Cultuur en uitgaan

Theater als levend monument voor de verhalen van de Tweede Wereldoorlog

Door: Dennis Stoelwinder

HEERENVEEN - Met haar indrukwekkende theaterstukken brengt Ineke de Vries de verhalen van de Tweede Wereldoorlog in Heerenveen en omgeving tot leven. 

Theater als levend monument voor de verhalen van de Tweede Wereldoorlog
Theater als levend monument voor de verhalen van de Tweede Wereldoorlog Foto: Fimke Groenewoud

Wat begon als een passieproject is uitgegroeid tot een reeks voorstellingen die niet alleen herinneren, maar ook verbinden en aanzetten tot nadenken. Op 4 mei aanstaande om 21:00 uur, ná de Dodenherdenking, is het weer zover: dan wordt in het Posthuis Theater de voorstelling ‘Poststempel Heerenveen’ opgevoerd door amateurspelers van Mini Theater Friesland.

In een tijd waarin de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog langzaam vervagen, brengt Ineke de Vries uit Heerenveen de geschiedenis tot leven. Met haar theaterstukken vertelt ze de verhalen van Heerenveen en omstreken tijdens de oorlog. Niet als droge feiten, maar als emotionele, menselijke ervaringen. Haar werk is een eerbetoon aan de moed, het verzet en de veerkracht van gewone mensen in buitengewone omstandigheden.

Hoe het begon

Inekes reis begon in 2019 met het toneelstuk ‘Een verre pijn’, waarin ze zelf speelde. Dit stuk, geschreven door Henk John, ging over een NSB-gezin dat na de oorlog moest dealen met de gevolgen van hun keuze. Maar het was een krantenartikel uit 2012 over de Joodse familie Tof in Heerenveen dat haar echt raakte. Deze familie, die als enige Joodse gezin in Heerenveen de oorlog als geheel overleefde, werd gered door het Heerenveense verzet dat alles op alles zette om hen te beschermen. “Johanna Tof vertelde later dat ze na de oorlog in haar eigen huwelijksbed sliep, terwijl zoveel anderen alles kwijt waren,” vertelt Ineke. “Dat verhaal van solidariteit móést verteld worden.”  Zo ontstond ‘Toffe Jongens’ (2022), een voorstelling over de familie Tof en het verzet dat hen redde. Dat werd het startpunt van een reeks stukken die Ineke sindsdien elk jaar maakt, altijd verbonden met de landelijke campagne ‘Theater Na de Dam’ op 4 mei. Op die avond worden overal in Nederland, exact om 21.00 uur, voorstellingen gespeeld met de Tweede Wereldoorlog als uitgangspunt.

De kracht van theater

Waarom theater? “Omdat het mensen raakt op een manier wat een boek niet kan,” legt Ineke uit. Ze vertelt over Sara Nieweg, een Joods meisje dat tijdens de oorlog zonder haar moeder ondergedoken zat in Nieuwehorne. Toen Sara in 2022 Inekes voorstelling ‘Toffe Jongens’ zag, zei ze: “Voor het eerst zag ik het letterlijk voor me, wat mijn moeder heeft doorstaan toen ze me moest achterlaten.” Ineke: “Dat is de kracht van theater: het maakt abstracte geschiedenis voelbaar.”

De impact van kleine verhalen 

Inekes stukken zijn geen fictie. Haar werkwijze is methodisch: ze speurt naar verborgen oorlogsgeschiedenis, graaft diep in archieven, verzamelt alle feiten en kiest dán welke verhalen het meest tot de verbeelding spreken. Ze spreekt met nazaten en bezoekt locaties waar de gebeurtenissen plaatsvonden. Pas daarna begint het schrijven. Ineke beeldt zich in hoe deze mensen spraken en wat ze voelden en bezoekt opnieuw de locaties om de sfeer te proeven. Voor het stuk ‘Bokkensprongen’ (2023) dook ze in het verhaal van ‘De Bokploeg’, een verzetsgroep die opereerde vanuit een oude woonbok in de Nijelaamster polder. En in ‘Dansen in het Duister’ (2024) bracht ze het verhaal van Maartje Danse en Hielke Wierda, een verpleegster en een ambulancechauffeur die verliefd werden tijdens de oorlog, terwijl Maartje onderduikers verborg in het ziekenhuis.

Ineke: “In de Kruiskerk waar onderduikers onder de preekstoel verborgen zaten, voelde ik pas hoe absurd dat was. In die christelijke kerk zat ook een Joodse jongen onder de preekstoel verstopt, die een clandestien geslacht varken op schoot kreeg, omdat de Duitsers ook dat varken niet mochten ontdekken. Honderd meter verderop zat de Sicherheitsdienst. Die kleine momenten laten zien wat oorlog echt voor de mensen betekent.”

Wat Inekes werk bijzonder maakt, is de focus op details die grote emoties losmaken. Ook schuwt ze de moeilijke kanten niet. Tijdens research voor ‘Dansen in het Duister’ stuitte ze op een krantenartikel over Limburgse evacués, wat leidde tot een ontroerende scène over achttien kleine kinderen die in Heerenveen in het ziekenhuis stierven. “Die kindjes stonden nergens in de schoolboeken. Maar hun namen staan op een monument. Iemand moest hun verhaal vertellen.”

‘Poststempel Heerenveen’

Het zijn vaak de persoonlijke verhalen die de meest aangrijpende details opleveren. Voor de nieuwe 4 mei-voorstelling ‘Poststempel Heerenveen’ onderzocht ze hoe een gezin totaal uiteen kon vallen: de ene broer zat in het verzet, de ander kwam bij de Waffen-SS terecht. ‘Poststempel Heerenveen’ vertelt het verhaal van Jillus Postmus uit Heerenveen. De brieven die hij vanuit een Duits werkkamp naar huis schreef en de brieven die moeder terugschreef vormen de basis voor de voorstelling. “Soms zit er in zo’n brief één zin, die álles zegt,” vertelt Ineke. “Het zinnetje ‘Ik heb nog een appeltje te schillen met Gerrit’ zette me aan het denken. Wat gebeurde er tussen die twee broers? Hoe zit je dan samen aan de etenstafel? Mensen oordelen snel, maar keuzes worden vaak gemaakt uit wanhoop of overleving.”

Waarom ze doorgaat

Met haar voorstellingen hoopt ze niet alleen geschiedenis te bewaren, maar ook gesprekken op gang te brengen. “Omdat deze verhalen niet vergeten mogen worden. De verhalen van Heerenveen laten zien wat moed en saamhorigheid kunnen bereiken. Dat verdient een podium.” Ze ziet parallellen tussen toen en nu: de polarisatie, het gemak waarmee mensen anderen buitensluiten. “In de jaren 30 dachten ze ook: ‘Die Joden pikken onze banen in’ en ‘Nederland is vol’. Kijk, wat er gebeurde. Theater kan laten zien waar zulke woorden toe leiden.” 

Haar grootste beloning? De reacties van nazaten. “Families zeggen: ‘Eindelijk wordt er over onze opa gesproken.’ Dat is waar ik het voor doe.” Met elk stuk breit Ineke de oorlogsverhalen van Heerenveen aan elkaar. Niet als stoffige geschiedenis, maar als levende herinnering. “Want,” zoals ze zelf zegt, “als je het ziet, voel je het. En wat je voelt, vergeet je nooit meer.”

Door: Fimke Groenewoud