Algemeen

Oprichter Koop de Ruiter over de geschiedenis van de Geitefok Tjalleberd en Omstreken

Door: Fimke Groenewoud

TJALLEBERD - In een gezellige woonkamer vol herinneringen haalt Koop de Ruiter, een van de oprichters van de Geitefok Feriening Tsjalbert en Omkriten, oude tijden naar boven. De GFTO Aengwirden viert dit jaar haar 65-jarig jubileum, en dat is een mooie aanleiding om met Koop terug te blikken op de bijzondere geschiedenis van de vereniging. 

Oprichter Koop de Ruiter over de geschiedenis van de Geitefok Tjalleberd en Omstreken
Oprichter Koop de Ruiter over de geschiedenis van de Geitefok Tjalleberd en Omstreken Foto: Mustafa Gumussu/FPH

Samen met drie leden van het huidige bestuur en gewapend met de allereerste verenigingsvlag en oude fotoalbums verrasten we de oprichter van de Geitefok Aengwirden met onze komst. Dit is een verslag van wat begon met een groep jongens met een droom, en uitgroeide tot een vereniging die De Streek op zijn kop zette en dat nog steeds doet.

Met ludieke acties, hartverwarmende initiatieven en een flinke dosis gekkigheid schreven ze geschiedenis. Koop de Ruiter kijkt met fonkelende ogen naar de vlag die voor hem ligt. “Ik had nooit gedacht dat ik die weer zou zien”, zegt hij. Het doek, zo’n 65 jaar oud, is destijds gemaakt door zijn vrouw. Het is een stille getuige van decennia aan acties, boottochten en bromfietsraces.

De Streek weer optillen

We nemen met Koop een duik in de archieven van de vereniging. “We hebben veel georganiseerd. We hebben veel gedaan”, constateert hij al bladerend. En dat is zacht uitgedrukt. De Streek - de lintdorpen Terband, Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot langs de Aengwirderweg - was in die tijd een arme omgeving met veel zieken, waaronder tuberculosepatiënten, arbeiders die ziek terugkwamen na de wederopbouw in Zeeland na de watersnoodramp van 1953. Sociale voorzieningen waren schaars. De Geitefok vereniging werd opgericht in een tijd waarin De Streek achteruitging: slechte wegen, leegloop en patiënten in kleine huisjes die onderhoud nodig hadden. “We wilden De Streek weer optillen,” legt Koop de reden voor de oprichting van de Geitefok uit,

Op 1 april 1960 kwamen in het toenmalige café Oostra (nu café De Streek) in Tjalleberd daarom een paar jongens bij elkaar met een simpel idee: wat kunnen we doen voor de zieken in De Streek? Een aantal initiatiefnemers, waaronder ook Koop de Ruiter, rolde direct de mouwen op. Er was een tuin die omgespit moest worden voor iemand die het zelf niet meer kon, en er was een ziek meisje in een houten huisje dat opgeknapt moest worden. “De jongens kregen er plezier in”, zo lezen we in de archieven. “Dit was toch weer eens wat anders dan een biertje drinken en klaverjassen.”

Oud papier, oliebollen en een varkenskop 

In de beginjaren draaide alles om geld inzamelen. Koop: “We gingen elke zaterdag oud papier ophalen in de streek. Daar kregen we centen voor.” Soms kregen ze iets extra’s van de mensen die ze hielpen, maar dat mochten ze niet aannemen. “We wilden het zelf verdienen.”

De acties werden creatiever: oliebollen bakken, kippen verkopen met kerst, en er was zelfs een memorabel moment met een varkenskop. “Ik kwam bij een boer en die zei: ‘Ik koop niks van jullie.’ Toen we wegliepen, riep hij: ‘Maar als jullie mij een varkenskop brengen, geef ik je er wat voor.’ Ik rende naar de slager, kwam terug met de kop, en kreeg tien gulden. Dat vergeet ik nooit meer.” Koop moet er nóg om lachen. Langzaam groeide de vereniging uit tot een van de rijkste clubs van De Streek. “Maar het geld zelf was nooit het doel. Het ging om de mensen die ermee geholpen konden worden.”

Pure gekkigheid, bromfietsraces en boottochten

De Geitefok was meer dan alleen geld inzamelen. Het was ook plezier maken. Wie denkt dat vrijwilligerswerk saai is, kent de Geitefok Aengwirden niet. Op oudejaarsavond lieten ze de kerkklokken horen – via een bandrecorder en luidsprekers. Een andere keer trokken ze verkleed als ‘Oosterse stam’ door de sneeuw naar Heerenveen. “Pure gekkigheid”, grinnikt Koop.

Als lid hoef je ook niet raar op te kijken als het huwelijkscadeau van de vereniging een echte geit is! Een traditie die vroeger als grap is begonnen en nog steeds in ere wordt gehouden. “We zijn ook al eens met een bok een feesttent binnen gestapt”, vertelt een van de leden van het bestuur een anekdote. “Tot de bok in de feesttent zijn behoefte liet lopen en het niet uit te houden was. Toen was het feestje wel voorbij.”

En dan waren er de legendarische bromfietsraces. “We huurden het oude Heerenveense voetbalstadion af en trokken zo’n 3000 mensen”, vertelt Koop trots. De opbrengst ging naar boottochten voor ouderen en zieken, een traditie die nog steeds bestaat. De boottochten vinden altijd het eerste weekend van juni plaats. Er gaan vrijwilligers en verzorgenden mee voor mensen die extra hulp nodig hebben. Koop: “De boottochten waren een paar van de mooiste dagen van mijn leven. Het plezier wat de mensen hadden, daar ging het om. En we hadden ook altijd mooi weer.”

