend virus over de vijf continenten van onze wereld.

De verwachting is dat het aantal coronapatiënten in Friesland de komende weken zal stijgen. Het is niet zeker of het aantal zorgbedden dat nu beschikbaar is binnen de provincie voldoende zal zijn. Om die reden treffen de Friese zorgorganisaties alvast voorbereidingen om meer patiënten te kunnen plaatsen. Meriant heeft op locatie Anna Schotanus in Heerenveen een speciale ‘corona-afdeling’ geopend voor ouderen, genaamd COVID-huis Heerenveen.

Oudere en kwetsbare patiënten

Het COVID-huis Heerenveen, een initiatief van de Friese zorgaanbieders waaronder Alliade, de geneeskundige coördinerende hulpverleningsorganisaties GHOR en ROAZ, zorgverzekeraars en zorgkantoor, is bedoeld voor oudere en kwetsbare patiënten die niet thuis kunnen blijven, maar die ook niet in het ziekenhuis kunnen worden opgenomen. Of mensen die een ziekenhuisopname achter de rug hebben, aan de beterende hand zijn, maar nog wel aanvullende zorg nodig hebben. Het huis heeft een capaciteit van zesendertig bedden, maar kan binnen afzienbare tijd opgeschaald worden naar circa zestig bedden.

Het gedeelte binnen locatie Anna Schotanus stond al leeg en heeft een geheel eigen ingang. Op die manier is de afdeling gescheiden van de andere afdelingen. Cliënten die bij Meriant verblijven merken daarom ook weinig tot niets van deze nieuwe ontwikkelingen.

Op dit moment zijn er circa zeventien van de zesendertig beschikbare bedden bezet.

Verpleegkundig specialist Laura Schriemer: “De bezetting wisselt nogal. Er komen nieuwe patiënten bij. Patiënten zijn veelal ernstig ziek bij de opname. Andere patiënten komen minder ziek binnen, waarbij de klachten verergeren tijdens de opname. Een aantal patiënten is overleden in het COVID-huis. Gelukkig gaan er ook weer mensen naar huis; die zijn dan coronavrij.

Natuurlijk maakt het indruk op nieuwe patiënten om bij binnenkomst te worden geconfronteerd met een team verpleegkundigen, dat als ‘marsmannetjes’ is gekleed in beschermende kleding, maar mijn ervaring is dat dat heel snel bijtrekt.”

Familie-participatie

“Wij stellen mensen gerust, proberen ze het warme ‘huiskamer-gevoel’ te geven, dat is ook ons adagium, en we zien dat patiënten die aan de beterende hand zijn vaak de huiskamer op onze afdeling opzoeken om samen te eten, een praatje te maken, of een spelletje te doen met anderen. Om te voorkomen dat de eenzaamheid toeslaat bij de ouderen, tenslotte mogen kinderen en kleinkinderen opa of oma niet opzoeken, wordt er veel gebruik gemaakt van beeldbellen. We zien in de huiskamer altijd wel een paar ouderen met een iPad op schoot zitten te bellen en er komen postzakken vol kaartjes, brieven en tekeningen binnen.

Daarnaast heeft de verpleging vrijwel dagelijks contact met de familie en komen sommige familieleden soms op ‘raambezoek’, zoals we dat noemen. Even zwaaien naar opa of oma, zien dat het goed gaat. Dat is voor beide kanten geruststellend.”

Meriant-directeur Grietje van Buiten vult aan: “Natuurlijk kan dat niet op grote schaal, want in de kamer ernaast ligt misschien wel iemand te vechten voor zijn of haar leven. Maar het gebeurt weleens dat vader of moeder drie weken in strikte isolatie in het ziekenhuis heeft gelegen en de kinderen hun ouders al die tijd niet hebben gezien. Dan kan alleen al het even naar elkaar zwaaien een belangrijk vreugdemoment zijn en dat willen we die mensen uiteraard niet onthouden.”

Helden

“’Helden’. Dat is vaak de reactie van de buitenwereld op de zorg, met name op zorgverleners die in aanraking komen met coronapatiënten,” reageert Laura, “maar de meeste zorgverleners staan daar heel nuchter in. Dit is waar ik voor opgeleid ben. Ik ben 31 jaar, heb een opleiding tot verpleegkundige gedaan en daar een ‘master verpleegkundig specialist ouderenzorg’ achteraan. Dit is ons werk en het maakt mij niet uit of ik nu met de reguliere ouderenzorg te maken heb of met COVID-19 patiënten. En zo denken de andere leden van ons team er ook over.

We werken nog maar drie weken samen met elkaar, maar het voelt aan alsof het al veel langer is. Het is in korte tijd een heel hechte groep mensen geworden. Alle teamleden letten goed op elkaar, zowel wat betreft de medische protocollen, als de lichamelijke en geestelijke toestand van je collega’s. Er wordt vaak gevraagd ‘Hoe gaat het met je?’ En er is dagelijks een evaluatiegesprek waarbij iemand van maatschappelijk werk aanwezig is, om waar nodig het team bij te staan. Tenslotte maak je traumatische dingen mee, en heb je veelal te maken met een gezinssituatie die volkomen op zijn kop staat en moet je voorkomen dat je alle emoties mee naar huis neemt.”

24/7

“Alle leden van het ongeveer 25 leden tellende team in het ‘COVID-huis’ – er wordt 24/7 in drie shifts gewerkt – hebben de bewuste vrije keus gehad om dit wel of niet te doen,” aldus Van Buiten. “Het merendeel van dit team in het COVID-huis komt uit de Meriant-gelederen, maar er zijn ook verpleegkundigen bij van de andere zorgverleners in Friesland. Tenslotte is het een provinciaal initiatief. Er wordt volgens een streng RIVM-hygiëneprotocol gewerkt en daar hoort adequate beschermende kleding bij, passend bij de medische handelingen die de verpleegkundigen verrichten. Dat houdt in een spatbril, een gezichtsmasker, een schort en handschoenen. Daarnaast wordt er extra personeel ingezet om de patiënten veel persoonlijke aandacht te geven.”

De dood

Laura Schriemer: “Als professionals in de ouderenzorg weten we dat de dood onlosmakelijk verbonden is met ons beroep. Je hebt te maken met mensen in het laatste stadium van hun leven, maar in deze vorm en deze aantallen, dat is voor iedereen nieuw en ja, dat maakt een enorme indruk op alle collega’s. Dan is het best prettig als je eens even je hart kunt luchten bij een sociaal-maatschappelijk medewerker. Je moet, zoals eerder gezegd, die emoties niet meenemen naar huis, maar je hoofd leegmaken, want bij je volgende dienst is het weer ‘vol gas’.

Door Wim Walda

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding