Face to Face met Willem van der Vlugt: Van paarden via dorpsbelang naar de historie

Door: Eelke Lok 24 dec 2024, 15:35 Algemeen
FPH - Mustafa Gumussu
Willem van der Vlugt
Willem van der Vlugt

Willem van der Vlugt verhuisde in de zeventiger jaren van de vorige eeuw vanuit Heerenveen, waar hij geboren was, naar Hoornsterzwaag, de streek in en rond Jubbega. Aan de Gerdyksterwei kreeg de familie een keurig huis. Met een mooi stukje grond er bij. “Schapen”, zei Willems schoonvader, maar dat zag Van der Vlugt niet zitten. Hij liet zich tijdens een gesprek met een veehandelaar uit Reahel wél ontvallen, dat als die eens een keertje een niet duur, maar wel aardig veulentje zou vinden op de mark in Zuidlaren, dan zou Willem nog wel eens zien. En ineens, een paar maanden later, stond er een veewagentje voor de deur en daar kwam een veulentje uit.

Toen moest hij onderkomen maken, het paard moest de wei in. Willem heeft er nooit op gezeten, maar kwam daardoor wel in de paardenwereld terecht. De wereld van de KWPN-paarden. Een interessante wereld, vond Willem. Tot dan toe speelde hij drums in het JHC van Renssencorps in Heerenveen; die muziekhobby ruilde hij echter in voor de paarden. Eerst springen, later alleen dressuur. Ook al omdat hij een echte fokker werd, en tevens in talloze besturen en commissies van de KWPN zat. Tot aan het landelijke orgaan toe.

Olympische Spelen

Toch heeft hij twee jaar geleden de paarden eraan gegeven. Zijn eerste echtgenote, Annie Eefting, deed altijd mee; maar zij is intussen overleden. En zijn huidige echtgenote, Mary Stoker, die “wie in bytsje skrúten foar hynders, al fynt se it wol moai en koe se der oeren op de hikke nei sjen”, zegt Willem. Maar hij had het zelf ook wel een keertje gehad. “Ik wie 72, en je moat der in kear mei ophâlde.”

Het is ook allemaal anders dan in de tijd dat hij begon. “Doe wie’t gesellich, no is it professioneler, saakliker”. Hij noemt als voorbeeld dat je eertijds van zeven tot zeven in Oosterwolde aan de gang was en nu: “klear, dan ynstappe en nei hûs.” Toch houdt hij een dierbare herinnering aan de door hem gefokte paarden, waarvan er enkele internationaal doorbraken in de dressuur. Die kon hij terugzien bij het televisiekijken naar de Olympische Spelen.

Ruimte 

Maar Willem van der Vlugt houdt nooit op. Want hij was intussen al meer dan drie periodes bestuurslid van Plaatselijk Belang Jobbega, Skuorrega en Hoarnstersweach. In dat laatste dorp woont hij nu, met een prachtig uitzicht op Hemrik. Ruimte. Als je de lijn om die drie plaatsen trekt, is het gebied groter dan Den Haag. En er wonen ‘maar’ 4000 mensen. “We ha hjir romte.” Hij weet het omdat hij er ook een tijdje gids was. 

Die ruimte is nu nodig ook, want hét probleem waar Jubbega en omgeving tegenwoordig last van heeft is de woningbouw. Het gebrek er aan, welteverstaan. Er zijn onvoldoende woningen om de jeugd die graag wil blijven wonen waar ze geboren zijn, ook plaats te bieden. Er is ruimte zat, maar: “Dat is by de oerheid wer hiel swier.”

Armoede

Het probleem waar Jubbega in vroeger jaren mee zat was de bittere armoede. Van der Vlugt kent de verhalen dat er in 1956 in Jubbega nog mensen in holen, krotten of busjes woonden. De gevolgen van de turfafgravingen, daarin werkten uitgebuite mensen. Die armoede is pas langzaam verdwenen, nadat via de westerse media minister Kan (de vader van cabaretier Wim Kan) de handen in het armoedevuur stak en de lokale overheden bewoog om zich daar meer voor in te zetten.

En voor Jubbega kom je dan terecht in Heerenveen. Natuurlijk is Van der Vlugt voorzichtig, maar de verstandhouding met de ‘hoofdplaats’ is nog altijd niet geweldig. “No noch.” Willem legt uit: als je iets gedaan wilt krijgen voor het dorp en je laat de gemeente de oproep doen, dan komt er geen mens. Maar als Jubbegasters tegen elkaar zeggen: ‘Dit moeten we even samen doen’, komt het dubbel zo goed.


Willem van der Vlugt - FPH - Mustafa Gumussu

Plaatselijk Belang

Nieuwe inwoners van Jubbega zeggen verrast te zijn door dat ‘samen doen’. Het blijkt alleen al uit dat er 900 leden van dorpsbelang zijn en dat is op een bevolkingsgroep van 4000 ontstellend veel. Ook een onderdeel van de ambitie, zodra je binnenkomt word je gevraagd om lid te worden van Plaatselijk Belang. Dan komen ze even langs. “We prate efkes.”

