Politieman Johannes Bron predikt verbinding tussen politie en bevolking “Nei elkoar lústerje”

HEERENVEEN - “In wyk makket ús funksje folweardich.” Politieman Johannes  Bron is er mee ingenomen dat de wijkagent het werk van de politie dichter bij de mensen brengt en zorgt dat de politie goed benaderbaar is. 

Nu heeft Bron ook wel een hele mooie wijk: hij is werkzaam in het centrum van Heerenveen. Doet daar ook het contact met de horeca bij. Dat werk geeft hem zeer veel voldoening.

Johannes Bron (nu ruim 61 jaar) kwam in 1982 bij de politie. Daarvóór zat hij op het administratiekantoor bij een bedrijf in Wolvega. Dat ging echter economisch slecht. Het bedrijf moest hem ontslaan. Daarna werkte hij tussentijds even in zuivelfabriek De Takomst in Wolvega. “Der wurke heit ek.”

Ervaring

Daarna solliciteerde hij bij de politie. Hij woonde in Wolvega, maar moest naar Rotterdam. Politieman kon je toen eigenlijk alleen worden in één van de grote vier steden. Daar was het te doen. Daar hadden ze voor al het werk wat er in de zeventiger jaren bij was gekomen voor de politie, veel nieuwe mensen nodig. Eigenlijk werd Johannes  Bron toen al wijkagent. Hij kwam in de Rotterdamse wijk Spangen terecht.

Johannes Bron leerde daar, dat je politiewerk overal kunt doen en ging in 1985 terug naar z’n roots. Kwam terecht in het politiekorps van de gemeente Heerenveen. eerenveen enzijkt daar op. Daar vroeg de commandant in het sollicitatiegesprek of hij wel alleen in uniform op straat durfde te surveilleren. Johannes Bron, die in Rotterdam niet anders gewend was geweest, knikte bescheiden ja. Stadse ervaring ten plattelande.

Uniform

Dat uniform vindt Bron overigens nog steeds ook belangrijk. Dan ben je herkenbaar, dan heb je overwicht. Ja, hij geeft toe dat in onze mienskip steeds meer figuren komen die minder respect voor dat uniform hebben. En zich er tegen afzetten; soms ook letterlijk tegen degene die er in zit. Dan moet je dat respect dus gaan verdienen.

Johannes Bron doet even letterlijk voor hoe je in een uniform door het centrum van Heerenveen kunt lopen. Of haastig en rechtop, dominant, of slenterend, gezellig rustig. Bereid om iedereen even aan  te horen, of gewoon een praatje makend. “Ik doch in heal oere langer oer it selde eintsje….” Maar zijn uniform geeft dan duidelijk aan dat je hém moet aanspreken als je problemen hebt, of verdachte zaken kenbaar wilt maken.

“Soms is it inkeld nei de minsken lústerje, se moat wat kwyt reitsje.” Op het politiebureau is een afdeling collega-ondersteuning. Daar maakt Bron ook deel van uit. Daar leer je helemaal luisteren. Naar collega’s die een erge zaak hebben meegemaakt. Suïcide. Iemand die voor een trein loopt. Vermissingen. Ongelukken. Ouders moeten vertellen  wat hun kind overkomen is. Traumagevallen. Die veel impact hebben. “Wy ha dêrtroch bêst noch wat mear minsken mei in burn out of sels PTTS, dan is it belangryk om goed te lústerjen.”

Praatsje

In een wijk is dat ook zo. Je oren gebruiken de wijk óók zo. “At je dêr omrinne kin je in praatsje meitsje, dat is wichtich.” Het mooie is dat de politie dan wel heel vaak geherstructureerd is en de wijkagent dan steeds verdween in de nieuwe organisatievorm, maar even zo vaak kwam  de wijkagent terug. Regionalisering in de politieformatie. Want: de politie kan niet zonder te horen wat er in de bevolking leeft, en die bevolking kan ook niet zonder steun, bescherming of hulp van de politie.

