Ministers Hoekstra en Wiebes: Voorlopig nog geen geld voor Lelylijn

HEERENVEEN - Het plan voor een betere spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland moet beter worden uitgewerkt voordat er geld beschikbaar komt uit een fonds van het Rijk. 

Dat melden de ministers Wopke Hoekstra van Financiën en Eric Wiebes van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer.

Op de lijst met projecten die geld kunnen krijgen staan wel meerdere OV-projecten bij de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De betere spoorverbinding tussen de Randstad en het noorden was voor het groeifonds aangemeld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maar voldoet volgens de ministers Hoekstra en Wiebes nog niet aan de 'technische toets' van het fonds.

Het niet op de lijst zetten van de Lelylijn zegt volgens de ministers niets over het maatschappelijke belang van de nieuwe spoorlijn.

'Geen man overboord'

"Het is natuurlijk jammer dat de Lelylijn er nog niet tussenstaat, maar er is nog geen man overboord", is de eerste reactie van VVD-Statenlid Durk Pool, een van de mensen achter de lobby voor de Lelylijn. Volgens Pool wordt het hoog tijd dat er een officiële Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse (MKBA) wordt uitgevoerd voor de Lelylijn.

Voor een project dat zo groot en kostbaar is als de Lelylijn is de Rijksoverheid ook verplicht om een MKBA uit te voeren. Als die er ligt, kan ook een nationaal groeifonds in de ogen van Pool niet meer om de Lelylijn heen.

De Lelylijn verbindt Lelystad via Emmeloord, Heerenveen en Drachten met Groningen en is 125 kilometer lang. Een afgelopen jaar gepubliceerd potentie-onderzoek van het Rijk en de noordelijke provincies raamt de kosten van de nieuwe spoorlijn op zo'n 4 tot 6 miljard.