Fietsclub zonder bestuur en reglement, maar mét een doel: hard fietsen
Een fietsclub zonder bestuur en zonder reglement en waar geld geen rol in speelt, maar die toch al meer dan vijftig jaar bestaat. ‘De Thialfgroep’ mag je gerust een bijzonder fenomeen noemen. Ludo Rinzema en Yep Kramer zijn twee mannen die al heel lang deel van de groep uitmaken.
“Misschien is het feit dat we geen bestuur hebben wel de reden dat de groep zolang blijft bestaan, het is allemaal heel simpel en overzichtelijk”, zegt Ludo Rinzema over de fietsclub die in 1971 zijn oorsprong vindt. Illustere namen als Jeen van den Berg, Marten Hoekstra en Bennie van der Weide waren in de beginjaren vaste deelnemers.

Lekker hard fietsen
“Voordat we bij Thialf verzamelden, was het huis van Bennie van der Weide het startpunt”, vertelt Yep Kramer. “Pas toen we verzamelden bij de ijsbaan, is de naam Thialf aan de groep gekoppeld. In die tijd waren er verschillende rondjes waar we een keuze uit maakten. Het hing van de windrichting af welke richting we eerst namen. Nu fietsen we een vast parkoers van ongeveer 70 kilometer, dat we via Strava allemaal monitoren.”
De Thialfgroep bestond eerst voornamelijk uit schaatsers en dan ook nog veel uit het marathonschaatsen. Hoe is dat tegenwoordig? Hoe kom je bij de groep, moet je jezelf aanmelden? Ludo: “Er zijn geen speciale regels, dus wie mee wil doen, mag meedoen. We verzamelen op maandag en donderdag om 18.15 uur bij Thialf en om 18.20 uur gaan we van start. Er zijn in de loop van de tijd veel wielrenners bijgekomen, het niveau is best aardig. Gemiddeld komen we eigenlijk altijd wel een paar kilometer boven de veertig per uur.”
Yiep: “Als er iemand lek rijdt of het tempo niet kan volgen is het jammer, maar we wachten niet. We willen gewoon lekker hard fietsen. We sprinten ook elke keer af op het rechte stuk weg bij Rotsterhaule en daarna is het uitfietsen richting Heerenveen.”
![]()
Ludo Rinzema (links) en Yep Kramer
Dat klinkt best professioneel. Doen er ook actieve topsporters mee?
Ludo: “Dat kan, maar dan zijn het vooral wielrenners die op hoog amateurniveau fietsen. Professionele sporters zoals schaatsers, zitten tegenwoordig in een commerciële ploeg met strakke schema’s en daar moeten ze zich aan houden. Die fietsen met hun eigen team.”
Hoe ging dat vroeger dan?, willen we weten. Yep Kramer lacht. “Toen wij marathons reden, rommelden we in principe maar wat aan. Tenminste, als je het met tegenwoordig vergelijkt. Alles is nu beter geregeld; noem alleen al het materiaal. Wij kunnen nu nog ongeveer net zo hard als toen, dat ligt voor een groot deel aan de kwaliteit van het materiaal.” “En aan het feit dat we ons nu beter uit de wind kunnen verschuilen”, voegt Ludo daar droog aan toe. Yep knikt instemmend. “Ervaring helpt ook, inderdaad. Eerst waren wij de windbrekers, maar dat laten we nu aan anderen over.”
Is de groep een vriendenploeg?
Nee, zo is het niet echt”, meent Ludo. “Het is puur gericht op de sport: hard fietsen. We gaan aan het einde van het jaar geen barbecue organiseren. Het is uniek door dat vaste concept.” Yep: “Als er iemand valt, gaan we de dag later meestal even op bezoek om te kijken hoe het gaat. Wat dat betreft is er wel nazorg.”
Zijn er veel valpartijen?
Yep Kramer: “Vallen hoort bij wielrennen. Ook bij onze groep zijn er ongelukken geweest, maar de laatste tijd gaat het gelukkig goed.” “Het is wel opvallend dat wielrenners heel snel weer op de fiets kruipen na een valpartij. Beter met wat schaafwonden weer in beweging komen dan op de bank blijven zitten, dan word je stijf,’ legt Ludo uit.
![]()
Ludo Rinzema (links) en Yep Kramer
Stel dat je gelost wordt, neem je dan een kortere route naar huis?
Beide mannen schudden van nee. “Stel dat we gelost zouden worden. Dan maken we het rondje in ons eigen tempo af. Maar dat is tot nu toe niet vaak voorgekomen.”
Hoeveel doen er gemiddeld mee op een avond?
‘Dat is verschillend”, meent Yep. “Het is wél zo dat er een aantal een vaste kern vormen, die er meestal wel zijn. De rest haakt dan aan. Soms zijn er vijf, soms vijftien.” Ludo: “Dat is ook wel wat anders dan vroeger. Tegenwoordig zitten we in een app-groep en is er meer overleg over wie er wel en niet kan.” Lachend: “Vroeger ging je gewoon.”
Tekst Ferdinand de Jong
Foto’s aangeleverd