Johannes Bron is steun voor de bevolking van het centrum van Heerenveen. Dat is, zegt hij,  niet een bijzonder ‘harde’ bevolking, ook niet als je het hebt over de mensen die er uit andere wijken naar toe komen en rondhangen. Geen criminaliteit? “Ach, der bart fansels wolris wat.” Maar eigenlijk valt het in zijn optiek wel mee. 

Ervaring. Dat heeft ook zijn nadelen. Bron vertelt zijn jonge collega’s nog wel eens dat hij carbonpapier in zijn typemachine stopte om een kopie te maken. Die collega’s weten niet wat carbon is. En natuurlijk weet ook Bron dat de app op de telefoon hartstikke goed werkt om contact te maken. “Mar der bin lju dy’t gjin app brûke wolle of kinne.” Dan is het praatje goed, maar je moet ook de sociale media goed gebruiken.

En in de dorpen heeft de politie veel belang bij het contactwerk wat de plaatselijke belangen doen. “Want je kin der net altyd wêze.” Omdat in de politieorganisatie is afgesproken dat je het wijkagentwerk voor tachtig procent doet; twintig procent is voor andere zaken, zoals de noodhulp.  

Slingers

Brigadier Johannes Bron werkt nu 28 uur per week. Hij doet ook noodhulp, heeft bij de ME gezeten. Is nu ook nog hondenbegeleider. Over een jaar of drie gaat hij met verdiend pensioen. Is politiewerk ‘leuk’? “Ja, mar je moat wol sels de slingers ophingje.” En hij steekt niet onder stoelen of banken dat de bureaucreatie, verzuiling, cijfers, hem wat tegen staan. Er is in de wereld van politie  en andere ambtenarij een middenlaag die hij niet nodig vindt. Als de horeca waarvoor hij praatpaal is wat vertellen wil aan de  burgemeester gaat het zes schijven omhoog en zes terug. Dat hoeft voor hem allemaal niet. Het kost tijd. “We moat net yn hokjes tinke.”

Het motto van Johannes Bron is: “Net twifelje oer: fynt dy it wol goed en dy net? Us ja moat ja wêze, ús nee is nee. Gjin beloften dwaan. Benaderbaar wêze en soargje foar ferbining.” Dan is het mooi. Maar zelfs de politie is soms onmachtig om iets te kunnen doen. Johannes Bron knikt. Hij weet dat het niet anders is. Maar je ziet aan hem dat hij dat niet wil. 

Losgebroken leeuw

“Ik bin de iennichste plysjeman yn Nederlân, dy’t ea op in liuw sketten hat!”, zegt brigadier Johannes Bron. Een leeuw? Hij wilde het ook niet geloven toen hij ingeseind werd. “Jim bedoele in ko?” Want die liepen wel vaker in het centrum van Heerenveen om, omdat ze niet naar de slachter wensten te gaan. De koe was wel degelijk een leeuw. Losgebroken uit het Wintercircus dat in december 2000 in het Posthuis Theater optrad. En, goede politieman als Bron is, hij kwam de leeuw op het spoor. Maar de leeuw kwam naar hem toe en dat leek toch wel wat angstig. Dus Bron schoot. Weliswaar met een patroon waarmee gedacht werd dat de leeuw er door verdoofd zou worden. Dat ging niet door. Een koe, zelfs een stier gingen ‘strike’ bij die verdoving, maar de leeuw liep door. Die had er helemaal geen last van.

Het duurde die nacht nog wel even voor iemand van Pantera Wolvega aankwam en met een echt leeuw verdovend pistool redding  bracht aan de angstige agenten. “Ja, we stiene wol fiif meter heech, mar foar sa’n liuw is dat mar in eintsje.” Bron kijkt nog even naar zijn dienstwapen. “De iennichste plysje dy’t in liuw sjitten hat.” Dat telt wel.

Door: Eelke Lok