Algemeen

Gerard Nijmeijer: Van vliegtuigbrandbestrijder tot sneeuwpop

Voor brandweerman Gerard Nijmeijer uit Tjalleberd hoefde Van der Zwan niet apart voor hem naar De Streek te komen. Nijmeijer kwam er graag voor naar Akkrum. Heel graag zelfs, want het lintje, officieel Lid in de Orde van Oranje Nassau geheten, “is toch een eer. Het betekent een blijk van waardering”, zegt hij. GrootHeerenveen zocht Gerard op, bij brandweerpost Tjalleberd. “We hebben één brandweerwagen”, zegt ie. Gerard zelf is de chauffeur. En manschap natuurlijk. En buiten de vrijwillige brandweer? Hier is Geert Johan (Gerard) Nijmeijer, zoon van een rietsnijder, annex stroper, annex veldwachter.

Afbeelding
TJALLEBERD - Begin februari reikte burgemeester Van der Zwan in Akkrum Koninklijke onderscheidingen uit aan drie brandweermannen uit de gemeente Heerenveen: twee van de post Akkrum en één van de post Tjalleberd.

Gerard Nijmeijer

Gerard Nijmeijer (53) is geboren en getogen in De Streek, maar spreekt geen woord Fries, al verstaat hij het makkelijk. “Het is er nooit van gekomen, dat Fries spreken”, zegt hij, en hij vindt dat achteraf wel jammer. Ook in zijn werk, eerst als zelfstandig timmerman en nu als uitvoerder dagelijks onderhoud bij woningcorporatie Accolade in Heerenveen, heeft hij veel te maken met oudere, Fries sprekende, klanten. “In Akkrum werd ik een keer ‘de Hollander’ genoemd, maar ik heb mijn hele leven hier al in Friesland gewoond.”

Óf je werd boer, óf je werd rietsnijder/stroper

“Ik ben van bouwjaar 1967. Ik woon nu met mijn gezin in Tjalleberd, en woonde daarvóór samen in Luinjeberd. Ik ben geboren in Terband, in de dienstwoning van een veldwachter. Dat was brigadier Johan – Jo – Nijmeijer, mijn vader. Mijn vader kwam uit Kalenberg, mijn moeder, Sintje de Jong, kwam uit Oldemarkt. Beiden uit Overijssel.”

“Dat is bepaald niet ‘Holland’”, constateer ik wat verbaasd. “Nee, maar het is geén Friesland”, zegt Gerard. “Wij praatten thuis wat ‘over Tjongers’. In dát deel van Overijssel, nu natuurgebied de Weerribben, had je in die tijd twee manieren om in je levensonderhoud te voorzien. Of je werd boer, of je werd rietsnijder. Mijn vader was vroeger rietsnijder en stroper, voordat hij later in Schiedam en daarna in de gemeente Heerenveen veldwachter werd. Of eigenlijk brigadier bij de politie.

Mijn moeder was coupeuse, ze maakte kleding voor anderen, onder andere trouwjurken. In de Tweede Wereldoorlog had mijn grootmoeder een onderduiker in huis, die is later met de zus van mijn vader getrouwd. Die onderduiker vond dat mijn vader bij de politie moest gaan. De veldwachter van Terband in de gemeente Heerenveen was aardig op leeftijd. Dat was misschien wel iets voor mijn vader. En zo kwamen mijn ouders in Terband terecht. Hij kreeg een aanstelling als brigadier en hem werd een dienstwoning toegewezen, met kantoor aan huis. In zijn kantoor had hij een kaartenbakje, daar stonden alle inwoners van De Streek in.”

