Gemeente was in 2012 niet op de hoogte van gaswinning
HEERENVEEN - Het college van B&W in Heerenveen is in 2012 niet op de hoogte gesteld over de gaswinning onder De Knipe en Oranjewoud.

Deze conclusie kan getrokken worden uit een reactie van minister kamp van Economische zaken. De reactie is door de minister gegeven op vragen van de gemeente Heerenveen en Kamervragen.
Het Heerenveense college constateert dat de brief van de minister en de antwoordlijn van de gestelde Kamervragen het beeld kunnen oproepen dat de gemeente al in 2012 op de hoogte was gesteld over gaswinning onder Heerenveens grondgebied.
Heerenveen is in 2012 om advies gevraagd over de vergunning voor het neerzetten van de boorput in de gemeente Opsterland. Dit omdat de boorinstallatie op korte afstand van de gemeentegrens werd neergezet. De (omgevings)vergunning geeft geen toestemming om gas te winnen, en zegt ook niets over waar gasvelden liggen. In het najaar van 2014 werd het de gemeente pas bekend dat er onder De Knipe en Oranjewoud gas aanwezig was.
Een aantal vragen blijft echter onbeantwoord. Zo geeft kamp geen antwoord op de vraag of gaswinning vanuit Langezwaag zonder geldig winningsplan gedaan mag worden. Het College vraagt zich dan ook af wat de meerwaarde is van het zogeheten adviesrecht voor de gemeente waard is.
Hieronder de brief van het College
Onderwerp: Reactie van Minister van EZ op brief gemeente en antwoord Minister op Kamervragen;
Geachte Raad,
Sinds een aantal weken krijgt de gaswinning onder onze gemeente veel aandacht. In de afgelopen weken zijn onze inspanningen vooral gericht geweest op het adequaat reageren op wat er in het verleden zoal heeft plaatsgevonden rond de gaswinning in Heerenveen, het opzetten van een (digitaal) gebiedsnabij loket, plus de organisatie van een tweetal bijeenkomsten voor enerzijds kavelkopers en anderzijds bewoners.Uw raad heeft in uw vergadering van 20 maart 2017 ondertussen twee moties aangenomen die meer richting geven aan de gemeentelijke inspanningen. Wij zullen u nog nader informeren over de wijze waarop wij uitvoering zullen geven aan deze moties. Een en ander neemt niet weg dat wij in het verlengde van deze moties onze aandacht sterk zullen richten op:
a. Zorg dragen voor een volledige, open en transparante communicatie over gaswinning met alle betrokkenen b. Daar waar mogelijk het tegengaan van nieuwe gasboringen c. Zorg dragen dat er een vooropname van gebouwen, ook wel nulmeting genoemd plaats vindt d. Bepleiten van een volwaardige en acceptabele schaderegeling.
Zoals bekend, hebben wij op 22 februari 2017 een brief verstuurd aan de Minister van Economische Zaken. Op 20 maart 2017 hebben wij van de Minister een reactie ontvangen. Wij hebben u hiervan reeds een afschrift doen toekomen. In uw vergadering van 20 maart 2017 heeft de portefeuillehouder u een nadere duiding van deze brief toegezegd. Met deze brief voldoen wij aan deze toezegging.
Op 24 maart zijn de antwoorden van de Minister op de Kamervragen openbaar geworden. Mede gelet op de berichtgeving in de media over deze antwoorden, vinden wij het belangrijk daarover ook onze visie aan u kenbaar te maken.
Onze reactie op de antwoord van de Minister
Bij onze reactie op het antwoord van de Minister volgen wij de indeling die de Minister heeft aangehouden. De hieronder gehanteerde kopjes komen overeen met de kopjes in de brief van de Minister.
