Jan Talsma verzamelt… historie: “Mensen gooien alles zomaar weg”
Overal om mij heen tikken klokken en het duurt even, voor we in gesprek raken. Ik moet eerst de verzameling bewonderen. “Het gaat toch over de klokken, dit interview?”, vraagt Talsma. Een beetje wel, natuurlijk, maar ik wil vooral meer weten over Talsma zelf. Ik heb hem namelijk enkele weken eerder leren kennen als een verzamelaar van… ja van wat, eigenlijk? Van historie, besluit ik.

Het is een warme zomeravond, ergens voór de ‘grote vakantie’, wanneer ik voor een lokaal theaterproject over de Tweede Wereldoorlog in Nieuwehorne terechtkom, samen met artistiek leidster Ineke de Vries van het Mini Theater Friesland. We zijn op zoek naar een specifiek vroeger onderduikadres. Twee oudere mannen zitten gezellig buiten te praten, die kunnen ons vast van alles vertellen. We stoppen, stellen ons voor en pas twee uren later vertrekken we weer, met een schat aan informatie over de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Meest merkwaardige feit? “Wacht maar even, daar heb ik nog wel kranten van”, zegt Jan Talsma uit Kortezwaag, op visite bij zijn ‘goekunde’ in Nieuwehorne. En hij stapt naar zijn oude auto en haalt daar doodleuk een exemplaar uit van ‘Fan Fryske Groun’, editie 5 februari 1937. Ik sta stomverbaasd. “Ik ha thús noch folle mear”, zegt hij triomfantelijk. Zo’n man is toch een bezoekje waard?
Klokken
“Zo rond 1750 waren er veel klokkenmakers in Heerenveen, onder andere Jan Ypes en Sybolt Meines”, vertelt Talsma weken later bij hem thuis, wanneer we een rondleiding langs zijn klokkenverzameling krijgen. “Ik heb nog een eenwijzerige stoelklok uit 1770, gesigneerd door Sybolt Meines. Die klok slaat niet op half één en ook niet op half twee. Omdat je anders ’s nachts niet zou weten, wanneer het één uur is.” De stoelklok is één van de pronkstukken uit de verzameling van Talsma. Jan Talsma (72) deelt zijn liefde voor Friese klokken graag met Peter Appelhof van het Heerenveen Museum. Appelhof was vier jaar geleden betrokken bij een grote tentoonstelling van stoel- en staartklokken in het museum en een deel van Talsma’s collectie maakte daar uiteraard ook deel van uit.
“Hoe is dit zo begonnen?”, wil ik al rondkijkend weten. Op tafel voor mij liggen papieren verpakkingen uit de jaren 30, een programmablad uit 1927 en een knipkaart uit 1932, beide voor Tjaarda’s Doolhof, speeltuin en de ‘nieuw gestichte’ stenen belvedère. Naast mij staan een paar puntgave hoge zwarte beenkappen van een Nederlandse officier uit het leger, uit de mobilisatietijd 1914-1918. “Voor twee euro gekocht”, zegt Talsma als ik naar de beenkappen wijs. “Het lag tussen de rommel, ergens in Wolvega. Er staat aan de binnenkant met oostindische inkt een grote cijfer 4 in geschreven, kun je dat zien?” Het cijfer is heel vaag nog te onderscheiden. “Ik moet nog even uitzoeken, wat dat betekent, maar ik heb geen internet”, zegt hij.
Ras-verzamelaar
“Mensen gooien alles zomaar weg. ‘Ik wol it net mear ha’ is het dan. No, ik wol het wól ha! Ik ben een ras-verzamelaar. Us mem bewarre ek alles. Us heit hie froeger sa’n klok. ‘Wat is dat moai!’, zei ik toen. Ik houd van die klokken!”
En hoe zit het met die kranten? “Minsken soene dy âlde kranten opbaarne! Doe ha ik sein, dat ik se wol ha wol.” Jan Talsma bezit exemplaren van Hepkema’s Courant (het Nieuwsblad van Friesland, uitgegeven in Heerenveen) en we mogen een editie uit 1946 inkijken. Net als enkele edities van het weekblad ‘Fan Fryske Groun’ uit de jaren 30 zitten de kranten niet in plastic folie en we hoeven ook geen witte handschoentjes aan. Sommige kranten en bladen zijn zwaar gehavend, maar weg gaan ze niet. Jan Talsma vindt ze veel te mooi.
Tuin vol bloemen
Talsma’s verhalen zijn even boeiend als de stukken uit zijn verzameling. Tegen de tijd dat we weg moeten, krijgen we de laatste rondleiding. Die gaat door de prachtige bloementuin, met bloeiende dahlia’s, oostindische kers en rode zonnehoed. Op de achtergrond, richting Jubbega, het weidse landschap. Jan Tjalsma is erg content met zijn stekje in Kortezwaag. Maar hij steekt regelmatig de gemeentegrens over, naar de ‘goekunde’ in Nieuwehorne. Als ik op zoek wil naar nieuwe oude verhalen, dan weet ik hem te vinden.
Tekst: Henk de Vries Foto’s: Ineke de Vries