Jeugd in De Deelen

Wanneer het gezin Nijmeijer (vader, moeder, de acht jaar oudere zus en de tien jaar oudere broer van Gerard) naar Terband komt, blijft de taal thuis een soort van ‘over Tjongers’. Brigadier Jo Nijmeijer heeft het wel naar de zin. Niet in de laatste plaats omdat onder andere De Deelen zijn werkgebied is. Het landschap verschilt niet veel met dat van Kalenberg, of de Weerribben. “Maar mijn moeder zag het eerst niet zo zitten”, zegt Gerard. “Ze vond Terband maar een afgelegen dorp.”

Gerard zelf groeit in De Streek op en heeft er een onbezorgde jeugd. “Mijn vader had een boot voor zijn werk. Dan staken we de Hooivaart over – daar lag de boot – en voeren we door De Deelen. Dan gingen we naar het oude stoomgemaal. Ik ging naar school De Anjewier, een christelijke lagere school. Mijn ouders waren Nederlands-Hervormd. Al deden ze er verder niet zo veel mee, ik heb er wel wat van mee gekregen. Later ging ik in Heerenveen naar de LTS. Dat was de christelijke LTS aan de Thialfweg.”

Gerard lacht als hij aan die tijd terug denkt. “Het was de weg van de minste weerstand. Mijn vrienden gingen daar nu eenmaal naar toe, dus ik ook. Op weg naar school in Heerenveen moest je altijd met de fiets over de rotonde, langs de benzinepomp die daar stond. Later werden er allemaal grote kunstwerken neergelegd voor de renovatie van het verkeersplein. Dan dacht ik, wat moet dat ooit worden? Je kunt je de oude situatie nu helemaal niet meer voorstellen. Maar de oude dienstwoning in Terband staat nog steeds overeind.”

Timmerman

“Na de LTS ging ik verder studeren naast mijn werk, want ik wilde direct ook geld verdienen. Ik wilde timmerman worden met een eigen timmerbedrijf. Ik heb naast mijn werk bij bouwbedrijf De Boer in Akkrum toen een avondstudie gedaan voor een aannemersdiploma. Bij dat bouwbedrijf was het timmeren, timmeren, timmeren, en meer niet. Twaalf vaklieden werkten daar toen. Toen ging Bouwbedrijf Klaren, hier uit De Steek, failliet en heb ik overwogen om dat samen met mijn broer over te nemen. Maar je moet op een gegeven wel verstandig blijven. Ik had inmiddels een gezin en was daar wel verantwoordelijk voor.

Ik ben uiteindelijk bij woningcorporatie Accolade in Heerenveen terecht gekomen, in de hoop daar door te groeien. Dat was 24 jaar geleden. Accolade heeft nu zestienduizend woningen in beheer, en er werken vijftig mensen op de afdeling onderhoud. Ik ben uitvoerder dagelijks onderhoud.“

Vliegtuigbrandbestrijder

Wat inmiddels ook alweer meer dan twintig jaar geleden is, is de entree van Gerard bij de vrijwillige brandweer op de post Tjalleberd. Twintig jaar, vandaar ‘het lintje’. Gerard is zichtbaar blij dat hij het lintje nog heeft gekregen. “Sinds 1 januari 2020 kun je niet meer worden voorgedragen”, zegt hij. “Bij de vrijwillige brandweer is men gestopt met de lintjesregen.” Trouwens, het had nog wat voeten in de aarde voor hij kon toetreden tot de post Tjalleberd, ondanks zijn professionele kennis van zaken. Daarvoor gaan we terug naar de militaire dienstplicht.

“Ik moest in 1987/1988 in militaire dienst. Ik kon toen ook een vaste aanstelling bij mijn werk krijgen, maar ik dacht: ‘Militaire dienst? Dan direct maar!’ Ik had absoluut geen voorkeur voor de luchtmacht, want ik dacht: ‘Piloot, daar ben ik te dom voor’. En waar werd ik voor uitgeloot? De luchtmacht! Ik moest eerst voor zes weken opleiding naar Nijmegen. Daar zeiden ze: ‘Wat kunnen wij met die rotjongens?’ Ik werd geselecteerd voor de opleiding vliegtuigbrandbestrijder en ik heb een LETS-opleiding (Luchtmacht Electrische en Technische School - red.) van drie maanden moeten doen in Arnhem.