Het antwoord van de Minister is voor ons aanleiding de volgende conclusies te trekken:
1. de Minister van Economische Zaken heeft in 2012 ons alleen advies gevraagd over het bouwwerk (de boorput) zelf, maar niet over de gaswinning vanuit Langezwaag; 2. er is in juridische zin geen antwoord gegeven op de vraag of de gaswinning vanuit de putten Langezwaag-2 (ondermeer onder Skoatterwald) en Langezwaag-3 (onder IBF) in overeenstemming is met het winningsplan uit 2012; 3. het adviesrecht van het college op grond van de nieuwe Mijnbouwwet is een lege huls;
Inleiding
In de inleiding heeft de Minister het juridische kader benoemd dat nodig is om gas te mogen winnen. Daarbij zijn twee zaken van belang: enerzijds is er een omgevingsvergunning nodig en anderzijds moet er sprake zijn van een winningsplan waar de Minister van Economische Zaken mee heeft ingestemd. Dit is het juridisch kader waarbinnen Vermilion gas mag winnen.
Vermilion heeft op dit moment drie putten in gebruik. Voor al deze putten is er door de Minister een omgevingsvergunning verleend. Een omgevingsvergunning is de opvolger van (onder andere) de bouwvergunning en de milieuvergunning.
Voor de eerste twee putten is in 2012 door de Minister een omgevingsvergunning verleend. Deze vergunning is inmiddels vervangen door een revisievergunning uit 2016, op grond waarvan ook een derde put is toegestaan. In normale gevallen zijn burgemeester en wethouders bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen. Dat zou in dit geval burgemeester en wethouders van Opsterland zijn, omdat de drie putten op het grondgebied van de gemeente Opsterland liggen. De Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht bepaalt echter dat als het gaat om een mijnbouwwerk, de Minister van Economische Zaken bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen. Dat betekent dus dat, in de oude terminologie, de Minister van Economische Zaken bevoegd is om hier een bouwvergunning en een milieuvergunning te verlenen.
In zijn brief heeft de Minister ook aangegeven dat, alvorens de vergunning uit 2012 is vergund, de gemeente Heerenveen om advies is gevraagd. De reden daarvoor was dat de putten ‘de korte afstand van de gemeentegrens liggen’. Deze omgevingsvergunning heeft betrekking op de activiteiten ‘bouwen’ en ‘het hebben van inrichting’. De activiteit bouwen wordt getoetst aan het bestemmingsplan en het hebben van een inrichting gaat over hinder en overlast voor de directe omgeving. Dat zijn zaken die de gemeente Heerenveen niet aangaan, waar de gemeente geen bevoegdheden heeft en waarvan de invloedssfeer niet of nauwelijks de gemeente Heerenveen raakt.
Wij willen benadrukken dat deze omgevingsvergunning geen toestemming op grond van de Mijnbouwwet inhoudt, om gas te winnen van gas of iets zegt over de locatie van het gasvoorkomen. Zo vernamen wij pas in het najaar van 2014 dat het gasvoorkomen zich mede uitstrekte onder De Knipe en Oranjewoud en werd ons pas in december 2016 duidelijk dat onder de wijk Skoatterwâld en Bontebok gas werd gewonnen. In februari 2017 werd de gaswinning onder Skoatterwâld en het IBF door Vermilion bevestigd.
Nadat het Ministerie in 2012 met de gemeente contact had gezocht, hebben wij pas in februari 2017 weer wat vernomen van het Ministerie (de adviesaanvraag over het aangepaste winningsplan). Bij het verlenen van de revisievergunning in 2016 is de gemeente niet om advies gevraagd, is de publicatie niet in de Heerenveense Courant geplaatst en is de vergunningsaanvraag ook niet in Heerenveen ter inzage gelegd. Behalve een omgevingsvergunning moet er ook sprake zijn van een winningsplan waar de Minister mee heeft ingestemd. Voor Langezwaag geldt een winningsplan waar de Minister van Economische Zaken op 17 september 2012 mee heeft ingestemd. Over dit winningsplan is door het ministerie niet met ons gecommuniceerd.
