Erik Roelevink, cafébaas van De Swetser: “Met Halloween is het hier één groot hilarisch spookhuis”
Hoe jong ook, hij heeft in zijn nog geen vijftienjarige carrière het uitgaansleven al meermalen zien veranderen, niet alleen door het aanscherpend rookbeleid van de overheid. De discotheek in Heerenveen, waar Erik als achttienjarige begon, is allang weer verdwenen en de bezoekers van het café anno nu komen niet meer puur alleen om elkaar op te zoeken onder het genot van een drankje. “Je moet méér bieden: beleving vooral!” En dat méér bieden, dat doet zijn café De Swetser. In het laatste weekend van oktober bijvoorbeeld. “Dan hebben we de jaarlijkse Halloween-party en is het hier één groot hilarisch spookhuis.”

Het is negen uur in de ochtend wanneer dit interview aan de bar van diezelfde Swetser plaatsvindt en Erik Roelevink heeft de koffie klaar. De vele grote ruimtes in het café stralen ook in ochtend een gezellige, bijna huiselijke sfeer uit en ik kan me voorstellen dat het hier in de avonden van het weekend goed toeven is. Niet in de laatste plaats dankzij Erik zelf, een op en top aimabele gastheer en tegelijkertijd een gewone nuchtere Friese jongen, die de kop er ook bij houdt tijdens een avondje stappen.
Hotelschool: “Gjin sek oan”
Erik Roelvink (1987) is geboren en getogen in Oudehaske. “Toen ik zo rond mijn zestiende, zeventiende met mijn vriendenploeg ging stappen, waren we in een dik kwartier fietsen óf in Joure, in café De Stam, óf in Heerenveen. Wy fleagen oeral hinne op é fyts.” De horeca trekt, maar Erik wil vooral de andere kant van de bar zien, de kant waar er gewerkt moet worden.”
“Ik heb na de havo een opleiding civiele techniek gedaan, maar ik wilde de horeca in en kwam daarom op de Hogere Hotelschool in Leeuwarden terecht. Mar dêr fûn ik gjin sek oan. Op de Hotelschool word je opgeleid voor het internationaal management. Met horeca-ondernemerschap in Nederland had dat niks te maken.”
Erik komt op zijn achttiende achter de bar terecht van discotheek Bacchus in Heerenveen, op dat moment eigendom van Jelle Wagenaar, die de discotheek van diens vader Oene Wagenaar heeft overgenomen. Erik heeft het er erg naar zin zijn en doet zijn werk zo goed, dat het ook andere ondernemers opvalt.
Bacchus: Loyaal naar anderen
“Ik kreeg op een gegeven moment een telefoontje van Luberto Agricola, de eigenaar van De Swetser in Heerenveen. ‘Je moet bij mij komen werken’, zei hij door de telefoon. ‘Ik moet helemaal niks’, zei ik. ‘Bovendien, ik ben al bij Wagenaar’. Ik ben loyaal naar mensen, zo zit ik in elkaar, ik ga niet van de één naar de ander. Misschien was het achteraf die loyaliteit wel, waardoor Luberto me echt wilde hebben”, zegt hij peinzend.
Het publieke uitgaansleven verandert echter heel snel en de behoefte aan discotheken slinkt zienderogen. “Ik ben een horecaman”, zegt Erik. “En met Bacchus redden we het niet meer op. Bovendien, bij Bacchus zat ik uiteindelijk toch ook tegen het plafond.” In 2009 komt Erik dan toch in ‘Bar-Dancing, Café & Club’ De Swetser terecht, eerst achter de bar en later als bedrijfsleider. “En sinds 2016 als mede-eigenaar van het bedrijf, samen met Luberto Agricola en Geert Bosman”, zegt Erik, niet zonder trots. En hij beschouwt het niet eens als werk, want: “Sa lang at jo dogge wat jo leuk fine, hoege jo gjin dei fan je libben te wurkjen.”
Uitgaan: het sociale aspect is er af
Behalve het nauwgezet volgen van de maatregelen van de overheid (eerst al de leeftijdsgrens ophogen naar 18+ voor toegestane alcoholconsumptie en nu de vergaande maatregelen rond het antirookbeleid) is Erik vooral bezig met de vraag waar zijn bezoekers behoefte aan hebben. “Dat is niet meer zoals vroeger het alleen maar gezellig samenzijn in het café. Het sociale aspect is er wel af en dat komt vooral door de social media. Iedereen staat tegenwoordig constant met een mobieltje in de handen. Het is een optelsom van factoren waardoor het publiek is veranderd en waardoor de wereld verandert. Mensen gaan nu veel naar festivals als ze uitgaan. En ook die markt ontwikkelt zich snel. ‘Vroeger’ had je één festival per weekend, tegenwoordig heb je de keuze uit wel tien. De festivals krijgen last van elkaar.”
