Zilveren Griffel winnaar Dolf Verroen: “Zonder schrijven kan ik niet leven!”

Foto Henk van der Veer

SINT NICOLAASGA - Schrijver Dolf Verroen(91) uit Sint Nicolaasga heeft dit jaar voor de tweede achtereenvolgende keer en voor de vijfde maal in totaal een Zilveren Griffel gekregen, of beter gezegd verdiend. De Zilveren Griffel 2020 is Verroen toegekend voor zijn boek ‘Niemand ziet het’, in de categorie 9-12 jaar.

Genoeg reden om de oudste kinderboekenschrijver van Nederland met een bezoek te vereren. Op de dag voordat de Kinderboekenweek 2020 start, 29 september, ontvangt Verroen ons in zijn prachtige werkkamer en hebben we tussen de honderden boeken een plezierig gesprek over literatuur en uiteraard over de maestro zelf.

Wat doet het met u, dat u voor de vijfde keer een Zilveren Griffel mag ontvangen?
“Dat is natuurlijk heel erg fijn en vooral omdat het voor de tweede keer achter elkaar is. Ik vind dat toch wel heel bijzonder. Sinds een uur weet ik dat ik geen Gouden Griffel heb, maar ik ben heel tevreden met de Zilveren Griffel. Ik heb zoveel aandacht gekregen en dat heeft ongetwijfeld ook met mijn leeftijd te maken, maar het blijft bijzonder!”
Dolf Verroen krijgt de Zilveren Griffel voor het boek, een novelle, met de prachtige titel ‘Niemand ziet het’. Het thema van het boek is geaardheid, identiteit en ontluikende seksualiteit, maar het is ook een verhaal over vertwijfeling en eenzaamheid.

Heeft Dolf Verroen dit thema bewust gekozen of moest het boek gewoon geschreven worden?
“Nee, ik heb het thema niet bewust gekozen. Ik denk dat het een soort vervolg is op het kinderboekenweekgeschenk ‘Oorlog en Vriendschap’, uit 2016. Het is een soort van vervolg op herinneringen. Ik was in 1947 negentien jaar en dit gaat over een jongen van tien. Het is in die zin niet autobiografisch, maar de tijd is dat wel helemaal. Het verhaal ontstond eigenlijk vanzelf.”

Hoe kijkt u terug op die tijd toen u jong was?
“Mijn moeder was van 1890 en mijn vader van 1897. Ik denk dat mijn ouders er wel pap van lusten, maar over seks werd nooit gesproken. Ik weet dat mijn broer, die twee en een half jaar jonger is als ik, op z’n zestiende aan tafel een schuine mop vertelde. Ik dacht dat mijn ouders erin bleven. Dat was toen de manier. Over niets werd toen gesproken. Kinderen werden ook niet voorgelicht, we hoorden alles van de straat. Ik voelde mij eigenlijk wel een buitenstaander. De hele wereld om je heen is anders dan jij. Dat was best lastig.”

Wat was het lastigste eraan?
“Het lastigste eraan was dat je je ontwikkelde tot iemand die erbuiten stond. Buiten de gewone gesprekken. Mijn vrienden ontwikkelden zich allemaal heel anders dan ik. Toen ik in de twintig was loste zich dat gek genoeg op. Al mijn vrienden hadden banen en zeiden: ‘Dolf, Dolf, wat jij doet, dat is verschrikkelijk, want je hebt geen zekerheid’. Daarin was ik al anders, ik was heel geïsoleerd. Maar of dat nu dramatisch was, dat geloof ik niet. Ik ben meteen na de oorlog naar Frankrijk gegaan. Een beetje ondernemende jongen liftte naar Parijs. Ik heb in Frankrijk in een rozenkwekerij gewerkt om geld te verdienen. Toen ik terugkwam heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben naar de Delftsche Courant gegaan met de vraag of ik voor die krant verhaaltjes mocht schrijven. Daar hadden ze geen behoefte aan, maar ik mocht wel interviews schrijven. Dat ging mij goed af. Ik had plezier in mensen.”

Wat betekent schrijven voor u?
“Alles! Zonder schrijven kan ik niet leven! Er zijn periodes dat ik moeilijk schrijven kan, dan ben ik niet te harden. Met het ouder worden is dat overigens wel iets minder geworden. Waar die drive vandaan komt? Schrijven, ik heb het altijd gedaan. Wat heel grappig was: toen ik mijn eerste boek signeerde kwam er een dikke mevrouw naar mij toe. Ze zei: ‘Dag Dolf, wat leuk dat ik jou hier nu zo tref’. Ik wist eerst even niet wie het was. ‘Ach Dolf, ik ben juffrouw Dekker.’ Zij was mijn eerste onderwijzeres, uit de eerste klas. Ik kon er letterlijk mee lezen en schrijven. Juffrouw Dekker vertelde dat ze altijd al had geweten dat ik schrijver zou worden.

‘Toen je nog helemaal niet schrijven kon, nog geen letter, zat jij al te tekenen. Je tekende verhalen’, zei ze. En dat is ook zo. Ik was overigens heel slecht in het schrijven van opstellen. Eigenlijk ben ik pas goed begonnen met schrijven toen ik een jaar of veertien was. We hadden dan heel vaak vrij omdat de school weer gevorderd werd door de Duitsers. Mijn vader vond dat verontrustend, hij hield niet van leeglopers. Op een gegeven moment kwam hij thuis met een hele grote schrijfmachine, een oude Remmington. ‘Ik vind dat jij maar eens machineschrijven moet leren, want dan doe je tenminste iets’, zei hij. Daar ben ik op gaan schrijven en zo kwam mijn eerste boek. Dat ging over de dingen die ik meemaakte. Daarna bleef ik maar op die schrijfmachine rammelen.”

Uw laatste publicatie is bekroond met een Zilveren Griffel. Terecht?
“Ja, dat vind ik wel. Dat is wel een beetje ijdel om van je zelf te zeggen. Het is een goed boek geworden. Deze novelle is mij zo dierbaar omdat het erg nauw aan mijn hart gebakken is. Ondertussen was ik alweer bezig met een nieuw boek, korte verhaaltjes voor pubers. Het komt in november uit. De novelle ‘Niemand ziet het’, roept bij mij ook heel veel herinneringen op. Ik geef ook een stuk van mijzelf prijs. Dat is minder moeilijk dan vroeger, de tijd is veranderd. Toen ik vorig jaar ook al een Zilveren Griffel won, feliciteerden mensen uit Sint Nyk mij als ik aan het boodschappen was. Het is een vreemd beroep wat ik heb, niemand kan zich daar iets bij voorstellen. Het is een totaal onbekende wereld en dat geeft mensen misschien wel een afstand. Het geheim van mijn beroep is dat je nooit weet wanneer de bron is opgedroogd. Nu ik weer een boek heb afgemaakt, geeft dat een ontzettend blij gevoel. En dan ook nog een Zilveren Griffel!”

Tekst en foto: Henk van der Veer




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda Heerenveen

Wees loyaal – aan onze vrienden