Geldigheid van het winningsplan
In zijn brief heeft de Minister gesteld dat het kader waarbinnen de gaswinning van Vermilion zich moet bewegen, behalve het winningsplan uit 2012 ook wordt gevormd door:
1. een aanvraag van Vermilion tot wijziging van het winningsplan uit 2012, ingediend in januari 2015; 2. een brief van de Minister van 29 juni 2016 aan Vermilion.
In de brief van 29 juni 2016 heeft de Minister aangegeven dat vanwege de komende wijziging van de Mijnbouwwet, voortvloeiende uit de conclusies van het OVV-rapport over de aardbevingen in Groningen, besloten is om bij alle aanvragen tot instemming van de Minister voor (wijzigingen van) winningsplannen te handelen in de geest van de nieuwe Mijnbouwwet. Het duurt daardoor veel langer voordat alle aanvragen zijn verwerkt, waardoor een aantal winningen mogelijk niet meer binnen het kader van het winningsplan kunnen blijven. TNO en SodM hebben onderzocht welke gevolgen dat kan hebben voor de bodemdaling, het risico op aardbevingen en de veiligheid. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat voor een aantal winningsgebieden van Vermilion dit geen directe aanleiding tot zorg zou opleveren en dat daarom de winning op grond van het geldende winningsplan doorgang zou mogen vinden.
Met andere woorden: de winning conform het gewijzigde, maar niet goedgekeurde, winningsplan zou niet leiden tot een grotere bodemdaling of een hoger seismisch risico.
Deze brief van 29 juni 2016 hebben wij u al eerder toegestuurd, maar is ook als bijlage bij de brief van de Minister gevoegd.
In onze optiek hebben de brief van de Minister van 29 juni 2016 en de aanvraag tot wijziging van het winningsplan 2012 in juridische zin geen enkele betekenis. Hooguit kan uit deze brief worden afgeleid dat de aanvulling of wijziging van het winningsplan geen extra risico’s inhouden. Deze brief kan echter niet worden opgevat als besluit tot instemming met het gewijzigde winningsplan. In onze optiek is er één winningsplan, namelijk het winningsplan uit 2012, en alleen dat is het juridisch kader waarbinnen het gaswinning legaal is. De brief van de Minister is op dat dit onderdeel onduidelijk en dat zorgt voor verwarring. De brief van de Minister klemt te meer daar hij in de brief aangeeft meer zorgvuldigheid te willen betrachten bij de goedkeuring van een winningsplan, maar tegelijkertijd een soort toestemming verleent door te gaan met winnen waarbij dit niet wordt gecommuniceerd met betrokken overheden. Onze vraag of het winnen van gas onder Skoatterwald past binnen de kaders van het winningsplan 2012, is door de Minister niet beantwoord.
Adviesverzoek winningsplan 2016
In 2016 is voor de 2e keer door Vermilion geconstateerd dat het gasvoorkomen Langezwaag groter is dan werd aangenomen. Zoals inmiddels bekend heeft Vermilion in 2016 een derde proefboring uitgevoerd. Daaruit kwam – zo blijkt achteraf - naar voren dat (ook) onder het IBF een winbare hoeveelheid gas aanwezig was. Vermilion heeft daarvoor in december 2016 een nieuwe wijziging op het winningsplan 2012 ingediend en is reeds begonnen met productie.
Als uitvloeisel van het OVV-rapport en de daarmee samenhangende wijziging van de Mijnbouwwet, is dit winningsplan in februari 2017 voor advies ondermeer naar de gemeenten Heerenveen en Opsterland verzonden.
Dit winningsplan geldt voor het hele Langezwaag gasvoorkomen en is ook van toepassing op alle boorputten. Uit alle boorputten wordt reeds enkele jaren gas gewonnen. Daarmee is het adviesrecht van de gemeente over dit winningsplan niets meer dan een lege huls.
