Algemeen

Tames van Zwol, het jongetje dat de techniek begreep

OUDESCHOOT - Het is 1961. Een klein jongetje, ongeveer tien jaar, staat te kijken naar een voor die tijd geweldige heistelling. 

Foto: Dennis Stoelwinder
Foto: Dennis Stoelwinder

Het is in Heerenveen, schuin tegenover het ijsstadion Thialf. Dat bestond toen overigens alleen nog maar op papier. De heistelling heit. Want daar moet het bedrijf Tektronix komen. En dan weten ze nog niet eens dat die palen die daar de grond in worden geslagen, in de toekomst een geweldige schraging zullen zijn voor het bedrijf wat daar later bijbels gaat maken, Jongbloed.

Het jongetje weet dat ook allemaal nog niet, maar staart volstrekt gebiologeerd naar de draaiende heistelling. Als meester vanaf het schoolplein zijn schrille fluitje laat horen, reageert hij helemaal niet. Hij staart intens geïntrigeerd naar de heistelling. Wil precies weten hoe dat allemaal werkt. Met enige dwang wordt het jongentje naar de school gesleurd en moet natuurlijk voor straf nablijven. Maar als hij dan naar huis gaat, in het besef dat het uurtje nablijven de moeite waard was, begint hij in z’n hoofd al zo’n heistelling te fabriceren. Wel eentje op zijn eigen formaat. Een heistelling waar kleine jongetjes heerlijk mee kunnen spelen.

In een notendop is daarmee het leven van Tames van Zwol uit Heerenveen geschetst. Als je nu binnenkomt bij de gepensioneerde man in zijn huis in Oudeschoot, staan in de woonkamer al enige van dat soort speelmachines klaar. Als kwamen er strakjes allemaal van die kleine jongetjes, en tegenwoordig ook meisjes, binnen om direct aan de slag te kunnen gaan met die prachtige graafmachines.  En boven zijn twee slaapkamers veranderd in werkplaatsen waar zijn producten worden gemaakt en tentoongesteld.

Perfect

Als zesjarig jongetje had hij al een graafmachine gemaakt, hij was al vroeg geïntrigeerd. Die graafmachine was van hout. Mooi, maar het resultaat was hem niet naar de zin. Tot groot verdriet van zijn ouders verdween het hout in de kachel. Tames was resoluut, alles wat hij maakte, moest perfect zijn. Technisch vertaald: het frame van onder en boven moest sterk gemaakt worden. Van Zwol vond het materiaal zich hier het best voor leende.  

Toen de graafmachine onder controle was, kwam dus de heistelling.  Met een stoomblok, want stoom verdicht zegt technicus Van Zwol en dat geeft meer kracht. Tames heeft die heistelling die bij Tektronix stond, helemaal nagemaakt. Hij vond het toen al geen moeite. Buitenstaanders vonden het evenwel geweldig. Zijn model van de heistelling heeft zelfs op een beurs gestaan in Parijs. Want het speelgoed bleek zo’n goede namaak van de werkelijkheid, dat de bedrijven ze als hun toonbeeld graag wilden laten zien. In Parijs haalde een Engelsman een stoel op, ging zitten en keek twee uren lang naar het werk van Tames van Zwol.

Tames van Zwol heeft in zijn arbeidsleven gewerkt in tal van bedrijven. Hij deed werk wat zo nu en dan tegen zijn hobby aan zat. Overal haalde hij uit het weggegooide spul onderdelen voor die hobby vandaan. Sterker, hij vond in die bedrijven ook dingen uit om de echte machines beter te laten lopen. Hij vond ook dingen uit, die nooit verder zijn gemaakt. Van Zwol geeft deze verslaggever een schoffelwerktuig voor de tuin mee, wat niemand ooit zag. Dat draait in het rond en levert in de praktijk meer rendement dan de schijfvlakken die je er normaal voor gebruikt.

Van Zwol noemt zichzelf een ‘manufactering engineer’. Dat is nog even meer dan een handige man. Het door kunnen kijken in op het oog ingewikkelde machines (“it is eins hiel einfâldich, hear”) en ze dan ook nog op kleine schaal na te maken (“nochris, foar my ienfâldich”) maakt hem tot wat meer.

Ingewikkeld

Hij heeft alles in de praktijk uitgezocht. Dan wordt het gesprek technisch ingewikkeld. Van Zwol last nu met Omnia 2,5 mm. Schakels van de (brom)fietskettingen zijn het meest geschikt voor de giek, dan loopt de draad er niet af. Dan moet je één van de twee rollen van de schakel verwijderen en dan loopt de as van de giek daar mooi doorheen. Wij zijn echter de draad al kwijt.   

Dat geldt niet voor iedereen. Albert van der Meulen, “in man mei geve hannen”, doet mee. De broers van Tames hebben allemaal hun eigen kundigheden ook geïnvesteerd om het technische speelgoed op de markt te brengen. Nee, niet die harde commerciële markt. Wát, hij heeft zelfs nog nooit ergens octrooi voor aangevraagd. “Te djoer om der yn te ynfestearen”.

Het is natuurlijk wel heel vreemd dat er nog nooit een bedrijf, en daar had Van Zwol wel veel contacten mee, hem ooit gevraagd heeft om er speel(gemeen)goed van te maken. Eigenlijk zou dat nu moeten, want zoveel maakt Van Zwol ook niet meer. En als hij ziet dat een jongetje in een zandbak speelt met een graafmachine uit zijn areaal en dat dat jongetje zand van de ene naar de andere plek schept, dan ziet hij zichzelf weer even terug. Aan de rand van de bouw van Tektronix; hij hoort het fluitje van meester nog steeds niet.   

Door: Eelke Lok