Douwe de Jager (70) is groundsman bij tennisvereniging Ten Woude: “Ik ben wel een man van het bijhouden”

Foto: Fimke Groenewoud

HEERENVEEN - Wanneer je het terrein van de Heerenveens tennisvereniging Ten Woude oploopt, vallen de feestelijke vlaggetjes en goed onderhouden tuintjes gelijk op. De sfeer voelt gemoedelijk en enkele clubleden gooien al vroeg in de ochtend een balletje op.

Douwe de Jager (70) is bijna alle dagen van de week te vinden bij club. Men ziet hem druk aan het werk op de tennisbanen en hij steekt vriendelijk de hand omhoog als hij iemand groet. Douwe de Jager is groundsman. Hij is fulltime aan het werk bij H.T.V. Ten Woude en beheert de velden. Hij doet het onderhoud en zorgt dat alles geregeld is.

”Ik ben nu twee jaar groundsman bij deze club. Het kwam min of meer toevallig op mijn pad”, begint Douwe de Jager zijn verhaal. “Ik was aan het werk voor een zelfstandig schilder, toen ik hoorde over een oproep binnen de club. Er werd iemand gezocht die het werk van de vorige groundsman over kon nemen. Ik heb me toen afgevraagd: ‘Hoelang hou ik het nog vol om elke dag met de schilderspullen de steiger op en af te gaan?’ Ik word er ook niet jonger op. Ik heb toen snel de telefoon gepakt en op de oproep gereageerd.”

Vrijheid

Douwe lacht, als hij zegt: “De binding was er al, want ik tennis al sinds 2010 bij deze club. Het geeft toch wel een bepaald gevoel dat ik nu groundsman ben en ik vind het superleuk om te doen. Als ik ’s ochtends naar de club rij, heb ik altijd al in mijn hoofd wat ik ga doen. Zo kan ik mijn eigen planning maken. Die vrijheid is wat ik het mooiste vind aan het werk. Ik kan lekker mijn eigen gang gaan. Ik open de banen en de kantine om acht uur en dan begin ik met mijn klusjes. Mijn werkzaamheden zijn erg wisselend. Zo moet ik de tuin bijhouden, het gras maaien, het onkruid verwijderen, de tennisbanen onderhouden, sproeien en losse lijnen weer herstellen. Laat ik het zo zeggen: als het werk wat ik doe niet zou gebeuren, dan zou het park er heel anders uitzien. Het is net als bij je eigen huis, als je daar nooit wat opruimt, dan heb je er later heel veel werk van. Ik vind het gewoon zo mooi om te zien hoe geweldig de vereniging ervan opknapt. Ik ben wel een man van het bijhouden.”

Grote club

Tennisvereniging Ten Woude is een grote club en kent zo’n 650 leden en zes of zeven trainers. “De banen staan eigenlijk altijd vol”, gaat Douwe de jager verder. “Dat gaat alle dagen door. Ik denk dat meer dan de helft van onze leden hier les krijgt. De club groeit nog steeds en trekt veel jeugd aan.”

Douwe is als groundsman verantwoordelijk voor het onderhoud van acht gravelbanen, vier kunstbanen en een oefenkooi. “We hebben een schitterend park in de bomen en dat is natuurlijk fantastisch, maar het heeft ook weer zijn nadelen”, zo stelt hij. “Vooral in mei, wanneer de bomen in bloei hebben gestaan. Want als het hard begint te waaien, dan valt alles naar beneden op onze tennisbanen. Ik haal dan kruiwagens vol van de baan af. Soms ben ik dan met twee banen al een hele morgen bezig. Het moet wel weer netjes, natuurlijk”.

“Ongelukjes”

Daarnaast gebeuren er wel eens “ongelukjes”, volgens Douwe. “Laatst was er een net geknapt, omdat er iemand overheen probeerde te springen.” Het repareren bleek nogal een aardige klus te zijn. “Het was een heel gedoe, maar gelukkig kreeg ik hulp van Gerrit Elzinga. Gerrit was de vorige groundsman van de club en heeft veel kennis. Ik zie hem als mijn back-up en ik heb een goede band met hem. In de coronatijd heeft Jaap Koers mij veel bijgestaan en Egbert van Dijk wil me ook altijd wel even helpen. We nemen de tijd, hoor. Vaak drinken we even een bakje koffie samen voordat we beginnen en als het werk klaar is, doen we een frisje.”