Verzoek stopzetting gaswinning en nulmeting
In zijn reactie heeft de Minister aangegeven dat er geen acuut risico bestaat voor de veiligheid en het milieu. Daarom is er ook geen aanleiding om het winnen van gas te stoppen. Wel heeft de Inspecteur-generaal der Mijnen zich inmiddels gebogen over de gaswinning onder Skoatterwâld en hij zal zo spoedig mogelijk een besluit nemen over het voornemen een dwangsom op te leggen.
Deze passage kan verwarring veroorzaken. Op 9 maart 2017 heeft het SodM Vermilion een vooraankondiging dwangsom verstrekt ten aanzien van het winnen van gas uit put Langezwaag-3. Dat is het gasveld onder het IBF. Voor zover ons bekend, heeft het SodM nog geen definitief besluit genomen.
Het gasveld onder Skoatterwâld (en ook Bontebok en Oranjewoud) is aangeboord vanuit put Langezwaag-2. De vooraankondiging dwangsom van 9 maart 2017 heeft daar geen betrekking op. Wel hebben wij van het SodM begrepen dat zij naar aanleiding van onze brief van 23 februari ook onderzoek doen naar de rechtmatigheid van gaswinning vanuit de put Langezwaag-2. Over de uitkomst daarvan hebben wij nog geen duidelijkheid.
Voor het uitvoeren van een nulmeting (vooropname gebouwen) ziet de Minister geen aanleiding. Daarbij verwijst de Minister ondermeer naar de inhoud van de brief van 29 juni 2016. Dat leidt tot de onwenselijke situatie dat voor een deel van de gemeente wel een vooropname plaatsvindt en voor een deel niet. Wij verwijzen in dit verband tevens naar de motie van het CDA die door de gemeenteraad unaniem is aanvaard in de vergadering van 20 maart 2017. Zoals hierboven al is benoemd, zullen wij u nader informeren hoe wij aan deze motie uitvoering gaan geven.
Vervolgstappen met betrekking tot het winningsplan Langezwaag 2016
Tenslotte heeft de Minister het vervolgproces uiteengezet. Wij zijn verheugd om te constateren dat de Minister het grote belang van open en transparante communicatie inziet. Wel vinden wij het jammer dat de Minister niet eerder tot dat inzicht is gekomen dan wel daar niet eerder uitvoering aan heeft gegeven.
II. De antwoorden van de Minister op de Kamervragen
Zoals al is aangegeven, willen wij in deze brief ook ingaan op de antwoorden van de Minister op de gestelde Kamervragen. De antwoorden op vraag 1 spreken steeds voor zich en gaan over de vraag of de Minister met de situatie bekend is. Deze vragen zijn steeds met ‘ja’ beantwoord. Net zo als in de brief aan de gemeente het geval is, neemt de Minister in de beantwoording een formeel standpunt in. Daarnaast vinden wij dat de antwoorden van tijd tot tijd een suggestief karakter dragen waarmee niet inhoudelijk op de vragen wordt ingegaan.
Zo heeft de minister bijvoorbeeld op vragen waarom de gemeente niet op de hoogte was van de gaswinning, geantwoord dat de gemeente wel op de hoogte was. De Minister heeft daarbij verwezen naar het advies dat hij in 2012 heeft gevraagd over de aanvraag om een omgevingsvergunning door Vermilion. Dit heeft de Minister ook in de brief aan ons college al aangegeven. Eerder in deze brief hebben wij al aangegeven wat onze zienswijze daarop is. De Minister heeft niet gesteld dat wij op de hoogte waren van gaswinning onder Skoatterwâld.
Verder zijn er bijvoorbeeld vragen gesteld over de communicatie rond de gaswinning. In zijn antwoord daarop verwijst de Minister naar de communicatieoverwegingen die aan de nieuwe Mijnbouwwet ten grondslag liggen. Daarmee zegt de Minister niets over de gebrekkige communicatie rond de brief van 29 juni 2016 waarmee Vermilion toestemming kreeg door te gaan met het winnen van gas. Van die brief hebben wij destijds geen afschrift ontvangen.













