Via het tuinpad op weg zijn naar zijn in het achterhuis gelegen atelier zien we links en rechts bouwsels en uitbouwtjes, krijgen planten alle ruimte, duwen we zo hier en daar een overstekend exemplaar aan de kant, worden we verwelkomd door een hond, kroelt er een kat rond onze benen, kraait de haan en treffen we in het voorportaal van zijn atelier nog een vijver met opgevangen schildpadden. Een ander zou het wellicht een wildernis noemen, zelf spreekt Harm Bron van “een geordende chaos.” Binnen in zijn atelier is het niet anders. En in zijn hoofd ook niet, zo blijkt later. Daarin bruist het van de ideeën. Het hoofd van de 57-jarige goud- en zilversmid Harm Bron uit Oranjewoud loopt over.
“Mijn handen kunnen mijn hersenen lang niet bijhouden”, begint Harm Bron. “In mijn hoofd kan ik heel snel, maar in het echt heb je veel meer tijd nodig, dat lukt allemaal niet. Dan heb ik een idee en begin ik meteen met uitwerken, terwijl ik nog met iets anders bezig ben. Maar dan ben ik zó enthousiast, dan wil ik het meteen maken. Maar dat was ik ook toen ik aan het vorige begon. Zo gaat dat altijd.”
“Het houdt nooit op”
“Ik ben soms met zes dingen tegelijk bezig en heb de grootste moeite om dingen af te maken”, lacht hij. “Ideeën komen vanzelf. Mijn hoofd zit er vol mee. Veel meer dan ik kan maken door het gebrek aan tijd. Het was handig geweest als een dag 36 uur zou hebben.” Inspiratie haalt hij uit zijn omgeving, uit zijn tuin, als hij wandelt in het bos achter zijn woning of op het strand, als hij kanoot. Uit gewone dingen. “Ik zie overal vormen en mogelijkheden in en dan krijg ik ideeën om er iets van te maken. Het hoeft ook niet een sieraad te zijn. Ik ben ook veel met klei bezig en met hout. Het houdt eigenlijk nooit op.”
Handige moeder
Harm woont in zijn ouderlijk huis, gelegen op de grens van Oranjewoud en Heereveen. Hij is er geboren en getogen. De creatieve genen heeft hij van beide opa’s en van zijn moeder. “Ze was altijd bezig, met zelf kleding maken, maar ook met klussen in en om het huis. Schilderen, maar ze heeft ook de schuur gebouwd”, wijst hij. “Toen ze in verwachting was van mij. Dan kwam mijn vader tussen de middag thuis om te eten, had zij het eten klaar en schepte hij de specie door, want dat was haar te zwaar. Kon ze weer verder. De betonnen tegels in de oprit heeft ze ook zelf gemaakt en ze was ook altijd aan het timmeren. Dan moest er weer een schuurtje komen voor het hout van de kachel, echt van alles deed ze. Zelf was ik altijd bezig met hout, papier, karton. Ik speelde ook nooit met autootjes of dingetjes. Ik had liever lege closetrollen, een doos , lijm, figuurzaagje en wat kleurpotloden.”
Hameren
Na zijn middelbare school ging Harm naar de Vakschool in Schoonhoven waar hij vijf jaar lang de opleiding goud- en zilversmid volgde. “Als goudsmid maak je sierraden van zilver en van goud; een zilversmid maakt vaak grotere voorwerpen. Dan sla je echt met een hamer op een plaat zilver. Andere technieken ook”, zegt hij ter verduidelijking. Zilver wordt ingekocht als plaat, als halffabricaat. Hij pakt er als voorbeeld een vaas bij. “Dit was een platte plaat en die heb ik hol gemaakt en vervolgens op de intrekstaak baksteensgewijs rond gesmeed. Dan sta je een hele dag te slaan met een hamer, daar ben je weken mee bezig. Daar gaat heel veel materiaal in zitten en heel veel tijd, dat zijn kostbare objecten. Daar is niet zo’n grote markt voor. Ik maak één groot object per jaar, ik zeg altijd: ‘Ik heb er voor geleerd en moet mijn vak onderhouden’.”
Groentetuin op niveau
Via Schoonhoven en Giethoorn kwam hij weer terug bij zijn ouders in Heerenveen waar hij zijn intrek nam in een aanbouw. Toen ook zijn moeder overleed, heeft hij het huis aan de voorkant verbouwd, is hij daar gaan wonen en bouwde hij zijn vorige woonruimte om tot atelier. “Het was eigenlijk een woonkamer, maar ik vond het te klein. Dus ik heb een stukje aan de zijkant aangebouwd”, wijst hij. “En achter ook. De timmerman heeft de gaten in de muren gemaakt en de steunbalken geplaatst, maar ik heb zelf de fundering uitgegraven, gemetseld en zelf ook de tweedehands kozijnen erin gezet. Het was gewoon een rechttoe rechtaan huis uit de jaren vijftig, ik heb er mijn idee in gelegd. Groen, lekker veel ook, niet zo geordend. Dat ben ik zelf ook niet, het mag wel wat de ruimte hebben.”