Onder de mensen

Naast de mensen die hem af en toe bijstaan kent hij inmiddels ook veel clubleden. “Ik krijg veel waardering van de clubleden. ‘Wat ligt het er weer mooi bij, Douwe’, zeggen ze dan. Dat zegt natuurlijk wel genoeg”, vertelt Douwe trots. ”Je krijgt op een gegeven moment natuurlijk ook een binding met de ploegen die in de ochtenden spelen. Dat zijn ook allemaal 65-plussers, net als ik. Ze gaan even de baan op en drinken daarna een bakje koffie. In principe kan ik dat ook doen, maar ik tennis liever in de avond.

Toss-avonden in het bijzonder vind ik erg leuk. Iedereen kan meedoen. Tijdens zo’n avond gooien we de tennisrackets van de heren en die van de dames bij elkaar. De eigenaar van de racket die je pakt, hoort bij jou, vandaar de naam. Ik vind deze avonden erg gezellig, omdat je met veel mensen in contact komt. Ik ben graag onder de mensen.”

Veel vertrouwen

Douwe de Jager heeft veel vertrouwen in de clubleden. “Binnen deze club is iedereen zelf verantwoordelijk voor het afrekenen van de drankjes. We hebben hier een pinapparaat staan, die clubleden zelf mogen bedienen. En ik weet echt wel zeker dat de mensen alles netjes betalen. Als ik in de middag wegga, dan doe ik de kantine natuurlijk wel even op slot. De trainers kunnen later op de dag de kantine weer openen en nemen dan de verantwoordelijkheid over.” Douwe kijkt blij, als hij zegt: “Ik merk eigenlijk nooit dat hier dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen.”

“Ook Rutger (Rutger Haven, de eigenaar van de padelbanen van Padel Friesland – red.) houdt vaak de kantine wel in de gaten voor mij. En ik let erop dat er niemand met tennisrackets op de padelbanen komt vóór Rutger. De padelbanen horen officieel niet bij de tennisvereniging, maar Rutger mag uiteraard wel gebruik maken van de voorzieningen van de club. Wij hebben daarin een soort samenwerkingsverbandje en ondersteunen elkaar.”

Sportiviteit

“Ik speel inmiddels zelf niet meer op topniveau, maar ik vind het wel leuk om nog mee te doen met competities. Dan kom je in contact met mensen van andere clubs en dat is leuk. Vooral vóór de coronatijd, want dan kreeg je de gelegenheid om nog even na te zitten met hapjes en een drankje.

Eén keer heb ik meegemaakt dat de tegenstander van mijn teamgenoten niet zo goed tegen haar verlies kon. Ze riep dingen als: ‘Het spel van de tegenstander is slecht’, ‘de baan is niet goed’ en ook haar teamgenoten kregen ervan langs. Dit vond ik zo jammer, want de competities zijn eigenlijk gewoon voor de leuk. Ze zal wel niet vaak verliezen, maar toch. Ik vind dat je gewoon respect moet hebben voor hoe het kan kopen. Als de tegenstander sterker is, dan is dat nou eenmaal zo, maar door het tonen van sportiviteit kunnen we met zijn allen toch een hele leuke tijd hebben.” En dan, lachend: “Federer verliest ook wel eens een wedstrijd en die gaat óók niet als een malle tekeer.”

Saamhorigheid

“We hebben net een wat moeilijkere periode gehad binnen de club. Dat had te maken met een bestuurswisseling, wat niet helemaal leuk verlopen was. Het nieuwe bestuur moest veel dingen weer opnieuw opstarten. Ik heb wel het idee dat het nu weer beter wordt. Leden willen graag helpen tijdens activiteiten, maar ze gaan niet vaak meer voor een  bindende functie als bijvoorbeeld bestuurslid. Als je in het bestuur komt, dan moet je zorg dragen voor activiteiten en heb je veel meer verantwoordelijkheden. Ik heb het gevoel dat mensen tegenwoordig meer op zichzelf zijn.”

Bij een grote club als H.T.V. Ten Woude heb je wél voldoende drijvende krachten nodig, meent Douwe de Jager. Maar na de ‘wat moeilijkere periode’ en de bestuurswisseling is er volgens hem binnen de tennisvereniging veel vertrouwen in elkaar, sportiviteit en saamhorigheid. “Ik zit hier helemaal op de goede plek en zolang ik het werk kan uitvoeren en de waardering krijg van de clubleden, ga ik er niet mee stoppen.”

En als je Douwe ziet op de baan gaat hij je zeker begroeten. “Gewoon even goedemorgen zeggen. Dat is belangrijk bij onze vereniging. Het is een kleine moeite, maar het maakt een wereld van verschil!” “Douwe levert geweldig werk hier!”, horen we een clublid roepen…

Door: Fimke Groenewoud