Daan Breeuwsma stopt met shorttrack, maar…

Zo nu en dan kijkt Daan Breeuwsma even door het venster van zijn uit 1823 stammende boerderij op de grens tussen Akkrum en Aldeboarn. Daar ligt zijn verleden, zijn heden en waarschijnlijk ook zijn toekomst. “Mar dêr wol ik noch efkes oer neitinke.” Het enige wat vaststaat is dat hij, erkend internationaal shorttracker, nu op 34-jarige leeftijd dáármee stopt.

Het shorttrackleven van Daan Breeuwsma begon serieus in 2007. In die tijd was het nog niet eens zo logisch dat je ging shorttracken. Schaatsen deed je immers op de langebaan, waar Rintje Ritsma en Ids Postma de Friese jongens de  weg hadden gewezen en waar die alleskunner uit Heerenveen, Sven Kramer, naar de top stoomde.

 

Man tsjin man

Net als alle jongens en meisjes ging de basisschool van Daan ‘schoolschaatsen’. Vooral bedoeld om de kinderen kennis te laten maken met de schaats; zo veel winters waren er nou ook weer niet. Maar als je in het gebied tussen Akkrum en Aldeboarn wordt geboren, kun je bij wijze van spreken als embryo al schaatsen. Dus Daan kwam in de groep geschoolden. De naar Fryslân verhuisde Oekraïense  schaatstrainer Kosta Poltavets begeleidde dat groepje. Hij zag de bochtentechniek van Daan Breeuwsma en adviseerde hem shorttrack. “Er zit wel wat in je….”.

Breeuwsma nu: “Dus ik ha noait langebaan riden.” Hij heeft bijvoorbeeld nooit met leeftijdsgenoot Jorrit Bergsma uit Aldeboarn in groepjes gezeten. “Ja, doe’t Jeroen Otter ús trainer waard yn it shorttrack moasten we sa no en dan ek ris op de langebaan, mar ik bin der net yn oplieden.” Bovendien: “Langebaan riid je tsjin de klok, wy dogge man tsjin man.” Breeuwsma is vrij groot en stevig. Toen hij begon waren shorttracktoppers kleine fragiele jongetjes en meisjes. “Mar ik bin bêst wol linich, hear”, zegt hij bijna verontschuldigend. Tegenwoordig is de manier van schaatsen veel belangrijker. Interval: dan rustig, dan weer de beuk er in. Dan een bocht wijd, dan weer krap. Nadenken. “Je moat konstant skakelje.”

 

Relay

De oude belevingswaarden van de shorttrack zijn ook veranderd. Gevaarlijk? Nee, er zijn nu snijvaste pakken, goede boardings en ook de helmen zijn verbeterd. Bij voetbal kun je ook raar vallen. Gelukssport? Nee, soms heb je pech, soms geluk. Dat balanceert. “As je efteroan ride is it eigen skuld. Dan ha je mear kâns op pech, je moat it spultsje begripe.” Bij wielrennen is een lekke band ook pech.  

Daan balanceerde goed. Werd een internationale subtopper met uitschieters. Hij was vooral goed in de relay. Dat is met vier man, elkaar aflossend, strijden tegen andere ploegen. Breeuwsma houdt daarvan. Jeroen Otter heeft een belangrijke rol in Daans’ shorttrackleven gespeeld. De bondscoach vanaf 2010 is ook een voormalig topper in de relay.  Dus daar waar sommige shorttrackers tijdens de race geen contact hebben met de coach, had Breeuwsma dat altijd wel. “Ik kaam elke kear op dat hoekje de baan út en dêr stie Otter dan. Dan seach ik him yn in flits.” Otter seinde: rondje eerder overnemen, nu een half baantje, nu Sjinkie met kracht aandrukken. Resultaat: de Nederlandse ploeg werd wereldkampioen shorttrack. Het teamgevoel wat daarvoor nodig was, kwam uit de onwaarschijnlijke dingen die Otter bedacht. “800 kilometer fytse yn tsien dagen; it like idioat, mar wat smiet dat in teamgefoel op.”

Teamgevoel? Collega’s zijn bij de kwalificaties ineens concurrenten. Bovendien gaat de één soms harder. Breeuwsma zat altijd samen in de ploeg met Sjinkie Knegt. “Yn earste ynstânsje koe ik like hurd, mar letter tocht ik sa no en dan: ‘Wêrom slagget my dat no net?’ De ene dag concurrent, de andere dag de maat die hij naar de overwinning duwde op de relay. 

 

Wetenschappelijk

In de vijftien jaar dat Daan Breeuwsma in de nationale shorttrackselectie zat, veranderde die van een ‘we doen maar wat’- groep naar een op wetenschappelijke grond geleide ploeg schaatsers. Monitoring is daar bij het woord. Elke centimeter van de ontelbare rondjes schaatsen wordt vastgelegd in tijd en beeld. Meten is weten. Kijken en beter doen. 

Ook het materiaal is aanzienlijk beter geworden. Vriendin Rianne de Vries, die in de nationale damesselectie zit, kijkt Daan even aan en herinnert zich dat ze indertijd op shorttrack kon gaan nadat Daan gezorgd had voor een paar goede schaatsen. Daar waar het gezin tot voor kort nog samen in de selectie zat, gaat Rianne in haar eentje nog een jaartje door. Daan blijft dan achter. “Dat fiel ik no noch net, mar aanst at it foar har wer begjint, ha’k it der fêst swier mei.”  

Daan is ook realist. “Ik kin net noch in kear fjouwer jier trochgean.” Hij geeft de olympische periode aan, voor shorttrack heel belangrijk. “Al wiene de olympyske ek de swierste jierren, want dan wiene der strenge kwalifikaasjes; oare jierren is der wat mear romte.” 

 

Sabbatical

Maar hij geeft toe, het is over. Hij is trots op wat hij als shorttracker heeft bereikt. Hij heeft ervan genoten, heeft immers de hele wereld gezien. Sterker: “Ik kin de trams yn Sjanghai better dan dy yn Amsterdam.” Hij houdt veel van landen als Amerika en Canada. Bij Canada gaat zijn hoofd even omhoog. Hij zat immers op de landbouwschool in Leeuwarden in 2007. Zijn schoolmaatjes gingen naar Canada om stage-zomerwerk te doen. Dat leek hem ook wel wat. Ineens werd hij gekozen in de nationale shorttrackselectie. Tweesprong. Hij moest even nadenken en slikken, maar het werd shorttrack. Hij is daar nu blij mee: “Ik hie it net graach misse wollen.”

Toen werkte Daan zo nu en dan voor loonbedrijf Lolkema in Tynje.  Ze weten dat hij thuis is, dus vragen ze hem voor ‘putsjes’. Hij weet niet of hij dat als zijn maatschappelijk doel gaat kiezen. Hij was tot nog toe olympisch sporter, dan wordt je betaald door het NOC, in Team NL zoals het nu heet. Pake, heit en broer Karst zaten en zitten op de aloude boerderij, en zijn land grenst aan het hunne. “Wat ik dwaan sil hat miskien wol wat mei de lânbou te krijen”, zegt hij voorzichtig. Eerst even een sabbatical. Want de shorttrack-adrenaline zit nog te veel in zijn bloed. “Ik hie it net misse wollen.”

 

Tekst: Eelke Lok
Foto’s: Ricardo Veen