Niet zonder trots zegt hij: “Ik heb ook een groentetuintje, op het dak van de garage. We hadden vroeger ook een groentetuintje, maar de bomen worden zo groot; er komt niet genoeg zon. Ik was al begonnen met groene daken op de uitbouwtjes. En er moest toch een nieuw dak op, dus heb ik een stalen constructie gemaakt, dak erop en heb vijf, zes kuub aarde met Gamma-emmertjes via een laddertje naar boven gebracht. Er groeien aardappels, boontjes en op het dak boven mijn keuken heb ik aardbeien en tomaatjes.” Hij zegt het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Gouden Speld
Zijn inkomen komt vooral uit de verkoop van sieraden met materalen als goud, zilver, titanium, edelstenen, roestvast staal en combinaties ervan, vooral aan particulieren. Harm Bron is ook de maker van de ‘Gouden Speld’, het sieraad dat jaarlijks in januari door de burgemeester namens stichting Regio Heerenveen ‘n Gouden Plak wordt uitgereikt aan een persoon of organisatie die (het afgelopen jaar) op bijzonder positieve wijze een bijdrage heeft geleverd aan de doorontwikkeling, het positieve imago en de promotie van de regio Heerenveen. En hij is de maker van de ambtsketen van de burgemeester.
Voor een bedrijf maakt hij ontwerpen en prototypes voor sieraden waar as in verwerkt kan worden. Deze ontwerpen worden door een groot atelier gemaakt, gegoten en gestanst in een wat grotere oplage, waarbij Harm zelf zorgt voor de as-verwerking in de sieraden die dicht gesoldeerd moeten worden. Daarnaast geeft hij sinds een paar jaar cursussen en doet hij reparatiewerkzaamheden voor een juwelier. “Ik heb in het begin wel vier of vijf juweliers gehad waar ik reparaties voor deed, maar dat moet natuurlijk gisteren klaar en mag niet te veel kosten. Op een gegeven moment ben je alleen maar kapotte dingen aan het repareren en ben je blij dat je brood op de plank hebt. Maar dat gaat wel ten koste van je creativiteit.”
Burn-out
Aan deze reparatiewerkzaamheden kwam voor een groot deel een eind, toen hij een burn-out kreeg. Harm: “Toen vloeiden er een heleboel dingen af en kwamen er andere voor in de plaats. Die burn-out was eigenlijk helemaal zo gek nog niet. Ik deed te veel dingen tegelijk. In het koppie zaten de draadjes nog goed vast gesoldeerd, het was een lichamelijke kwestie, achterstallig onderhoud zeg maar. Ik dacht dat je dan ook depressief was, maar dat hoeft dus helemaal niet.”
Als klimmer last van hoogtevrees
Hij tuiniert, wandelt en klimt graag. Dat laatste wekelijks in de klimhal in zijn woonplaats en verder in Duitsland, België en tot voor kort in de buurt van het Lago Maggiore, waar familie van zijn vaste klimmaat een huisje had. “Daar gingen we veertien, vijftien jaar lang een of twee keer per jaar naartoe. Daar heb je prachtig mooie klimrotsen en de Alpen vlakbij natuurlijk. We volgen meestal behaakte routes, dan klim je van haak naar haak. Als kind vond ik boompje klimmen al leuk, maar dit is heel iets anders. Ik had eerst altijd heel erg last van hoogtevrees, dat heb ik overwonnen, ik kan nu echt genieten van een uitzicht. Als je aan het klimmen bent, ben je zo bezig met het zoeken naar je route dat er geen ruimte in je hoofd is voor andere dingen.
Soms is het ook spannend, hoor. Dan sta je op een richeltje en denk je: ‘Nu moet ik wel iets hebben, anders val ik naar beneden’. Als je gaat, val je zomaar zo’n zeven meter naar beneden. Dat is me weleens overkomen. Als dat plotseling gebeurt, is dat gebeurd voordat je er erg in hebt. Dan is het helemaal niet zo eng, maar als je ergens staat en je kunt het niet vinden en denkt: ‘Ik houd het niet meer en ik glij uit’, dat vind ik het niet zo leuk”, lacht hij met gevoel voor understatement.
Weer verbouwen
Harm geeft twee keer per jaar cursussen van twaalf lessen, verdeeld in drie groepjes van acht mensen. Nu nog in de Heerenveense School, maar straks in zijn atelier waar hij trouwens nu al cursussen geeft in een kleine setting. “Ik zou het leuker vinden om alle cursussen hier te geven. Ik heb hier alle materiaal, gereedschappen en ik vind het plekje fijn. Maar met acht mensen gaat niet passen. Dus ik dacht: ‘Als ik de muur van de bijkeuken er nu uithaal en achter een beetje uitbouw, past het wel’.” Tijd vinden om het uit te voeren is nog een dingetje…
Beeld: Mustafa Gumussu
Tekst: Richard de Jonge






