UWV: Stijging WW-uitkeringen en ontslagmeldingen
FRYSLAN - Het aantal WW-uitkeringen in de Friese industrie is in januari opnieuw toegenomen. Tegelijkertijd kampen veel bedrijven nog altijd met hardnekkige personeelstekorten.

De sector bevindt zich daarmee in een spagaat: minder vraag en oplopende kosten zorgen voor ontslagen, terwijl vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt het vinden van nieuwe vakmensen bemoeilijken.
Stijging WW-uitkeringen en ontslagmeldingen
In januari 2026 telde Friesland ruim 1.000 mensen met een WW-uitkering die voorheen in de industrie werkten. Dat zijn er 65 meer dan een jaar eerder en zelfs ruim 400 meer dan in 2023. Vooral 55-plussers vormen een grote groep onder de nieuwe WW’ers. Volgens cijfers van UWV neemt ook het aantal meldingen voor collectief ontslag in de industrie toe. Werkgevers hebben te maken met een terugvallende vraag, economische onzekerheid en gestegen productiekosten. Vooral hoge energieprijzen drukken zwaar op de sector. Daarnaast belemmert het overvolle elektriciteitsnetwerk – netcongestie – de productie en uitbreidingsplannen van bedrijven. De industrie is relatief belangrijk voor Friesland; er werken in de provincie verhoudingsgewijs veel mensen in deze sector. Juist daarom hebben de ontwikkelingen grote impact op de regionale arbeidsmarkt.
Geopolitiek en economische malaise
De problemen beperken zich niet tot de provinciegrenzen. De industrie ondervindt gevolgen van internationale ontwikkelingen, zoals handelstarieven van de Verenigde Staten, afhankelijkheid van zeldzame grondstoffen uit andere landen en toenemende concurrentie uit Azië. Ook de zwakke economische situatie in Duitsland – een belangrijke handelspartner – werkt door. In geen enkele andere sector geven zoveel werkgevers aan dat zij worden belemmerd door onvoldoende vraag als in de industrie. De combinatie van internationale handelsspanningen, stijgende productiekosten en economische onzekerheid remt investeringen en productie.
Mismatch op de arbeidsmarkt
Opvallend is dat de stijgende WW niet betekent dat werkgevers geen personeel zoeken. Integendeel: de arbeidsmarkt voor technische beroepen is in Friesland nog altijd krap. Werkgevers zoeken vooral mensen voor functies met middelmatig complexe taken, zoals monteurs, operators en machinebedieners. Daarnaast zijn er veel vacatures voor gespecialiseerde functies, zoals werktuigbouwkundig engineers, kwaliteitsmanagers en engineers industriële automatisering. Het aanbod van mensen met een WW-uitkering sluit daar echter niet altijd op aan. Veel werkzoekenden uit de industrie hebben ervaring met eenvoudige, routinematige taken. Bijna 8 procent van de WW’ers uit de sector staat ingeschreven als productiemedewerker. Ook functies als magazijnmedewerker, orderpicker en manager sales & marketing komen relatief vaak voor. Die mismatch maakt het lastig om openstaande vacatures snel te vervullen.
Vacatures blijven boven pre-coronaniveau
Halverwege 2022 bereikte het aantal openstaande vacatures in de Friese industrie een piek van 1.600. Daarna nam het aantal geleidelijk af tot 1.100 eind 2025. Dat is minder dan op het hoogtepunt, maar nog altijd ruim boven het niveau van 2019, het laatste jaar voor de coronapandemie. Een belangrijk deel van die vacatures ontstaat niet door groei, maar door vervanging. Werknemers wisselen van baan, vallen tijdelijk uit of gaan met pensioen. Dat laatste speelt de komende jaren een steeds grotere rol. In Friesland zijn 5.300 werknemers in de industrie 60 jaar of ouder. Dat is 15 procent van het totaal aantal werknemers in de sector. Een groot deel van hen zal binnen afzienbare tijd de arbeidsmarkt verlaten. Het aantal nieuwe gediplomeerden dat instroomt, is onvoldoende om deze uitstroom volledig op te vangen. Daardoor blijft de arbeidsmarkt voor veel technische beroepen naar verwachting (zeer) krap.
Werkgevers zoeken oplossingen
De combinatie van teruglopende vraag en aanhoudende personeelstekorten vraagt volgens deskundigen om doordacht industriebeleid. Maar ook werkgevers zelf kunnen stappen zetten. Bedrijven proberen nieuw personeel te werven via laagdrempelige initiatieven, zoals open dagen, rondleidingen en kennismakingsgesprekken. Daarnaast is het behouden van personeel cruciaal. Goede begeleiding bij de start – onboarding – vergroot de kans dat nieuwe medewerkers blijven. Ook investeren bedrijven in duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en scholing. Een andere strategie is het anders organiseren van werk. Dat kan via arbeidsbesparende technologie, het aanpassen van takenpakketten of het uitbesteden van werkzaamheden.
Ruben de Gries, arbeidsmarktadviseur bij UWV, ziet dat werkgevers hun aanpak verbreden. „De industrie in Friesland staat voor diverse uitdagingen. Aan de ene kant hebben deze bedrijven te maken met hoge productiekosten en een afnemende vraag. Aan de andere kant gaan de komende jaren veel medewerkers met pensioen. Hierdoor ontstaan vacatures die niet meteen in te vullen zijn omdat kandidaten niet aan alle functie-eisen voldoen en de arbeidsmarkt krap is.” Volgens Ruben staan steeds meer werkgevers open voor kandidaten die nog niet volledig aan de eisen voldoen. „Door scholing en het aanpassen van taken krijgen ook zij de kans op werk in de industrie. De afgelopen jaren paste zeven op de tien werkgevers in de industrie deze strategie toe.” De Friese industrie staat daarmee voor een ingewikkelde opgave: overeind blijven in een onzekere markt én tegelijk bouwen aan een toekomstbestendige personeelsbasis.