Wat we allemaal deden? We staken van alles in de fik: oude tankauto’s, oude  vliegtuigen… Van alles werd aangestoken en gewoon met kerosine. Ik heb er een geweldige tijd gehad! De dienstplicht duurde veertien maanden. Na die drie maanden opleiding mocht je naar vliegbasis Leeuwarden. We werkten daar in een drieploegendienst. Ik kon wel steeds naar huis, terwijl anderen daar intern waren.”

Waardeloos!

Terug uit militaire dienst meldt Gerard zich bij de vrijwillige brandweer op de post Tjalleberd. “Ik werkte bij bakkerij Van der Molen, die zat ook bij de vrijwillige brandweer. Vrijwillige brandweerlieden zijn bijna allemaal middenstanders uit het dorp zelf. Ze hebben immers werk in het dorp en zijn gauw bij de brandweerpost. Ik had een militaire opleiding op het gebied van brandbestrijding, ik ben pyroloog. Maar ik kon met mijn brandpapieren niks in de burgermaatschappij. Mijn certificaten waren hier niets waard.”

Gerard wordt door de leiding te kennen gegeven dat hij de hele opleiding opnieuw moet doen, als hij bij de vrijwillige brandweer wil, maar dat gaat hem te ver. Een vliegtuigbrandbestrijder kan blijkbaar nog niet een ‘gewone’ brand aan. “Ik vind brand bestrijden prachtig en ik doe het om het leed van mens en dier te verzachten, maar ik vertik het om nóg eens die papieren te halen!”

Gerard haalt zijn schouders op en wacht wel af of men iets met zijn verzoek wil doen. Hij is niet van plan om de professionele papieren die hij al in bezit heeft, als waardeloos te verklaren.

Sneeuwpopjes

Het geduld wordt beloond. “De Brandweerwet werd aangepast”, zegt Gerard. “Na een paar jaar kon ik tóch aanschuiven.” Gerard wordt manschap én chauffeur op de enige brandweerwagen van de post Tjalleberd. Inmiddels is Gerard Nijmeijer 53. Hoe lang mag ie nog? “Vroeger moest je weg op je 55e, bevelvoerder of niet. Leeftijd is losgelaten in deze tijd. Maar de fysieke keuringen niet en we hebben een heel strenge fysieke keuring.”

We vragen Gerard niet om zijn ‘Brandweerman Gerard’-verhalen met ons te delen. Het vak kent veel tragiek. Of, in de woorden van Gerard: “Een fikkie blussen is leuk. Totdat het het huis van je buurman betreft. Bij mijn eerste uitruk hadden we direct te maken met een dodelijk ongeval… Maar er gebeuren ook ‘leuke’ dingen. Post Tjalleberd kent zeventien manschappen en nog eens drie man in opleiding. We hebben een hele goede ploeg. Er is een grote saamhorigheid en teamgevoel.

Ons werkgebied is mooi breed geworden de laatste jaren. Tot en met het bedrijventerrein bij de A7, richting Heerenveen, aan toe. In de zomer van 2013 was daar een grote brand bij transportbedrijf Broersma. Er gingen vijf van die grote vrachtwagens in de fik. De verzekering dekt de schade wel en er waren geen persoonlijke ongelukken, dus in die zin was het geen ramp. Wij waren er met onze enige brandweerwagen en ik stond mooi vooraan. En daar kwam het korps Heerenveen aan met groot materieel en begon te spuiten. Wij waren net sneeuwpopjes.”

Brandweerman Gerard… van vliegtuigbrandbestrijder tot sneeuwpop. Het zou zo maar eens de titel kunnen worden van dit verhaal.

Door Henk de Vries Foto: Mustafa Gumussu

Afbeelding