Mensen een plezier doen

De vereniging groeide snel. “Vroeger hadden we meer dan honderd leden, allemaal jonge lui”, blikt Koop terug. Tegenwoordig telt de club 125 leden en twaalf helpers van buiten De Streek. Wat dreef hen? “We wilden De Streek weer optillen; alles liep leeg”, herhaalt Koop nog maar eens. “We wilden iets teruggeven. Of het nu ging om een fruitmand voor een zieke, een tv uitleen, of een ‘sokkenbal’ organiseren. Nee, geen dansfeestjes, wij wilden wat anders. Het motto was altijd: mensen een plezier doen.” “En dat motto leeft nog steeds”, vult de huidige voorzitter van de Geitefok aan. “We hebben nu een keer per jaar de fruitbakjesactie, vlak voor kerst. Dat doen we nog steeds.”

Een Geitefok zonder geiten 

Hoe is de naam Geitefok eigenlijk ontstaan? Koop de Ruiter lacht. “Gewoon uit gekkigheid. Er waren veel geitenfokkers in De Streek, maar onze vereniging had geen enkele geit.” Later veranderden ze het in GFTO, maar de geit bleef iconisch. Zozeer, dat er ook mensen geridderd worden in de ‘Orde van de Zilveren Geit’. “Het oude bestuur was een hecht team”, benadrukt Koop. “Iedereen droeg een steentje bij. Na zeventien jaar stapte het oude bestuur op. We hebben alles netjes overdragen. Alleen twee dingen waren heilig: de boottochten en het helpen van bejaarden. De rest mocht het nieuwe bestuur zelf invullen.”

De vereniging maakt vandaag de dag nog steeds verschil met dezelfde energie en de gekkigheid van toen. “Aankomend weekend hebben we de autocross in Gersloot”, vertelt de voorzitter. “Het organiseren van evenementen is tegenwoordig een stuk complexer. Vroeger mocht en kon er meer. Nu heb je vergunningen nodig en veranderen de regeltjes constant.” Toch laten ze zich niet uit het veld slaan. Met honderd vrijwilligers op het terrein blijft de autocross een hoogtepunt.

En dan is er de ‘pub cross’, een jaarlijks evenement dat nóg meer mensen trekt. “Elk jaar doen we er één, anders wordt het te veel”, lacht een van de bestuursleden. Naast de autocross staan ook de boottochten, viswedstrijden voor de jeugd en motortourtochten op het programma. De tradities leven voort, maar de vereniging weet zich aan te passen aan de tijd.

Oude videobanden op YouTube

Koop vraagt zich af welke tastbare herinneringen er nog zijn. “Een winkelkar vol met spullen en foto’s”, antwoordt de voorzitter. “En dan zijn er nog de oude videobanden. We zijn bezig ze te digitaliseren. Straks staan ze allemaal op YouTube.”

Koop glimlacht. “We namen vooral banden op bij mensen thuis, of in de kerk tijdens een preek.” De video’s tonen het dagelijks leven van vroeger: scholen, bedrijven en de gemeenschap in actie. En dan zijn de foto’s er nog en de vlag. “De jongens doen goed werk”, zegt Koop over de huidige bestuursleden. “Ze weten zelf wel wat ze doen.” Toch heeft hij een wens: “Het zou leuk zijn om nog eens Limburgse klokken te laten horen tijdens oud en nieuw, net als zo wij dat toen deden.”

“De mooiste dagen van mijn leven”

Koop de Ruiter is een van de oprichters van de Geitefok geweest, maar hij benadrukt dat ze het altijd met elkaar hebben gedaan. “De meesten zijn helaas overleden, maar we hebben het altijd samen gedaan en veel aan elkaar gehad. Ik wil niet dat mensen denken dat ik als enige de basis vormde van de GFTO.” Ondanks dat andere leden van het eerste uur er niet meer zijn, leeft hun gedachtengoed en die van Koop voort middels de vereniging. Als we vragen wat de vereniging voor hem heeft betekend, aarzelt Koop geen moment. “Heel erg veel. Het is een van de mooiste dingen die ik heb meegemaakt.” Zijn vrouw vult lachend aan: “Hij was niet veel thuis!”

Het motto blijft: ‘goed zijn voor elkaar en voor de hele Streek’. En dat zie je terug in de fruitmandjesactie, de boottochten en de lach van de ouderen en zieken. “Dat waren de mooiste dagen van mijn leven”, zegt Koop. “Om te zien hoe blij die mensen werden.”

 Een lach die blijft hangen


Terwijl de fotograaf de laatste foto’s voor bij dit interview maakt, heeft iedereen veel plezier. “Ik heb in tijden niet zo gelachen”, zegt Koop blij. Ons bezoek bracht hem blijdschap en plezier, bezoekjes waar hij zelf 65 jaar geleden mee begonnen is met hetzelfde doel. Het is een lach die blijft hangen. Het is een mooi moment om dit verhaal over de Geitefok mee af te sluiten – voor nu. Want de vereniging stopt niet. Met nieuwe leden, oude tradities en een onuitputtelijke energie blijft de Geitefok Feriening Tsjalbert en Omkriten de Streek optillen. En dat is precies zoals Koop het wil zien.

Oprichter Koop de Ruiter over de geschiedenis van de Geitefok Tjalleberd en Omstreken
Oprichter Koop de Ruiter over de geschiedenis van de Geitefok Tjalleberd en Omstreken
Oprichter Koop de Ruiter over de geschiedenis van de Geitefok Tjalleberd en Omstreken