Toeval zorgt voor de vrijwilligersbestaan van Willem van der Vlugt. Zie ook de geschiedenis met het paard. Vele jaren later had hij avonddienst bij het bedrijf waar hij werkte. Hij wilde nog even naar de vergadering van dorpsbelang in het multifunctioneel centrum. Grappenmakers verwezen hem in naar de bibliotheek daar, waar een aantal mensen bezig waren om een soort historische kring op te richten. Het interesseerde Van der Vlugt en hij bleef zitten en aan het eind van de avond was hij deelnemer van het Documentatiecentrum Jobbegea, Skuorregea en Hoarnstersweach.

Uitkijktoren

Achttien mensen zaten daar met schoenendozen vol materiaal. Nu zijn er nog zeven en die zorgen ervoor dat alles gearchiveerd wordt. Willem laat een foto zien van de oude ambachtsschool van Jubbega. gebouwd in 1933. Op het dak van die school stond een uitkijktoren. Men was er altijd van uitgegaan dat de Duitsers daarmee de hele Tjongervallei in de gaten konden houden. Plaatsgenoot Willem Bouma kwam een tijdje geleden echter met het verhaal dat het een uitkijktoren van de gemeente was, van waaruit constant het vliegverkeer kon worden nagespeurd. Die uitkijktoren is natuurlijk intussen verdwenen, maar staat nog op een zolder. Samen met de gemeentelijke archievendienst zullen ze nagaan wat de waarheid van die uitkijktoren was. 

Met het het oog op de viering van tachtig jaar bevrijding in 2025 gaan de historici in Jubbega bekijken of die oude toren misschien op dezelfde plaats of op een andere plaats weer kan worden opgebouwd. Als monumentaal teken.

Supervrijwilliger

Je kunt Willem van der Vlugt wel een supervrijwilliger noemen. Sommige mensen doen niets, sommigen doen een beetje en sommige mensen zijn dus super. Wat drijft je naar de categorie supervrijwilligers? Willem kwam uit een,  zoals hij zelf zegt, rood arbeidersgezin uit Heerenveen. “Dêryn wiene meidwaan oan sport en ferienings tige wichtich.” En verenigingen werden net zo sterk als hun vrijwilligers waren. “Ik kaam yn de hynstesport terjochte, want ik fûn it allegear tige nijsgjirrich. En it wie sport.” Wat die paardensport betrof, wist Willem in het begin ook niet alles. Telkens leerde hij nieuwe dingen. Zoals hij het zegt: Ik bin yn it begjn mei it fokken wolris besoademietere, omdat je net altyd wisten wat de gebrûken wiene.” En toen hij eenmaal zijn vrijwilligerswerk intensief vervolgde werd hij een deskundige. 

Plaatselijk Belang was voor hem een openbaring. De paardenwereld was een klein wereldje, daarin kon je als het ware schuilen. Bij Plaatselijk Belang ging het over alles. “Ynienen hienen we it oer jeugdsoarch. Of in plak foar de âlderein. Dêr hie ik fantefoaren gjin weet fan.” Zijn visie werd daardoor breder, dat deed hem dan weer veel genoegen. Dat kwam ook omdat je dan in contact kwam met mede-dorpsgenoten. Of met nieuwe inwoners, die stomverbaasd waren dat je ook in een huis met een grote tuin kon wonen. Dat waren ze elders niet gewend. “Minskekennis, dat fûn ik hiel belangryk, dat learde ik dêr.”

Arbeid 

Als je uit een arbeidersgezin kwam en je groeide op in de jaren  vijftig, zestig, dan werd je opgevoed met het credo dat werken het allerbelangrijkste is. Van der Vlugt glimlacht: “Jonge, ik ha wol tsien bazen hân.” Er waren steeds allerhande omstandigheden waardoor hij van werk moest veranderen. Maar hij rolde telkens weer in de volgende job, steeds in de administratieve, regelende functies. In zijn tijd bij de postgirodienst in Leeuwarden studeerde hij in de voor een vrijwilliger toch al schaarse avonduren voor zichzelf bij en haalde boekhoud diploma’s. Waardoor hij terecht kwam op het accountantskantoor Van der Veen & Kromhout. Hij eindigde bij de GAMMA in Heerenveen; klanten vertellen waar ze wat konden vinden en wat ze het best zouden kunnen doen. Hij zwolg het contact met mensen nog steeds op.

Blues

Al die functies in diverse plaatsen, tot aan Doorn toe, bekleedde Van der Vlugt vanuit Jubbega-Hoornsterzwaag. En als hij dan elke dag weer naar huis reed, dan genoot hij om ‘zijn’ gebied weer in te rijden. De omgeving was (en is) hem zeer lief. En als hij dan thuis kwam, verviel hij (en vervalt nog steeds) in het passief beoefenen van de hobby waarmee hij begon: muziek. Wat de beste muziek is, volgens Willem? “Pink Floyd. En blues.” Hij gaat, als hij tijd heeft, naar boven, zet dan de muziek op en speelt op percussie-instrumenten mee.