Swetser: feestlocatie
Erik Roelevink weet wat de mensen van hem willen. De Swetser wordt meer en meer een feestlocatie en hij gaat themafeesten organiseren op de vrijdag en de zondag. “Sunday, Funday”, zegt Erik. “De zaterdagavond blijft de open stappersavond, maar op andere dagen moet je meer bieden. Alleen de deur open doen is niet genoeg, het gaat om ‘beleving’. De eerste Halloween-party hier was ook op zo’n ‘Sunday Funday’. Er waren in die tijd veel Noord-Amerikanen en Canadezen in Heerenveen dankzij het ijshockeyteam, de Flyers.
Halloween wordt in Noord-Amerika en Canada alom gevierd en samen met hen hebben we toen een Halloween-party in De Swetser georganiseerd. Het werd één groot hartstikke leuk verkleedfeest. Zelfs Omrop Fryslân was bij één van de edities aanwezig om een beeldverslag te maken. Die vonden het heel bijzonder.”
De Amerikanen en Canadezen zijn inmiddels vertrokken, maar Halloween eind oktober in Heerenveen is gebleven. “Mensen vinden het leuk en verkleden zich er graag voor.” Erik geniet zichtbaar als hij aan de Halloween-avonden terug denkt. “De meesten hebben dan de tranen in de ogen van het lachen”, zegt hij. En dan, grijnzend: “Zo’n tachtig procent van het publiek is dan verkleed en wie niet verkleed is, voelt zich ongemakkelijk.”
Steeds groter
“Dit jaar maken we er voor het eerst een heel Halloween weekend van, van donderdag 24 tot en met zaterdag 26 oktober. We richten De Swetser dan helemaal in stijl in, vanaf de voordeur al. Met Halloween is het hier in de hele zaak één groot hilarisch spookhuis. De donderdag is voor 16+, zodat ook die leeftijdsgroep zijn eigen feestje heeft. De vrijdag wordt de echte grote Halloween-avond, compleet met ‘de man met de kettingzaag’. Alleen dat geluid al! Op de stapavond op zaterdag in dat weekend laten we het spookhuis staan.”
Was De Swetser jaren geleden nog de enige in de regio met een Halloween-party, anno 2019 is dat wel anders. “Het wordt steeds groter”, zegt Erik Roelevink. “Tegenwoordig heeft elk dorp er wel eentje.”
Halloween
In de christelijke wereld is Allerheiligen, 1 november, een feestdag. Op Allerheiligen worden alle heiligen van de rooms-katholieke kerk- en dat zijn er wereldwijd ruim honderdduizend - gezamenlijk vereerd en herdacht. De dag erna is het Allerzielen, dan worden alle gestorvenen herdacht en vereerd. Allerheiligen en Allerzielen zijn de dagen waarop in de rooms-katholieke kerk de dood, het leven na de dood, en het laatste oordeel aan de orde komen. De voorbereidingen voor beide herdenkingen en vieringen plaats op de avond ervoor, op 31 oktober, Allerheiligenavond.
De Paus heeft Allerheiligen in de achtste eeuw ingesteld, vooral ook om al bestaande heidense feesten in te dammen, die in diezelfde periode werden gevierd. Zo werd het heidense midwinterfeest, de terugkeer van het licht, tot kerstmis verheven. In voorchristelijke Keltische tijden was 31 oktober Oudejaarsavond en begon het nieuwe jaar op 1 november. Dan was de oogst binnen. Om de geesten van de doden van het oude jaar gunstig te stemmen werden er in het donker lekkernijen voor de deuren gelegd. Boze geesten waren er ook en om die te verdrijven, droegen de Kelten angstaanjagende maskers. Vergelijk het maar met onze eigen Oudejaarsavond, wanneer we met Sint-Tomas klokgelui en vuurwerk eigenlijk hetzelfde doen: boze geesten verdrijven, alleen dan met veel lawaai. En die lekkernijen bij de deur in deze periode kennen we ook ergens van. Alleen hebben we er hier Sint-Maarten van gemaakt.
De avond van 31 oktober werd in het oude Ierland en in het oude Engeland ‘Hallow-e’en’ genoemd, oftewel ‘All Hallows eve’. Halloween heeft zich door de eeuwen heen in Engeland en Ierland ontwikkeld tot een losstaand wereldlijk feest en zich van daaruit verder verspreid. Het feest is in de negentiende eeuw door Ierse immigranten naar de Verenigde Staten gebracht. Halloween wordt vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada gevierd. Kinderen gaan daar op 31 oktober ’s avonds in het donker griezelig verkleed langs de deuren om met een uitgeholde pompoen als lampion om snoep te bedelen.
De aandacht die in Nederland aan Halloween wordt besteed stijgt, al hebben de kinderen voor het bedelen om snoep hier in de lage landen al het Sint-Maarten feest op 11 november. Jongeren en volwassenen vieren Halloween steeds vaker, in buurthuizen, cafés en clubs. De feesten hebben één ding gemeen: de deelnemers gaan griezelig verkleed. Ook in Heerenveen wordt volop aan Halloween gedaan, van pompoenen uithollen op school, om er lichtjes van te maken, tot griezelfeestjes in het café.















